Les 16 - Verba contracta

Vandaag
  • Herhaling werkwoord
  • Bespreken verba contracta
  • Oefenen verba contracta (incl. huiswerk)

Doel:
- Je kunt werkwoorden in het praesens, imperfectum en thematisch perfectum benoemen en vertalen.
- Je weet wat verba contracta zijn.
- Je herkent de samengetrokken klinkers uit de verba contracta.
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Vandaag
  • Herhaling werkwoord
  • Bespreken verba contracta
  • Oefenen verba contracta (incl. huiswerk)

Doel:
- Je kunt werkwoorden in het praesens, imperfectum en thematisch perfectum benoemen en vertalen.
- Je weet wat verba contracta zijn.
- Je herkent de samengetrokken klinkers uit de verba contracta.

Slide 1 - Slide

Welke persoon is διοικουσιν?
A
ik
B
hij/zij/het
C
wij
D
zij (mv)

Slide 2 - Quiz

Welke persoon is ἀποκτεινεις?
A
ik
B
jij
C
jullie
D
zij (mv)

Slide 3 - Quiz

Welke persoon is ἐνομιζον?
A
ik
B
jij
C
wij
D
jullie

Slide 4 - Quiz

Welke persoon is κωλυετε?
A
jij moet
B
te ... (hele werkwoord)
C
ik
D
jullie moeten

Slide 5 - Quiz

Welke persoon is ἐπινετε?
A
jullie
B
wij
C
zij
D
jullie moeten

Slide 6 - Quiz

Welke tijd is ἐπινετε?
A
praesens
B
imperfectum
C
aoristus

Slide 7 - Quiz

Welke tijd is ἐπαθες?
A
praesens
B
imperfectum
C
aoristus

Slide 8 - Quiz

Welke tijd is θνῃσκει?
A
praesens
B
imperfectum
C
aoristus

Slide 9 - Quiz

Welke tijd is ἡυρετε?
A
praesens
B
imperfectum
C
aoristus

Slide 10 - Quiz

Verba contracta
Er is een grote groep werkwoorden waarvan de stam eindigt op een ε of een α 
Bijv.: 
ποίεω  (doen, maken)
οἰκέω   (wonen)
γελάω  (lachen)
νικάω   (overwinnen) 

Slide 11 - Slide

Verba contracta op ε
De slotklinker van de stam (ε) botst met de klinker van de uitgang. 
Die worden samengetrokken. 

Kijk goed wat er gebeurt met 
de ε en de uitgang. 

Slide 12 - Slide

Wat viel je op aan de verba contracta?

Slide 13 - Open question

Voor de verba contracta op een ε
Eindigt de stam op een ε --> 

Uitgang op ο --> ου 
Uitgang op ε --> ει 

Slide 14 - Slide

Verba contracta op α
De slotklinker van de stam (α) 
botst met de klinker van 
de uitgang. 
Die worden samengetrokken. 

Kijk goed wat er gebeurt met 
de α en de uitgang.
Grondvorm
Samengetrokken
νικά-ω
νικῶ
νικά-εις
νικᾷς
νικά-ει
νικᾷ
νικά-ομεν
νικῶμεν
νικά-ετε
νικᾶτε
νικά-ουσι(ν)
νικῶσι(ν)

Slide 15 - Slide

Voor de verba contracta op een α
Eindigt de stam op een α --> 

Uitgang op ο --> ω
Uitgang op ε --> α
Uitgang op ει --> ᾳ

Slide 16 - Slide

Nu jullie: het imperfectum 

Slide 17 - Slide

Benoem persoon, getal, tijd (Bijv: 1e ev praes)

ᾤκουν

Slide 18 - Open question

Benoem persoon, getal, tijd (Bijv: 1e ev praes)

ἐσκόπεις

Slide 19 - Open question

Benoem persoon, getal, tijd (Bijv: 1e ev praes)

γελᾷς

Slide 20 - Open question

Benoem persoon, getal, tijd (Bijv: 1e ev praes)

καλεῖτε

Slide 21 - Open question

Benoem persoon, getal, tijd (Bijv: 1e ev praes)

ἐνίκων (2×)

Slide 22 - Open question

Doel:
- Je snapt de imperativus en infinitivus van de aoristus
- Je weet wat verba contracta zijn
- Je herkent de samengetrokken klinkers uit de verba contracta
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Vul het schema van de werkwoorden aan

Slide 24 - Slide

Huiswerk
  • Leer het schema van de werkwoorden.
  • Maak ἐργον 1 (HB p. 131)

Slide 25 - Slide