Verwerkingsvragen week 1.6 Redoxreacties

Verwerkingsvragen week 1.6

Hoofdstuk 8 Redoxreacties
1 / 17
next
Slide 1: Slide
BiologieHBOStudiejaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verwerkingsvragen week 1.6

Hoofdstuk 8 Redoxreacties

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Welkom bij deze verwerkingsvragen
  • Deze les werk je zelfstandig aan het onderwerp redoxreacties.
  • Deze lessonup zal je stapsgewijs meenemen door de theorie aan de hand van verwerkingsopdrachten.
  • Houd je boek (Basischemie) bij de hand tijdens het maken van deze opdrachten (hoofdstuk 8).
  • Soms zie je dit:
    Klik eens op het pictogram.
Veel succes en plezier!
Achtergrond
Door op deze <span style="font-weight: bold">objecten</span> te klikken, vind je theorie over een onderwerp. We raden je aan om deze stukjes door te lezen, zodat het makkelijker wordt om de les te blijven volgen.&nbsp;<div><br></div><div>Veel van deze info staat ook in <span style="font-weight: 700">het boek</span>, dus je kunt het daar ook nog nalezen.&nbsp;</div><div><br></div><div>De buttons bevatten wisselende <span style="font-weight: bold">pictogrammen en titels</span>.&nbsp;</div>

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Aan het einde van deze les kun je:
  • Kenmerken van redoxreacties benoemen 
  • Een reactievergelijking opstellen met behulp van halfreacties
  • Beredeneren of een bepaalde redoxreactie wel of niet kan verlopen
  • In een voorbeeld van een elektrochemische cel toelichten welke redoxreacties plaatsvinden op afstand van elkaar
  • Uitleggen onder welke voorwaarden een elektrolyse plaats kan vinden


In de leeruitkomst
In de leeruitkomst zijn deze doelen als volgt samengevat:<div><ul><li>Je maakt verschillende typen reactievergelijkingen kloppend.</li><li>Je analyseert verschillende typen reactievergelijkingen, waarbij je onderscheid kunt maken tussen de verschillende typen vergelijkingen.</li><li>Je voert berekeningen uit aan stoffen en reactievergelijkingen, waarbij&nbsp;de chemische eenheid mol centraal staat.</li></ul></div>

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Vraag van de week
Vraag van de week
Deze vraag is altijd een vraag op het eindniveau. Kun je deze vraag goed maken, dan beheers je dit onderwerp voor de toets. Kun je deze vraag nog niet meteen maken, sla hem dan over en maak eerst de andere opdrachten. Deze zullen je helpen om de vraag van de week toch te kunnen maken. Gebruik evt. de hints die bij de vraag te vinden zijn.
Deze vraag maakt iedereen en zal in de bijeenkomst van week 1.7 worden besproken. Neem je uitwerking dus mee naar de les.
In onderstaande situaties worden telkens 2 oplossingen/stoffen bij elkaar gebracht. In welke situaties vindt er een reactie plaats? Noteer de reactievergelijkingen van de reacties die wel plaats kunnen vinden.
  1. Joodoplossing met een oplossing van aluminiumbromide
  2. Broomwater met ijzer(II)chlorideoplossing
  3. Chloorwater met een zinkchlorideoplossing
  4. Een blokje natrium in water

Slide 4 - Slide

Eindexamen 2016 tijdvak 2 Wijn zonder droesem.
Oxidatoren en reductoren
Bekijk deze video als je moeite hebt met scheikunde
Een oxidator is een deeltje dat elektronen (e-) op kan nemen. Dit zijn bijvoorbeeld niet metalen die bij zoutvorming elektronen opneemt.

Een reductor is een deeltje dat elektronen (e-) afstaat. Dit zijn bijvoorbeeld metalen. Een reductor kan alleen elektronen afgeven als er een schikte oxidator is om ze op te nemen.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke stoffen zijn oxidatoren en welke stoffen zijn reductoren? Sleep ze naar het juiste blok.
Oxidator
Reductor
IJzer
Waterstofperoxide
Koper(II)ionen
Stikstofgas
Br-
Natrium
H2O(l)
H2 (g)

Slide 6 - Drag question

This item has no instructions

Redoxreacties
Wanneer een reductor met een 
oxidator reageert, is er sprake van 
een redoxreactie.
Een reductor staat dan een of 
meerdere elektronen af aan een oxidator.
Dit gebeurt alleen wanneer in Binas 48 de
oxidator boven de 
reductor staat. 
Vind je dit onderwerp lastig, kijk dan zeker deze video. 
Als je het onderwerp al goed beheerst, mag je hem ook overslaan.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat is de juiste reactievergelijking voor de reactie van een staafje lood in een oplossing van zilvernitraat?
Stap 1 Welke stoffen?
Lood is een metaal. Doordat het een staafje is, weet je dat je met een vaste stof te maken hebt: Pb(s).&nbsp;<div>Zoek in BInas 48 op of lood een oxidator of een reductor is.&nbsp;</div><div>Zilvernitraat is een opgelost zout. In Binas 45a kun je controleren of dit zout goed oplost in water. Wanneer een zout oplost in water, ontstaan er ionen: zilverionen en nitraationen.</div><div>Zoek daarna in Binas 48 van beide ionen op of het een reductor of een oxidator is.</div>
Stap 2 Halfreacties opstellen en kloppend maken
Noteer de halfreacties van de sterkste oxidator en reductor onder elkaar. Lees de reactie van de reductor in Binas 48 van rechts naar links (en noteer dus omgekeerd).&nbsp;<div>Zorg dat het aantal elektronen dat wordt afgestaan gelijk is aan het aantal elektronen dat wordt opgenomen.&nbsp;</div>
Stap 3 Reactievergelijking
Tel de halfreacties bij elkaar op. Elektronen en dubbele stoffen streep je weg (stoffen die aan beide kanten van de pijl voorkomen).
A
Optie A
B
Optie B
C
Optie C
D
Optie D

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Opstellen van redoxreacties
Stap 1: Bepaal welke stoffen in de reactie aanwezig zijn. Zijn dit opgeloste ionen of een vaste stof, zoals een staafje ijzer?

Noteer de stoffen onder elkaar.
Stap 4: Zorg dat het aantal elektronen dat wordt afgestaan gelijk is aan het aantal elektronen dat wordt opgenomen. Tel daarna de halfreacties bij elkaar op. Elektronen en dubbele stoffen streep je weg (stoffen die aan beide kanten van de pijl voorkomen).
Stap 3: Noteer de halfreacties van de sterkste oxidator en reductor onder elkaar. Lees de reactie van de reductor in Binas 48 van rechts naar links (en noteer dus omgekeerd).
Stap 2: Noteer naast elke stof of hij als oxidator of reductor reageert. 
Zet een kruisje bij de sterkste oxidator en reductor, deze zullen reageren (alleen als ox boven red staat).

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Kunnen de onderstaande reacties verlopen?
Zo ja, noteer de kloppende
reactievergelijking in het antwoordveld.

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Elektrochemische cel en elektrolyse
Een elektrochemische cel is een batterij. Er vindt een redoxreactie plaats op afstand, waarbij elektronen door een stroomdraad lopen. Om de stroomkring te sluiten gebruik je een zoutbrug. De reactie verloopt alleen wanneer de oxidator boven de reductor staat.
Bij elektrolyse wordt er stroom toegevoegd in een bekerglas waarin een redoxreactie plaats kan vinden. Door het gebruik van elektriciteit verloopt er altijd een reactie, ook als de oxidator niet boven de reductor staat. 

Bekijk hierover de video.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Vul de juiste termen in op de juiste positie.
Reductor
Oxidator
Kathode
Anode
Cu2+(aq) + 2e- --> Cu(s)
Zn(s) --> Zn2+(aq) + 2e-

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

Wat heb je deze les geleerd? Formuleer in 3 of 4 zinnen wat voor jou de belangrijkste opbrengst van deze les is.

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Samenvatting
Je hebt alle verwerkingsvragen doorgelopen. Deze opdrachten geven je de basis mee van dit hoofdstuk. Heb je moeite met scheikunde? Dan is het oefenen één van de belangrijkste succesfactoren voor het voldoende scoren op de toets. Via de volgende site kun je met de onderwerpen van deze week verder oefenen. Op deze site vind je ook antwoorden.
(opgave 1 t/m 6, 8, 11 t/m 15)

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Goed gewerkt!
Je bent aan het einde van deze verwerkingsvragen gekomen. 
We willen graag van je weten hoe je deze verwerkingsvragen hebt ervaren. 

Wil je de volgende 2 vragen nog invullen?
Klik!

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Geef een top voor deze les. Wat moet er de volgende keer zeker in blijven?

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Geef een tip voor deze les. Wat zou er een volgende keer anders moeten?

Slide 17 - Open question

This item has no instructions