Voeding en vocht

Voeding en vocht
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Voeding en vocht

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is de functie van voeding en vocht?

Slide 4 - Mind map

Voeding zorgt voor 
  • de opbouw en 
  • het herstel van het lichaam, 
  • levert energie en 
  • regelt alle lichaamsprocessen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke voedingsstoffen ken je?

Slide 6 - Mind map

Koolhydraten
Vetten 
Mineralen 
Eiwitten (aminozuren) 
Vitaminen 
Water 
Energie? 
De hoeveelheid energie die een voedingsstof levert, wordt uitgedrukt in kilojoules (kJ) per gram. 
Vroeger gebruikte men hiervoor kilocalorieën (kcal). 
Eén kilocalorie is de hoeveelheid energie die nodig is om één liter water één graad Celsius te verwarmen. 
Eén kcal komt overeen met 4,2 kJ. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat is basaal metabolisme?
A
specifieke voeding
B
grondstofwisseling
C
energiebehoefte
D
opbouwfase

Slide 9 - Quiz

Het basale metabolisme, afgekort BM, hangt af van de gezondheid, de lichaamsgrootte, het gewicht, de lichaamssamenstelling, de leeftijd en het geslacht.
Functie van vocht?

Slide 10 - Mind map

Vocht heeft verschillende functies in het lichaam.
  • Het is een bouwstof.
  • Het is een oplosmiddel en transportmiddel.
  • Het reguleert de warmte van het lichaam.

Uit hoeveel vocht bestaat de volwassen mens?
A
40%
B
50%
C
60%
D
70%

Slide 11 - Quiz

Het lichaam van een volwassene bestaat voor ongeveer 60% uit water en daarin opgeloste bestanddelen. Bij een baby is dit zelfs meer dan 70%.
Vochtverlies is gevaarlijk, hoeveel vochtverlies is dodelijk?
A
20%
B
30%
C
40%
D
50%

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Zorgbehoefte voeding inschatten?

Slide 13 - Mind map

 gegevens over
  • leeftijd en ontwikkelingsfase
  •  eet- en drinkgewoonten (soorten en hoeveelheden)
  • eetlust
  • lengte en lichaamsgewicht, eventueel het gewichtsverloop van de laatste maand(en
  • conditie
  • medicatie
  • slikklachten
  • problemen met het gebit
  • activiteiten
  • ziektebeeld
  • gebruik van hulpmiddelen
  • kennis van de zorgvrager over zijn ziekte
  • houding van de zorgvrager tegenover zijn ziekte en de bijbehorende beperkingen (denk aan een stoma)
  •  sociale, economische, culturele en religieuze achtergrond van de zorgvrager met betrekking tot voeding
  • voorgeschiedenis
  • Klimaat 

Wat observeren we bij de zorgvrager?

Slide 14 - Mind map

1. Je observeert wat de zorgvrager eet en drinkt. J
2. Je observeert het gedrag tijdens het eten. Hierbij ga je na hoe de zorgvrager met voeding en vocht omgaat, welke factoren zijn eetlust beïnvloeden en in hoeverre hij zelf voor zijn voeding en vocht kan zorgen.
3. Je observeert hoe de zorgvrager omgaat met voedings- en dieetvoorschriften.
4. Je observeert voedingsproblemen, zoals misselijkheid, braken, diarree en andere problemen die te maken kunnen hebben met inname van vocht en voeding.

Slide 15 - Link

Waarom vernietigd vanillevla onze hersenen? 

Een lezing op de Universiteit van Nederland van professor Scherder.
Waarom vernietig 
Ondersteunen bij eten en drinken 
• Sluit aan bij de behoeften van de zorgvrager.
• Zorg voor inspraak in de samenstelling van het menu. Laat de zorgvrager meedenken.
• Benader de zorgvrager rustig en overzichtelijk.
• Zorg voor een goede eethouding van de zorgvrager.
• Zorg voor een prettige omgeving.
• Zorg ervoor dat het eten smaakvol wordt opgediend: op temperatuur en aantrekkelijk opgemaakt op het bord.
• Pas je tempo aan de zorgvrager aan.
• Moedig zelfzorgactiviteiten aan. Geef uitleg over aspecten van eten en drinken, en hulpmiddelen daarbij.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Hulpmiddelen 

Slide 18 - Slide

  • bestek met verdikte, verstelbare en losse handgrepen
  • bekers met een of twee handgrepen, met gesloten oren
  • bekers met korte en lange tuitjes
  • bekers in hoekvorm, met een linkshandige en/of rechtshandige functie
  • bekers in kiepvorm
  • bekerhouders in verschillende uitvoeringen op voet, zonder voet, met tuimelbekervoet
  • dikke en dunne rietjes, buigzame rietjes
  • bekers met een rietjesuitsparing of neusuitsparing
  • bestekhouders
  • servies met bordranden om morsen te voorkomen
  • losse bordranden zodat het eten niet wegschuift
  • borden met anti-schuifnappen

Free-learning module 
Maak de module eten, drinken en slikken. 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

LA-vochtbalans

Slide 20 - Slide

This item has no instructions