5V p2 week 4 dinsdag en vrijdag


  • Nakijken perífrases verbales blz  78.
  • MO deel 1 vragen film/ programma's/ boek en dagelijks leven vragen voorbereiden. 
  • Mo deel 2: werken aan het artikel / Bestiarium (analyse afronden).
Semana 4 p2

Objetivos:
-Aandacht voor het  PO literatuur: Bestiarium 
1 / 37
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 37 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson


  • Nakijken perífrases verbales blz  78.
  • MO deel 1 vragen film/ programma's/ boek en dagelijks leven vragen voorbereiden. 
  • Mo deel 2: werken aan het artikel / Bestiarium (analyse afronden).
Semana 4 p2

Objetivos:
-Aandacht voor het  PO literatuur: Bestiarium 

Slide 1 - Slide

Nakijken perífrases verbales

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Link

Spreekstrategie 1  
Opvulwoorden 
Opvulwoorden zijn woorden zonder betekenis.
Ze vullen stiltes en zorgen ervoor dat gesprekken soepeler verlopen.
Wanneer gebruik je opvulwoorden?
1) Wanneer we aarzelen en tijd nodig hebben om na te denken.
Meest voorkomende opvulwoorden zijn:
  • pues
  • pero
  • entonces
  • así que 
  • bueno

Slide 4 - Slide

Spreekstrategie 1  (vervolg)
Opvulwoorden 
Opvulwoorden zijn woorden zonder betekenis.
Ze vullen stiltes en zorgen ervoor dat gesprekken soepeler verlopen.
Wanneer gebruik je opvulwoorden?
2) als we een gesprek willen beginnen
Meest voorkomende opvulwoorden zijn:

  • creo que 
  • lo que quiero decir 
  • así que 

Slide 5 - Slide

Spreekstrategie 2 

Geef beschrijvingen en voorbeelden 
Beschrijf wat je bedoelt. Je kunt beginnen met: 
Beschrijf hoe het eruitziet, waar het voor is, wanneer je het gebruikt, wie het gebruikt, waarvan het gemaakt is.
Bijvoorbeeld:
  • Busco algo para abrir una botella.
  • Es algo que sirve para escribir.
  • Es una cosa para lavar el pelo. 
  • Es rojo.
  • Es de piel.
  • Es cuadrado.
  • Es pequeño y de plástico.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Spreekstrategie 3 

Geef tegengestelde woorden  
Gebruik een woord dat het tegenovergestelde is.
Bijvoorbeeld:

  • No es ...    = het is niet ...
  • Es lo contrario de  ... = het is het tegenovergestelde van...  

Slide 8 - Slide

MO deel 1 & 2 
Deel 1 - Vragen beantwoorden over dagelijks leven
                 Per thema onderverdeeld
Deel 2 - Vertellen en mening geven over Spaans artikel (gekozen in de les) 
              
1) Beantwoord de vragen die bij de teksten staan
2) Formuleer een mening over de tekst(en) en je kunt wat vertellen over de
situatie in NL indien van toepassing
3) Je kunt in het kort vertellen waar het artikel over gaat. 

Slide 9 - Slide

Aandacht voor: MO deel 1 martes  7/12 & 10/12 de diciembre
Je bent aan het voorbereiden het thema: film/programma's/ boek, dagelijks leven en werk.
  • Je begrijpt elke vraag. 
  • Je hebt op elke vraag een antwoord. Probeer van te voren mogelijke antwoorden te bedenken om 'doorvraag' vragen voor te bereiden.
  • Maak ook een woordenlijst (denk ook aan werkwoorden!) met woorden die je denkt nodig te hebben om zinnen te kunnen formuleren!
  • Je klasgenoot kijkt je vragen  en antwoorden na.
  • Bij twijfel (of vragen) laat de docent nakijken.
  • Je oefent de vragen in tweetallen totdat je het beheerst. 
  • Oefen ook met opvulwoorden & omschrijven van woorden (spreekstrategie 1 & 2)

Slide 10 - Slide

Thema : werk

1. ¿Tienes trabajo? ¿Qué haces y dónde?
2. ¿Cuál fue tu primer trabajo por dinero?
3. ¿Trabajas en las vacaciones de verano? Cuéntame de eso. 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Thema werk oefenen 

Slide 13 - Slide

Thema : dagelijks leven 

1. ¿Qué parte del día es tu favorita: la mañana, la tarde o la
noche? ¿Por qué?
2. ¿Qué te gusta hacer después de las clases?
3. ¿Cómo ayudas en tu casa?
4. En general, ¿cuál es la parte más difícil de tu día? ¿Por qué? 

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

¿Qué te gusta hacer después de las clases?
  • Después de las clases me gusta tocar la guitarra= 
  • Cuando estoy en casa me gusta tocar la guitarra=  
  • Cuando estoy en mi casa suelo tocar la guitarra= 

Perífrase: soler & infinitief 

Slide 16 - Slide

¿Qué te gusta hacer después de las clases?
  • Después de las clases me gusta tocar la guitarra= Na school vind ik het leuk om gitaar te spelen. 
  • Cuando estoy en casa me gusta tocar la guitarra= Als ik thuis ben dan vind ik het leuk om gitaar te spelen. 
  • Cuando estoy en mi casa suelo tocar la guitarra= Als ik thuis ben speel ik meestal gitaar.
Perífrase: soler & infinitief 

Slide 17 - Slide

¿Cómo ayudas en tu casa?
Yo cocino/ hago la comida.
Yo saco al perro.
Yo plancho.
Yo lavo la ropa 

Slide 18 - Slide

¿Cómo ayudas en tu casa?

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Thema: dagelijks leven oefenen 

Slide 22 - Slide

Thema : Film/ programma's/ boek


1¿Ves películas en DVD o en el internet en tu casa? ¿Qué te
gusta ver?
2. ¿Cuál es tu libro favorito? ¿De qué trata?.
3. ¿Cuál es tu programa de televisión favorito? ¿Qué pasa en ese
programa?

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Thema: Film/ programma's/ boek oefenen 

Slide 27 - Slide

Voorbeeldzinnen om over film te praten 

Slide 28 - Slide

(1) Hablando sobre Películas en Español: géneros y frases por ejemplo
MUSICAL – ¿Estás viendo una película musical? – Si, es una película musical muy entretenida.
MUSICAL – Are you watching a musical? – Yeah, it’s a very entertaining musical.

Slide 29 - Slide

(2) Hablando sobre Películas en Español: géneros y frases
ANIMACIÓN – A los niños les gustan mucho las películas de animación y dibujos animados.
ANIMATION – Children really like animated films and cartoons.
SUSPENSO – Las películas de suspenso están llenas de intriga.
THRILLER – Thrillers are full of intrigue.

Slide 30 - Slide

PO literatuur opdrachtenoverzicht:
  1.  Opdracht Cronopios (afgerond)
  2.  Reader Bestiarium van Julio Cortázar 
  3.  Stencil  (hoofdstuk 1 ) uit Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez.
  4.  Blad (los fragment) uit Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez
  5. Lees powerpoint 'el Boom' op classroom 

Slide 31 - Slide

Perífrasis verbales (werkwoordsuitdrukkingen met een bepaalde betekenis)

soler + infinitivo de gewoonte hebben om te…
acabar de + infinitivo net gedaan hebben / zojuist gedaan hebben / net begonnen 
estar + gerundio aan het …..zijn
seguir + gerundio nog steeds aan het …..zijn
dejar de + infinitivo stoppen met….
empezar a + infinitivo beginnen met…
tener que + infinitivo moeten…
llevar + gerundio al ….. (een bepaalde periode)… iets doen

Maak op  blz 78 RB oef perífrases verbales

Slide 32 - Slide

Reader Bestiarium 
Lees twee verhalen naar keuze.
Het echt de bedoeling dat elke leerling elk verhaal leest. 
LET OP > Je mag de verhalen niet verdelen. 
Je maakt samen de analyse! 

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

PO literatuur
Je werkt in tweetallen 

Jullie schrijven een verslag in het Nederlands

Lees de opgegeven verhalen én artikelen in de Classroom

Zie PO opdracht in classroom voor inhoudelijke punten



Slide 35 - Slide

PO literatuur: classroom 
  • In classroom: Bronnen + uitleg bronvermelding
  • In classroom: Lees eerst de 5 Tips voor schrijven Magisch Realisme - om het Magisch Realisme te begrijpen

Slide 36 - Slide

¡Gracias por la atención!


Adiós
Hasta mañana

Slide 37 - Slide