kansberekening

kansberekening

1 / 5
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 2

This lesson contains 5 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 20 min
Report this lesson

Items in this lesson

kansberekening

Je gooit met 1 dobbelsteen.

Hoeveel kans heb je om een 2 te gooien?

A

ongeveer 16%

B

ongeveer 33%

C

ongeveer 50%

D

ongeveer 66%

Je gooit met 1 dobbelsteen.

Wat is de kans om een getal kleiner dan 3 te gooien?

A

ongeveer 16%

B

ongeveer 33%

C

ongeveer 50%

D

ongeveer 67%

Je gooit met 2 dobbelstenen. Sorteer de onderstaande mogelijke uitkomsten. Minste kans staat bovenaan, meeste kans stat onderaan.

1

som van de 2 dobbelstenen = 11

2

som van de 2 dobbelstenen = 10

3

som van de 2 dobbelstenen = 2

4

som van de 2 dobbelstenen = 5

Je hebt een zak met ballen: 4 rode, 3 blauwe en 3 groene.

Je neemt een bal uit de zak zonder te kijken.

Wat is de kans dat je een groene bal uit de zak haalt?

De kans op een groene bal is 3 op 10 (= 30%)

Wat is de kans dat je een rode bal uit de zak haalt?

De kans op een rode bal is 4 op 10 (= 40%)

Ik neem een eerste bal uit de zak. De bal is groen. Ik leg de bal aan de kant (hij komt NIET meer terug in de zak). Ik neem een nieuwe bal zonder te kijken. Wat is de kans dat de bal opnieuw groen is?

De kans dat de bal opnieuw groen is, is 2 op 9.

3
10
30
4
10
40
2
9
20
10
4
3