Word order

1 / 40
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, havoLeerjaar 2-4

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Today's goals
  • ik ken de basisregel voor woordvolgorde (wdwww)
  •  ik weet wat bijwoorden zijn en waar ze iets over zeggen
  • ik weet dat bepaalde bijwoorden een vaste plaats innemen in een zin

Slide 2 - Slide

1
2
3
4
5
Kevin
watches
in his room

every night

television

Slide 3 - Drag question

Wat weet je nog over woordvolgorde in het Engels?

Slide 4 - Mind map

Notes! 
De basisregel voor woordvolgorde is:

Wie    -         doet        -          wat        -     waar       -      wanneer.
Keith       watches            television     in his room     every night.

Slide 5 - Slide

wie
doet
wat
waar
wanneer
The parents
bring
to football training

every Sunday

their son

Slide 6 - Drag question

Wie
doet
wat
waar
wanneer

Jack and Pete
are going
to the cinema
tonight
on a date

Slide 7 - Drag question

Notes! 
Let op: de kleinere eenheid komt altijd eerst:

Keith watches television in his room at his father's house.
Helen  arrived  at her appartment  at ten o'clock  last Sunday.

Slide 8 - Slide

1
2
3
4
5

his car
Paul
to his house 
drove
in France 

Slide 9 - Drag question

1
2
3
4
5

Julie
Johnny
at 8 o'clock 
is meeting
on Friday

Slide 10 - Drag question

Notes! 
Adverbs (bijwoorden)
Zeggen iets over:

  • waar (Paris/school)
  • wanneer (yesterday, every day) 
  • hoe vaak (always/never etc) 
  • in welke mate (very/really etc)
  • hoe (carefully/quickly)

iets gebeurt.  Zie p. 248.

Slide 11 - Slide

Adverbs of place 
Bijwoorden die iets zeggen over waar of waarheen staan altijd aan het einde van de zin: 

My bike is in the shed.
Helen  arrived  at her appartment.

Slide 12 - Slide

Adverbs of time 
Bijwoorden die aangeven wanneer iets gebeurt, staan meestal aan het eind van een zin. Als je de tijd extra wil benadrukken, kun je ze ook vooraan in een zin zetten. 

They left two days ago.
At ten o'clock  last Sunday, Helen  arrived  at her appartment.

Slide 13 - Slide

! Donkey bridge !
De P van Place (of plaats) komt voor de T van Time (of tijd) in het alfabet!

They left for France two days ago.
Helen  arrived  at her appartment at ten o'clock  last Sunday. 

Slide 14 - Slide

Which one is correct?
A
She won't go on Friday to the pub.
B
She won't go to the pub on Friday.

Slide 15 - Quiz

Which one is correct?
A
He swims every day in the canal.
B
He swims in the canal every day.

Slide 16 - Quiz

Correct the mistake:

We went last summer on holiday to France.

Slide 17 - Open question

Slide 18 - Slide

Choose the sentence with the correct word order.
A
They always do their homework on Saturday.
B
They do always their homework on Saturday.

Slide 19 - Quiz

Waar staan deze woorden in een zin?

Slide 20 - Slide

Adverbs of frequency
Bijwoorden die aangeven hoe vaak iets gebeurt, kunnen op twee plekken staan:

1. voor het hoofdwerkwoord
We always eat sandwiches for lunch.
We have never seen him before.

Slide 21 - Slide

Adverbs of frequency
2. na een vorm van to be

The teacher is  sometimes late.
Before, he was usually on time.

Slide 22 - Slide

Choose the sentence with the correct word order.
A
We are never late.
B
We never are late.

Slide 23 - Quiz

Choose the sentence with the correct word order.
A
They sometimes listen to music together.
B
They listen sometimes to music together.

Slide 24 - Quiz

Choose the sentence with the correct word order.
A
He usually is happy.
B
He is usually happy.

Slide 25 - Quiz

Put the words in the correct order:
never / studies / He / for English

Slide 26 - Open question

Adverbs of degree
Bijwoorden die aangeven in welke mate iets gebeurt, komen altijd voor het woord waar ze iets over zeggen. 

That is really kind of you.
I am almost finished.


Slide 27 - Slide

Choose the sentence with the correct word order.
A
She is a nice very person.
B
She is a very nice person.

Slide 28 - Quiz

Adverbs of manner
Bijwoorden die aangeven hoe iets gebeurt, maak je meestal door -ly achter het bijv. naamwoord te zetten (slowly, loudly etc).  
Staan meestal aan het einde van de zin maar voor het bijwoord van tijd.

She played the bass beautifully yesterday.


Slide 29 - Slide

Choose the sentence with the correct word order.
A
She climbs carefully the ladder.
B
She climbs the ladder carefully.

Slide 30 - Quiz

Slide 31 - Slide

Correct word order:
her / in town / yesterday / I / met/ at a restaurant
A
I met her at a restaurant in town yesterday.
B
I met her yesterday in town at a restaurant.
C
I yesterday met her at a restaurant in town.
D
I met yesterday her in town at a restaurant.

Slide 32 - Quiz

Correct word order:

always / The Foo Fighters / at their concerts / play their biggest hits
A
The Foo Fighters play at their concerts their biggest hits always.
B
The Foo Fighters play their biggest hits at their concerts always.
C
The Foo Fighters always play their biggest hits at their concerts.
D
The Foo Fighters play always their biggest hits at their concerts.

Slide 33 - Quiz

Correct word order:
Billie / at the Lowlands Festival /
in 2019 / performed
A
Billie performed at the Lowlands Festival in 2019.
B
Billie performed in 2019 at the Lowlands Festival.
C
Billie in 2019 performed at the Lowlands Festival.
D
In 2019, Billie performed at the Lowlands Festival.

Slide 34 - Quiz

Bijwoorden van plaats (waar) en tijd (wanneer) staan meestal aan het _________ van de zin.
A
begin
B
einde

Slide 35 - Quiz

Wat is de basisregel?
A
Wie doet wanneer wat waar
B
Wie doet wat wanneer waar
C
Wie doet wat waar wanneer
D
Wat doet wie wanneer waar

Slide 36 - Quiz

will bring / I / tomorrow / to school /my reading book

Slide 37 - Open question

Today's goals
  • ik ken de basisregel voor woordvolgorde (wdwww)
  •  ik weet wat bijwoorden zijn en waar ze iets over zeggen
  • ik weet dat bepaalde bijwoorden een vaste plaats innemen in een zin

Slide 38 - Slide

Hoe vond je het gaan?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 39 - Poll

Today
  • word order
  • work on Unit 6.2 

Slide 40 - Slide