Bloedgroepen + rhesus factor

Bloedgroepen + rhesus factor




AFZ
Marjan & Gerieke
1 / 24
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Bloedgroepen + rhesus factor




AFZ
Marjan & Gerieke

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen deze les?
Leerdoelen deze les
Test je kennis vorige lessen
TWIXX
Zelf aan de slag: grote slagaders & aders
Terugblik + vooruitkijken

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat kun je aan het eind van deze les?
  • Je kunt benoemen uit welke bestanddelen het bloed bestaat
  •  Je kunt uitleggen wat het ABO-bloedgroepensysteem is
  • Je kunt het bloedtransfusieschema van het ABO-bloedgroepensysteem verklaren
  • Je kunt uitleggen wat het resusbloedgroepensysteem is

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Oefentoets
9 januari
Kennistoets (Lesson Up) en casustoets

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Welke functie(s) hebben/heeft een lymfoïde orgaan?
A
Vangt bacteriën en andere ziekteverwerkkers op
B
Activeren van lymfocyten

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

A-specifieke afweer is de afweer van het lichaam tegen bepaalde ziekteverwekkers
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn verschijnselen van een ontsteking?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Lymfoïde organen bestaan voornamelijk uit lymfatisch weefsel
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Samenstelling bloed
Bloedplasma (55%)
Bloedcellen: (45%)
- Erytrocyten
- Leucocyten

Bloedplaatjes?

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Bloedgassen
3 soorten:
- zuurstof (O2)
- koolstofdioxide (CO2)
- stikstof (N2)

Medisch onderzoek 


Slide 10 - Slide

Gasuitwisseling in de longen 
zuur-basebalans van het lichaam (bv longproblemen, metabole oorzaken zoals nierfalen, diabetes)

Slide 11 - Video

This item has no instructions

ABO-bloedgroepensysteem
2 typen bloed antigenen, 4 combinaties:

Bloedgroep A;
Bloedgroep B;
Bloedgroep AB;
Bloedgroep 0 (nul).

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Antistoffen?
Vanaf geboorte aanwezig

bloedgroep A → anti-B (antistoffen tegen B);
bloedgroep B → anti-A (antistoffen tegen A);
bloedgroep AB → geen antistoffen;
bloedgroep 0 → anti-A + anti-B.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Resus bloedgroep
Rode bloedcellen
Resus antigeen (D-anitgeen)
Aanwezig (Rh+) of afwezig (Rh-)
Vanaf geboorte --> geen antistoffen


Slide 14 - Slide

Rh+ = 85% van de mensen

Negatief = wel anti stoffen kunnen aanmaken, deze anti stoffen wordt je niet mee geboren, komt alleen als je in contact wordt met positief antigeen
Bloedtransfusies
Agglutinatie

Slide 15 - Slide

Gevolgen van hemolyse

Vrij hemoglobine komt in het bloed → kan neerslaan in de nieren → risico op nierfalen.
Stollingsactivatie → kans op DIC (disseminated intravascular coagulation).
Cytokine-afgifte → koorts, rillingen, hypotensie, shock.

klinische symptomen

Binnen minuten tot uren:

Koorts, koude rillingen
Pijn in borst of rug
Donkere urine (hemoglobinurie)
Lage bloeddruk, shock
Oefenen:
Groepjes van 3-4 maken
Kaartjes met alle bloedgroepen
Klassikale casus
Beantwoord de vraag, gebruik de kaartjes!
Weet je het antwoord? Kaartje in de lucht!
Winnaars verdienen een prijsje





Slide 16 - Slide

Transfusie reactie
Agglutinatie + afbraak rode bloedcellen
verstoppen kleine vaten nieren, longen, hart, hersenen.
Weefsel sterft daar af, is levensbedreigend


Casus 1 

Patiënt met bloedgroep A+ heeft een spoedtransfusie nodig nadat er een grote bloeding optreedt tijdens een hart operatie. 

Welk bloed mag er gegeven worden aan deze patiënt?

Slide 17 - Slide

0-, 0+, A+, A-
Casus 2
 Patiënt met bloedgroep AB+ ligt op IC na een auto ongeluk. De patiënt heeft bloed nodig.

Welk bloed mag deze patiënt ontvangen?

Slide 18 - Slide

universele ontvanger
Casus 3
Patiënt met bloedgroep B+ krijgt per ongeluk bloed van groep A+. Dit wordt ontdekt nadat het bloed is ingelopen.

Leg uit wat er gebeurd in het lichaam.


Slide 19 - Slide

Patiënt B heeft anti-A antistoffen → deze vallen de A-antigenen op rode bloedcellen aan.
Gevolg: Hemolytische transfusiereactie → rode bloedcellen worden afgebroken, kans op shock, nierfalen, overlijden.
Rh-factor speelt hier geen rol in de acute reactie, maar kan later immunisatie veroorzaken.

Casus 4
Er zijn drie zakken bloed: A+, B-, O+
Patiënt heeft bloedgroep O-

Welk bloed mag je geven aan deze patiënt?

Slide 20 - Slide

Geen van allen, alleen 0- mag deze patiënt ontvangen

Casus 5
Patiënt met bloedgroep B+ moet direct geopereerd worden. Beschikbaar zijn zakken met bloed met de volgende bloedroepen: 0+, AB+, 0- en B-

Welk bloed mag je geven aan deze patiënt?

Slide 21 - Slide

O+, B-, O-
Casus 6 
Iemand heeft bloedgroep 0+ en moet bloed krijgen. 

Welk bloed mag je geven aan deze patiënt?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Wat kun je aan het eind van deze les?
  • Je kunt uitleggen wat het ABO-bloedgroepensysteem is
  • Je kunt het bloedtransfusieschema van het ABO-bloedgroepensysteem verklaren
  • Je kunt uitleggen wat het resusbloedgroepensysteem is

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Volgende les
Zoek op in excel bestand!

Slide 24 - Slide

This item has no instructions