This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 90 min
Report this lesson
Items in this lesson
Leereenheid
Wassen en strijken
Slide 1 - Slide
Inhoud les
Opstart
Terugkijken
introductie hoofdstuk 5 profiel
Wassen
Wasmachine
Strijken
Slide 2 - Slide
Opstart
Omschrijf je weekend in 3 woorden Schrijf ze op het wisbordje, maak ze eventueel visueel
Slide 3 - Slide
HACCP
Wat is het ook alweer? Omschrijf waar je op moet letten op je wisbordje Overleg daarna met je buurvrouw/buurman
Slide 4 - Slide
Introductie hoofdstuk 5
Lezen introductie hoofdstuk 5 Schrijf op je wisbord de werkzaamheden die beschreven worden
Slide 5 - Slide
Wassen
Lees uit het profielboek van hoofdstuk 5.3 - soorten stoffen - wasproces
timer
15:00
Slide 6 - Slide
Natuurlijke vezels komen uit de natuur
A
Waar
B
Niet waar
Slide 7 - Quiz
Wollen kleding moet opgehangen worden
A
Waar
B
Niet waar
Slide 8 - Quiz
Katoen is makkelijk te strijken
A
Waar
B
Niet waar
Slide 9 - Quiz
Synthetische vezels behoren ook tot natuurlijke vezels
A
Waar
B
Niet waar
Slide 10 - Quiz
Bij het sorteren van de was is het belangrijk dat je de waslabels leest
A
Waar
B
Niet waar
Slide 11 - Quiz
Noem 1 ding wat er kan gebeuren als je teveel wasmiddel gebruikt
Slide 12 - Open question
Hoe weet je welk wasprogramma je moet kiezen?
Slide 13 - Open question
Besmet wasgoed is wasgoed dat in contact is gekomen met lichaamsvocht, zoals bloed, slijm, braaksel, urine, ontlasting. Hierbij is het belangrijk om zorgvuldig te werk te gaan om verdere verspreiding van besmetting te voorkomen en jezelf te beschermen.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 14 - Quiz
De opdracht 'Wassen' staat klaar in Teams
Maak de opdracht in tweetallen
Slide 15 - Slide
Energizer - wasmand
Maak een kring
1 iemand = de wasmand en staat in het midden. Deze roep T-shirt - armen wijd spreiden Sokken - op 1 been springen Spijkerbroek - handen op de knieën Trui - jezelf een knuffel geven Roept de wasmand 'wasmachine' dan moet iedereen van plek wisselen. De wasmand probeert ondertussen een plek in de kring te bemachtigen. Degene die overblijft in het midden wordt de nieuwe wasmand.
Slide 16 - Slide
Waslabel
Slide 17 - Slide
Strijken
Als de was (strijk)droog is, strijk je als het nodig is. Strijken verwijdert vouwen en kreukels uit textiel, doodt bacteriën door de hitte en geeft kleding een verzorgde uitstraling.
Slide 18 - Slide
Strijklabel
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Video
Slide 21 - Video
Lees en voer de opdracht 'strijken' uit
Maak weer tweetallen
Slide 22 - Slide
Schrijf op je wisbordje
1. Ik heb vandaag geleerd dat ..
2. Ik vond de les slecht/matig/goed/leuk of eigen invulling