Spelling par. 12

Programma 
> Morgen is er weer een expertgroep!
> Toetsdatum afspreken: donderdag 7 maart?

1) LessonUpopdrachten/
theorie par. 12
2) Opdrachten maken en bespreken
3) huiswerk
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Programma 
> Morgen is er weer een expertgroep!
> Toetsdatum afspreken: donderdag 7 maart?

1) LessonUpopdrachten/
theorie par. 12
2) Opdrachten maken en bespreken
3) huiswerk

Slide 1 - Slide

Hoeveel pv's?
Omdat ik morgen jarig ben, heb ik een taart gekocht en heeft mijn moeder de huiskamer versierd met slingers.
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 2 - Quiz

Hoeveel pv's?
Het gebeurt wel eens dat de slang losschiet en dat je heel snel moet reageren, voordat al het vocht wegloopt.
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 3 - Quiz

Hoeveel pv's?
Gezien het dagelijkse spektakel durf ik er niet op te wedden dat het dit keer wel goed zal gaan in de pauze.
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 4 - Quiz

Waarom werkt het bij een samengestelde zin niet om de zin vragend te maken als je alle pv's wilt vinden?

Slide 5 - Open question

Persoonsvorm verleden tijd van sterke werkwoorden
De sterke werkwoorden houden zich dus niet aan regels, zoals de zwakke. Je moet dus leren/weten wat de verleden tijd en het voltooid deelwoord is. Het voordeel is wel dat je ze schrijft, zoals je ze hoort (zo kort en eenvoudig mogelijk) en dat je door het woord langer te maken, weet of je een -d of -t aan het eind moet schrijven!
Persoonsvorm?
pvtt:
- ik-vorm
- ik-vorm +t
- hele ww
pvvt:
- ik-vorm+
de/te
-ik-vorm +
den/ten

't ex-kofschip
JA
NEE
(probeer alle ww. van tijd te veranderen)

Slide 6 - Slide

Persoonsvorm verleden tijd van sterke werkwoorden
De sterke werkwoorden houden zich dus niet aan regels, zoals de zwakke. Je moet dus leren/weten wat de verleden tijd en het voltooid deelwoord is. Het voordeel is wel dat je ze schrijft, zoals je ze hoort (zo kort en eenvoudig mogelijk) en dat je door het woord langer te maken, weet of je een -d of -t aan het eind moet schrijven!
Persoonsvorm?
pvtt:
- ik-vorm
- ik-vorm +t
- hele ww
pvvt:
- ik-vorm+
de/te
-ik-vorm +
den/ten

't ex-kofschip
volt.dw
(hulpww)
-langer maken
-d/t
't ex-
kofschip
onv. dw

- hele ww. + d
inf.

- hele
ww.
geb.
wijs

- ik-vorm
JA
NEE
bijvoeglijk naamw.
zo kort mogelijk
(probeer alle ww. van tijd te veranderen)

Slide 7 - Slide

Als je niet leert voor die toets, moet je niet verwachten dat je een hoog cijfer haalt.
pvtt
infinitief
pvvt
geb.wijs
vd
od
bn
leert
moet
verwachten
haalt

Slide 8 - Drag question

Denkend aan zijn bewonderde Holland zag de dichter traag stromende rivieren door het vlakke  landschap gaan.
pvtt
infinitief
pvvt
geb.wijs
vd
od
bn
denkend
bewonderde
zag
stromende
gaan

Slide 9 - Drag question

Afgelopen zomer is Julia's beste vriendin verhuisd naar Zierikzee.
pvtt
infinitief
pvvt
geb.wijs
vd
od
bn
afgelopen
is
verhuisd

Slide 10 - Drag question

De overvallen man smeekte zijn belager: 'Neem mee wat je wilt, maar doe mij niets.'
pvtt
infinitief
pvvt
geb.wijs
vd
od
bn
overvallen
smeekte
neem
wilt
doe

Slide 11 - Drag question

Maak opdracht 2 en 3 op blz. 265
Deze opdrachten gaan we straks bespreken.

Klaar? Maak dan online extra opdrachten (opdracht 6, 7 en 8 van cursus 7 Spelling, paragraaf 5 en 6: tussen 'n/s' en aan elkaar/los)


Slide 12 - Slide

Huiswerk

Slide 13 - Slide