Thema 2 - les 13 - schrijven

Thema 2 - les 13 - schrijven

Learning objective

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2ISK

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Thema 2 - les 13 - schrijven

Learning objective

Lesdoelen

Ik kan een duidelijke (klacht)mail schrijven en uitleggen wat er aan de hand is.



Grammatica thema 1 en 2 herhalen

Herhalen

Klachten en irritaties

🗣️ Wat kun je zeggen als je een klacht hebt?

Klacht uitspreken of mailen

Je kunt je klacht aan iemand vertellen of bijvoorbeeld een mail sturen.


Een goede klacht(mail) heeft 4 delen

1. Wat is het probleem?
2. Wat is het gevolg?
3. Wat wil je dat er gebeurt?
4. Hoe sluit je netjes af?

Klacht uitspreken of mailen

Het probleem

Het gevolg

De oplossing


Ik heb last van geluidsoverlast.

Daardoor kan ik niet goed slapen.

Ik wil graag dat u iets aan dit probleem doet.


Er is veel lawaai in de avond.

Hierdoor kan ik mijn huiswerk niet maken.

Kunt u ervoor zorgen dat …?

Herhalen

Grammatica - Hoofdzin en inversie


Vraag 1 – Welke zin is goed?


A

Gisteren ik heb een klacht gestuurd.

B

Gisteren heb ik een klacht gestuurd.

C

Gisteren ik heb gestuurd een klacht.

D


Vraag 2

Morgen ______ een klacht naar de gemeente.

A

stuur ik

B

ik stuur

C

stuur

D

stuurde

Vraag 3 – Maak een goede zin

omdat / ik / veel geluidsoverlast / heb / ik / niet kan slapen

Sleepvraag

Ik kan niet goed slapen, ______ mijn buren maken veel lawaai.

Ik heb een klacht gestuurd, ______ ik nog geen reactie heb gekregen.

Ik wacht eerst op een reactie ______ ik een nieuwe klacht stuur.

Ik heb de buurman gesproken ______ hij in de tuin werkte.





want

voordat

terwijl

maar

Vraag 5

Gisteren ______ mijn buren veel lawaai.

A

maakten

B

hebben gemaakt

C


D


Vraag 6

Ik ______ gisteren een klacht ______.

A.
B. stuurde / gestuurd
C. heb / stuurde

A

heb / stuurde

B

stuurde / gestuurd

C

heb / gestuurd

D

heb / gestuurde

Vorig jaar ______ ik ook al een klacht.

→ stuurde



Ik ______ al twee keer een klacht ______.

→ heb / gestuurd


🟣 Verleden tijd: Ik stuurde gisteren een klacht.
🟣 Voltooide tijd: Ik heb gisteren een klacht gestuurd.

Ik ______ graag dat u het probleem oplost.


A

wil

B

moet

C

kan

D

heb

U ______ iets aan het probleem doen.



A

zullen

B

kunt

C

moette

D

heb

Ik ______ graag willen dat u snel reageert.


A

zal

B

zou

C

moet

D

heb

📝 Schrijf een klacht

Kies één situatie:

A. Geluidsoverlast

Je hebt vaak last van harde muziek of lawaai in jouw buurt.

B. Een probleem op school

Er is een probleem op school waar je niet tevreden over bent.

C. Een probleem in je buurt

Bijvoorbeeld afval, verkeer, een kapotte speeltuin, hondenpoep of een andere situatie.

D. Zelf kiezen

📝 Schrijf een klacht

Schrijf een nette klachtmail van ongeveer 100 woorden.

Je mail moet bevatten:

☐ Wat is het probleem?
☐ Wanneer gebeurt het?
☐ Wat is het gevolg voor jou?
☐ Waarom vind je dit vervelend?
☐ Wat wil je dat de ander doet?
☐ Een nette afsluiting.

📝 Schrijf een klacht

Schrijf een nette klachtmail van ongeveer 100 woorden.

Je mail moet bevatten:

☐ Wat is het probleem?
☐ Wanneer gebeurt het?
☐ Wat is het gevolg voor jou?
☐ Waarom vind je dit vervelend?
☐ Wat wil je dat de ander doet?
☐ Een nette afsluiting.


Klaar? Maak opdracht 26 uit het boek.

Grammatica herhalen

Grammatica in boek

Voltooide tijd:

  • oefening 2


Zinsopbouw

  • oefening 19


hulpwerkwoorden

  • oefening 9 en 10


Voegwoorden

  • oefening 20