1.4 pH

De pH
1 / 10
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

De pH

Slide 1 - Slide

Leerdoelen

  • Aan het einde van de les weet je wat een zuur en een base is 
  • Aan het einde van de les weet je wat de pH/zuurgraad is 
  • Aan het einde van de les weet je hoe je de pH kunt bepalen 

Slide 2 - Slide

pH= zuurgraad van een oplossing
  • De pH kan je aangeven met een getal tussen de 0 en 14.
  • Een oplossing kan zuur, neutraal of basisch zijn. 

Slide 3 - Slide

Wat is zuur ?
Een zure oplossing smaakt zuur en kan bijtend voelen op je huid. De zuurgraad (pH-waarde) geeft aan hoe zuur een oplossing is. Zuur: pH < 7

Slide 4 - Slide

Voorbeelden zuur(zure stof)
Denk aan citroenzuur, azijn, maagzuur, zoutzuur, augurken en zure matjes.

Slide 5 - Slide

Base
  • Basische oplossingen zijn het tegenovergestelde van een zure oplossing. 
  • De pH ligt tussen de 7 en 14. Hoe basischer een oplossing, hoe hoger de pH. 

Slide 6 - Slide

Base
Een basische smaak is moeilijk voor te stellen. 
Broccoli is een groente met een basische smaak. 

Maar een simpeler voorbeeld is vaak zeep. 

Slide 7 - Slide

Schoonmaakmiddelen
Zuren: kalkaanslag verwijderen
Basen: vet oplossen (gootsteenontstopper, ammonia)

Slide 8 - Slide

Wat is neutraal ?

Een neutrale oplossing is niet zuur en niet basisch. Een neutrale
oplossing is niet schadelijk.

Een oplossing met een te lage pH (zuur) of met een te hoge pH (base) hebben een bijtende werking en tasten je huid aan.

Slide 9 - Slide

Indicatorpapier
De pH kun je meten met pH-papier. Dit papier verkleurd afhankelijk van de pH-waarde. In het papier zit een indicator die verkleurd. Een indicator is een stof waarmee je andere stof kunt aantonen.

Slide 10 - Slide