Les 3 - periode 3 (H3)

Welkom!
Als de timer is afgelopen heb je...
  • Webcam aan;
  • Aantekeningenschrift bij de hand.
timer
3:00
1 / 38
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Welkom!
Als de timer is afgelopen heb je...
  • Webcam aan;
  • Aantekeningenschrift bij de hand.
timer
3:00

Slide 1 - Slide

Voordat we aan aardrijkskunde beginnen:

-
Mededeling mentor: 

- Brieven Succes / MBO / Doubleren
- Invullen reflectieformulier. Klik op het rode envelopje om deze meteen in te vullen.  
timer
6:00

Slide 2 - Slide

Startopdracht: 3 vragen

Slide 3 - Slide

Waarom is Eindhoven een goed voorbeeld van een kenniseconomie en creatieve stad?
timer
2:00

Slide 4 - Open question

De creatieve sector heeft invloed op de economie van de stad. Welke zin is juist?
timer
1:00
A
De invloed is negatief, de creatieve sector kent veel start-ups die voor het grootste deel mislukken.
B
De invloed is positief, de creatieve sector biedt werk aan veel werklozen en laagopgeleide mensen.
C
De invloed is positief, de creatieve sector heeft veel hoogopgeleide inwoners die in de stad hun geld uitgeven.
D
De invloed is positief noch negatief, de creatieve sector is buiten de stad gevestigd en heeft weinig invloed.

Slide 5 - Quiz

Noem twee redenen waarom
een stad graag creatieve bedrijven aantrekt
Noem twee redenen waarom een stad graag creatieve bedrijven aantrekt. 
timer
1:00

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

Herhaling: De economie van de stad
  • Wat is een productiefactor?
  • Waarom is het menselijk brein onze belangrijkste productiefactor?
  • Waarom werkt het menselijke brein het beste in een stedelijke omgeving?
  • Waarom zijn mensen die in creatieve beroepen werken een motor voor economische ontwikkeling?
  • Wat bedoelen we met duale arbeidsmarkt?
  • Waarom zorgt kenniseconomie voor sociale ongelijkheid?
  • Welke problemen komen er voor in de steden? Welke oplossing bieden smart cities voor deze problemen?

Slide 8 - Slide

Vandaag

Slide 9 - Slide

Vandaag
- Opfrissen §3.1-§3.2
- Uitleg & oefenen §3.3 + §3.4

Slide 10 - Slide

Vandaag
  • §3 & §4 : Verstedelijking en bestuur + Vernieuwde stad

Slide 11 - Slide

Pak je aantekeningenschrift erbij


= aantekeningen maken

Slide 12 - Slide

3.3 Verstedelijking en het bestuur

Slide 13 - Slide

Bestuurlijke niveaus
Het openbaar bestuur werkt op de drie schaalniveaus samen aan ruimtelijke ordening. 
Van hoog naar laag schaalniveau:
  • Rijk
  • 12 provincies
  • 388 gemeenten (1-1-2017)

Let op: hiërarchie!  
Beleid van lager niveau mag niet tegen beleid van hoger niveau ingaan.

Slide 14 - Slide

Het rijk
Alles van nationaal belang  zoals: 
De economie, de snelwegen, becherming tegen de zee, het milieu en het behouden van de natuur en cultuur. 

Slide 15 - Slide

Provincies
Voeren het landschapsbeleid uit. 

Bv: het groen rondom de steden en het onderhouden van de provinciale wegen. 

Slide 16 - Slide

Gemeenten
Verantwoordelijk voor woningbouw, bedrijventerreinen. 

Daarnaast zijn er nog waterschappen deze beheren de waterhuishouding in het land. 

Slide 17 - Slide

Bestuurlijke samenwerking
Er zijn 22 stadsgewesten in Nederland.


Waarom bepaalt de stadsgewest het aantal nieuwbouwwoningen en niet de gemeentes?



Afstemming tussen gemeenten nodig, voorkomen leegstand of tekort.
Bijvoorbeeld: groeiende stad, krimpende groeikernen.
Functionele eenheid van een grote stad met omliggende plaatsen.

Slide 18 - Slide

Regionale samenwerking
Amersfoort overlegt met omliggende gemeenten over nieuwe recreatiemogelijkheden.

Welke relaties hebben al deze gemeenten met Amersfoort?
  • werk (forensisme)
  • voorzieningen (winkels, horeca, ziekenhuis, opleidingen, recreatiemogelijkheden)

Slide 19 - Slide

Publiek-private samenwerking
Samenwerking tussen overheid (publieke belangen) en het bedrijfsleven (gericht op winst maken)


Slide 20 - Slide

    Opgelet?

Slide 21 - Slide

Is verantwoordelijk voor de aanleg van nieuwe spoorlijnen
timer
0:40
A
Rijksoverheid
B
Provincie
C
Gemeente

Slide 22 - Quiz

Is verantwoordelijk voor de aanleg van een nieuwe woonwijk
timer
0:40
A
Rijksoverheid
B
Provincie
C
Gemeente

Slide 23 - Quiz

Almere en Lelystad leggen een fietssnelweg aan
timer
0:40
A
Regionale samenwerking
B
Publiek-private samenwerking

Slide 24 - Quiz

Welke overheid heeft het meeste "macht" als het gaat om ruimtelijke ordening
timer
0:40
A
Rijksoverheid
B
Provincie
C
Gemeente

Slide 25 - Quiz

3.4 Vernieuwde stad

Slide 26 - Slide

Steden hebben een goede mix van woonwijken nodig.


Meer dan voorheen blijven jongeren na een opleiding in de stad wonen.


Daardoor is er in steden een gevarieerde bevolkingssamenstelling.


Er zijn wijken nodig voor verschillende soorten mensen in verschillende sociaaleconomische klassen.

Slide 27 - Slide

Wat valt op aan deze twee figuren?

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Video

Probleemwijken
Segregatie -> goede en slechte wijken.
Slechte wijken: probleemwijken, verpaupering, afname aantal voorzieningen, asociaal gedrag etc.   -> Waardoor?

Oplossing: 
1980: stadsvernieuwing
1990: herstructurering


Slide 30 - Slide

Probleemwijk
Kenmerken van probleemwijken:
  • Goedkope huurwoningen
  • Eenzijdige bevolkingssamenstelling
  • Sociaaleconomisch kansarme bewoners
  • Slechte woonomgeving

Welke wijken?
  • Negentiende-eeuwse arbeiderswijken (niet geherstructureerd)
  • Naoorlogse flatwijken

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Stadsvernieuwing
  • Renovatie 
  • Sanering: sloop en nieuwbouw

Doel: Het verbeteren van de kwaliteit van de woningen.

Welk gevolg heeft dit voor de bevolkingssamenstelling?
  • eenzijdig: weinig koopkracht , met name
    ouderen, studenten en immigranten. 

Slide 33 - Slide

Herstructurering
Verbeteren kwaliteit woningen, woningaanbod en openbare ruimte.
-> Slechtste woningen worden duurder en luxer. 

Gevolgen:
  • Bevolkingssamenstelling verandert: rijkere mensen met meer koopkracht
  • Hoger voorzieningenniveau

Slide 34 - Slide

Gentrification
 aantrekken hoger opgeleide bevolking om meer verscheidenheid aan te brengen in de bevolkingssamenstelling

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Welke segregatie blijft?

Slide 37 - Slide

Verwerken
Wat? Maken §3.3: opdr. 1,4,5 & §3.4: opdr. 2,3,6.
Hoe? Alleen 
Klaar? Inleveren in Google Classroom.

timer
10:00

Slide 38 - Slide