Hoofdstuk 1
Learning objective
Hoofdstuk 1
Learning objective
Wat gaan we deze les doen
Wat mag wel/Wat mag niet
Inloggen LWEO/Learnbeat
Herhaling hoofdstuk 1
Zelf opdrachten maken
Wat mag wel/wat mag niet
Zorg dat je je boeken/schriften bij je hebt
Je mag, bij het maken van je huiswerk, samenwerken met je buurvrouw/man
Vragen stellen mag altijd
Water drinken (geen ander drinken) mag
Kauwgom/petjes/jassen mag niet
Geen telefoon
Antwoorden staan online. Je moet dan ook zelf je huiswerk nakijken. Snap je het niet, dan stel je vragen in de klas (tijdens het maken van je huiswerk of begin van volgende les)
Laptop alleen gebruiken voor de antwoorden/lesson up. Geen chatten of iets anders. Dan wordt het gebruik in de klas niet meer toegestaan
Inloggen LWEO/learnbeat
LWEO: Antwoorden: klassecode: Y5W6XZ
Learnbeat: oefenmateriaal. Jullie zijn allemaal al toegevoegd aan de klas.
Leerdoelen
Weten wat de kenmerken zijn dan de marktvorm volledige mededinging/volkomen concurrentie
Volkomen concurrentie/volledige mededinging
Kenmerken marktvorm volledige mededinging:
Groot aantal aanbieders (hebben geen invloed op de prijs)
Homogeen product
Vrije toe- en uittreding
Transparant/doorzichtige markt
Homogeen product: Goederen en diensten waarvan alle exemplaren in de ogen van de consument identiek zijn. Aanbieder is niet belangrijk.
Heterogeen product: Goederen en diensten waarvan de exemplaren in de ogen van de consument verschillen. Aanbieder is wel belangrijk
Volkomen concurrentie/volledige mededinging
Transparant: Doorzichtig. De belangrijkste gegevens over de markt zijn helder en duidelijk te verkrijgen.
Vrije toe- en uittreding: Er zijn geen belemmeringen om tot een markt toe te treden, zoals vestigingseisen en er zijn geen belemmeringen om uit een markt te stappen
Aanbieders
Marktaandeel van de individuele aanbieders is zo klein dat ze de prijs niet zelfstandig kunnen vaststellen
Daarom MO = P (MO = marginale opbrengst, de extra opbrengst van 1 extra verkocht product)
hoeveelheidsaanpassers
MK functie = individuele aanbodfunctie
Maximale winst
Bij proportionele variabele kosten: Als MO > MK (MK = constant) dan produceren tot aan productiecapaciteit
Als MO < MK dan stoppen met produceren
Bij niet proportioneel variabele kosten:
MO = TO' (afgeleiden van TO)
MK = MK'(afgeleide van TK)
Dan MO = MK.
Differentiëren (afgeleide nemen): f(q) = a x qn --> afgeleide bepalen f'(q) = n x a x qn-1
Toetreders tot de markt
Vrije toe- en uittreding --> aanbieders zullen toetreden zolang er winst gemaakt kan worden, dus zolang MO > MK.
Als het aanbod op de markt stijgt zal de prijs dalen
Er zullen geen toetreders meer zijn op het moment dat MO = MK.
Maar als de prijs daalt zal de vraag stijgen. Hoeveel is afhankelijk van de elasticiteit .
Inelastisch als Ev tussen -1 en 1 inligt
Elastisch als EV kleiner dan -1 of groter dan 1.
Huiswerk
Maken opdrachten 1.3, 1.8, 1.10, 1.11 en 1.15
Wat gaan we deze les doen?
bespreken huiswerk
resterende theorie hfst 1
zelf maken opdrachten
Dynamiek op de markt
Bij de modellen gaan we ervan uit dat gegevens zoals vraag, kosten en marktprijs vast liggen.
In werkelijkheid veranderen allerlei zaken.
In de economie gaan we altijd uit van 1 verandering, de rest blijft constant (ceteris paribus)
Verandering kosten
Verandering marginale kosten --> verandering aanbodfunctie want aanbieder houdt een kleiner deel over/winstmarge lager
Voorbeeld:
Qa = 2P-40
De grondstofkosten worden 10 euro hoger --> er blijft 10 euro minder over voor de aanbieder
Qa = 2(P-10)-40 = 2P - 20 -40 = 2P - 60
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
Maken opdrachten 1.18, 1.20, 1.32, 1.33 en 1.34
Wat gaan we deze les doen
Bespreken huiswerk
Theorie hoofdstuk 2
Zelf maken opdrachten
Bespreken huiswerk
Opgave 1.33
Wat jullie verder willen bespreken
Hoofdstuk 2 Monopolistische concurrentie
Kenmerken marktvorm monopolistische concurrentie:
Groot aantal aanbieders
Heterogeen product
Vrije toe- en uittreding
Lage transparantie
--> doordat het heterogene producten zijn en veel aanbieders is het lastig om prijs en kwaliteit van producten te vergelijken --> aanbieders zijn beperkte prijszetters
Productdifferentiatie
Productdifferentiatie: aanbrengen van een onderscheidend kenmerk ten opzichte van concurrerende producten
--> dit zorgt voor heterogene producten
Het zetten van een prijs
Iedere aanbieder zijn eigen unieke prijsafzetfunctie (hoeveel een aanbieder bij elke prijs kan verkopen) --> dalend verloop (als prijs omhoog, vraag omlaag) --> MO is niet meer gelijk aan GO.
Doelstellingen
Maximale winst: MO = MK
Maximale omzet: MO = 0
Break-even: TO = TK
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
Opdrachten 2.4, 2.6, 2.11, 2.19
Wat gaan we deze les doen?
Bespreken huiswerk
Zelf maken opdrachten (je krijgt nog twee oefenopdrachten)
Bespreken huiswerk
Opdracht 2.11
Wat jullie verder willen bespreken
Te maken opdrachten
Opdrachten 2.20 en 2.21 en twee oefenopdrachten
Wat gaan we doen deze les (8-9)
bespreken huiswerk
Behandelen theorie hoofdstuk 3
Zelf opdrachten maken
Bespreken huiswerk
tekenen van grafieken (winst, omzet consumentensurplus, producentensurplus)
Vragen?
Oligopolie
Leerdoelen:
je weet wat de kenmerken zijn van een oligopolie
je weet hoe je het marktaandeel kunt berekenen
je weet de oorzaken van het ontstaan van een oligopolie
Oligopolie
Kenmerken:
Beperkt aantal aanbieders
homogeen/heterogeen product
Toetredingsbarrières zijn hoog
Hoe groter de verschillen in producten des te minder transparant is de markt
Marktaandeel kan ook in omzet weer gegeven worden.
Oligopolie
Toetredingsbarrières:
Schaalvoordelen: door grote hoeveelheden te produceren worden kosten per product lager)
Verzonken kosten (kosten die je niet kunt terugverdienen als het bedrijf stopt)
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
Maken opdrachten 3.1 t/m 3.4
Wat gaan we doen deze les (9-9)
Bespreken huiswerk
Theorie hfst 3 (speltheorie)
Zelf maken opdrachten
Bespreken huiswerk
Opgave 3.4
Verdere vragen?
Leerdoelen
Oligopolie
Oligopolist is prijszetter
Willen geen extra concurrentie daarom vaak stilzwijgende prijsafspraken
Moeilijker extra concurrentie vanwege toetredingsbarrières
Risico op prijzenoorlog (concurreren op prijzen)
Voorkeur voor bijv. productdifferentiatie.
Speltheorie
Een spel is een gevangenendilemma als
beide spelers een dominante strategie hebben
de uitkomst niet de optimale uitkomst is
Gevangenendilemma
Voorbeeld: twee kappers hebben afgesproken niet te stunten met de prijs op blackfriday. Hieronder de opbrenstenmatrix voor de twee kappers
Gevangenendilemma
bepalen dominante strategie:
als Het Haarhuisje zich aan de afspraak houdt dan zal Dorpse Smit de afspraak breken want 900 > 700
Als Het Haarhuisje de afspraak breekt dan zal Dorpse Smit de afspraak breken want 500> 400
De dominante strategie voor Dorpse Smit is dus de afspraak breken
Omdat de getallen gespiegeld zijn geldt voor Het Haarhuisje dezelfde dominante strategie.
gevangenendilemma
De uitkomst is suboptimaal want nu krijgen ze beide 500 euro en anders beide 700 euro.
Hier is dus sprake van een gevangenendilemma want beide spelers hebben een dominante strategie en de uitkomst is suboptimaal
--> de uitwerking moet compleet zijn dus met uitleg dominante strategie en waarom is de uitkomst suboptimaal
Te maken opdrachten
opdrachten 3.5 t/m 3.8
Slide titel
Slide tekst
Wat gaan we deze les (10-9) doen?
Bespreken huiswerk
Uitleg spelboom
zelf maken opdrachten
Huiswerk
Bespreken opgave 3.6
Verdere vragen
Opgave 3.6
Prijsafzetfunctie voor campagne: qsw = -2psw + 2pfd + 4
Campagne omvat:
klantenbinding van bestaande klanten: de functie wordt minder gevoelig voor een prijsverandering van sw --> de coefficient voor psw wordt kleiner
aantrekken van klanten flavoured drinks: de functie wordt juist gevoeliger voor een prijsverandering van pfd: de coefficient voor pfd wordt groter
aantrekken van nieuwe klanten: ongeachte de prijzen wordt het aantal klanten groter: de 4 moet hoger worden.
De functie die hieraan voldoet is VI!
opgave 3.6b
Als fd ook zijn campagne aanpast weet je niet wat er gaat veranderen (je hebt geen situatie van ceteris paribus)
Spelboom
Een gevangenendilemma is een simultaan spel (de spelers nemen tegelijkertijd een beslissing).
Als spelers na elkaar een beslissing nemen krijg je een sequentieel spel. Dit geef je weer in een spelboom.
Spelboom
Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)
Maken opdrachten 3.9 t/m 3.12
Slide titel
Slide tekst