Herhaling De Overheid

Welkom klas 2
Maandag 20 juni 2022
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Welkom klas 2
Maandag 20 juni 2022

Slide 1 - Slide

Toetsweek
Hoofdstuk 6 paragraaf 1 tm 4

Slide 2 - Slide

Belangrijkste begrippen (1)
-de 3 overheden
-ambtenaren
-taken overheid
-infrastructuur
-collectieve voorzieningen
-collectieve sector/particuliere sector
-sociale zekerheid
-


Slide 3 - Slide

Belangrijkste begrippen (2)
-sociale premies
-directe/indirecte belastingontvangsten
-niet-belastingontvangsten
-subsidie/accijns
-rijksbegroting
-miljoenennota
-begrotingstekort of overschot

Slide 4 - Slide

Een andere naam voor de rijksoverheid is..
A
overheid
B
lagere overheid
C
centrale overheid

Slide 5 - Quiz

Ambtenaren zijn....
A
de overheid
B
personen die werken voor de overheid
C
de personen waarvoor de overheid werkt
D
de Rijksoverheid

Slide 6 - Quiz

De overheid van Nederland bestaat uit...
A
Het Rijk
B
Provinciale overheid
C
Gemeentelijke overheid
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 7 - Quiz

Gemeente
Provincie
Het Rijk

Slide 8 - Drag question

een subsidie betekent:
A
de burger moet geld betalen aan de overheid
B
de burger ontvangt geld van de overheid

Slide 9 - Quiz

Collectieve sector
Particuliere sector
ABN Amro bank
Ziekenhuis
School voortgezet onderwijs
Stadspark
Supermarkt

Slide 10 - Drag question

wel accijns
geen accijns

Slide 11 - Drag question

Welke voorbeelden horen niet bij de niet-belastingontvangsten?
A
Winst uit overheidsbedrijven
B
Boetes
C
BTW
D
Opbrengst aardgas

Slide 12 - Quiz

Collectieve sector
Particuliere sector
ABN Amro bank
Ziekenhuis
School voortgezet onderwijs
Stadspark
Supermarkt

Slide 13 - Drag question

Als de overheid meer inkomsten verwacht dan uitgaven, dan is er sprake van een ...
A
Begrotingstekort
B
Begrotingsoverschot

Slide 14 - Quiz

Rekenen met grote getallen
1 miljard euro = 1.000.000.000 (9 nullen)
1 miljoen euro = 1.000.000 (6 nullen)


Slide 15 - Slide

Uit de oefentoets: op de begroting stond voor Veiligheid EUR 10,5 miljard. In werkelijkheid werd dat EUR 700 miljoen meer. Hoeveel heeft de overheid in werkelijkheid uitgegeven aan Veiligheid?
A
11,2 miljard euro
B
710,5 miljard euro
C
69 miljard euro
D
710,5 miljoen euro

Slide 16 - Quiz

45 miljard = ... miljoen
A
4.500
B
450
C
0,45
D
45.000

Slide 17 - Quiz


0,55 miljard =
A
550.000
B
55.000.000
C
550.000.000
D
55.000.000.000

Slide 18 - Quiz

De overheid verwacht 900 miljard aan inkomsten en 850 miljard aan uitgaven.
A
Begrotingsoverschot
B
Begrotingstekort

Slide 19 - Quiz


0,45 miljard =
A
450.000
B
45.000.000
C
450.000.000
D
45.000.000.000

Slide 20 - Quiz