Marktgedrag

Hoofdstuk 1

Learning objective

1 / 49
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieVoortgezet speciaal onderwijsMiddelbare schoolvwoLeerroute VLeerjaar 5

This lesson contains 49 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 1

Learning objective

Wat gaan we deze les doen

  • Wat mag wel/Wat mag niet

  • Inloggen LWEO/Learnbeat

  • Herhaling hoofdstuk 1

  • Zelf opdrachten maken

Wat mag wel/wat mag niet

  • Zorg dat je je boeken/schriften bij je hebt

  • Je mag, bij het maken van je huiswerk, samenwerken met je buurvrouw/man

  • Vragen stellen mag altijd

  • Water drinken (geen ander drinken) mag

  • Kauwgom/petjes/jassen mag niet

  • Geen telefoon

  • Antwoorden staan online. Je moet dan ook zelf je huiswerk nakijken. Snap je het niet, dan stel je vragen in de klas (tijdens het maken van je huiswerk of begin van volgende les)

  • Laptop alleen gebruiken voor de antwoorden/lesson up. Geen chatten of iets anders. Dan wordt het gebruik in de klas niet meer toegestaan

Inloggen LWEO/learnbeat

LWEO: Antwoorden: klassecode: Y5W6XZ


Learnbeat: oefenmateriaal. Jullie zijn allemaal al toegevoegd aan de klas.

Leerdoelen

  • Weten wat de kenmerken zijn dan de marktvorm volledige mededinging/volkomen concurrentie

Volkomen concurrentie/volledige mededinging

Kenmerken marktvorm volledige mededinging:

  • Groot aantal aanbieders (hebben geen invloed op de prijs)

  • Homogeen product

  • Vrije toe- en uittreding

  • Transparant/doorzichtige markt


Homogeen product: Goederen en diensten waarvan alle exemplaren in de ogen van de consument identiek zijn. Aanbieder is niet belangrijk.


Heterogeen product: Goederen en diensten waarvan de exemplaren in de ogen van de consument verschillen. Aanbieder is wel belangrijk

Volkomen concurrentie/volledige mededinging

Transparant: Doorzichtig. De belangrijkste gegevens over de markt zijn helder en duidelijk te verkrijgen.


Vrije toe- en uittreding: Er zijn geen belemmeringen om tot een markt toe te treden, zoals vestigingseisen en er zijn geen belemmeringen om uit een markt te stappen

Aanbieders

  • Marktaandeel van de individuele aanbieders is zo klein dat ze de prijs niet zelfstandig kunnen vaststellen

  • Daarom MO = P (MO = marginale opbrengst, de extra opbrengst van 1 extra verkocht product)

  • hoeveelheidsaanpassers

  • MK functie = individuele aanbodfunctie

Maximale winst

Bij proportionele variabele kosten: Als MO > MK (MK = constant) dan produceren tot aan productiecapaciteit

Als MO < MK dan stoppen met produceren


Bij niet proportioneel variabele kosten:

MO = TO' (afgeleiden van TO)

MK = MK'(afgeleide van TK)

Dan MO = MK.

Differentiëren (afgeleide nemen): f(q) = a x qn --> afgeleide bepalen f'(q) = n x a x qn-1

Toetreders tot de markt

Vrije toe- en uittreding --> aanbieders zullen toetreden zolang er winst gemaakt kan worden, dus zolang MO > MK.

Als het aanbod op de markt stijgt zal de prijs dalen

Er zullen geen toetreders meer zijn op het moment dat MO = MK.

Maar als de prijs daalt zal de vraag stijgen. Hoeveel is afhankelijk van de elasticiteit .




Inelastisch als Ev tussen -1 en 1 inligt

Elastisch als EV kleiner dan -1 of groter dan 1.


Huiswerk

Maken opdrachten 1.3, 1.8, 1.10, 1.11 en 1.15

Wat gaan we deze les doen?

  • bespreken huiswerk

  • resterende theorie hfst 1

  • zelf maken opdrachten

Dynamiek op de markt

  • Bij de modellen gaan we ervan uit dat gegevens zoals vraag, kosten en marktprijs vast liggen.

  • In werkelijkheid veranderen allerlei zaken.

  • In de economie gaan we altijd uit van 1 verandering, de rest blijft constant (ceteris paribus)

Verandering kosten

  • Verandering marginale kosten --> verandering aanbodfunctie want aanbieder houdt een kleiner deel over/winstmarge lager

  • Voorbeeld:

  • Qa = 2P-40

  • De grondstofkosten worden 10 euro hoger --> er blijft 10 euro minder over voor de aanbieder

  • Qa = 2(P-10)-40 = 2P - 20 -40 = 2P - 60

Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)

Maken opdrachten 1.18, 1.20, 1.32, 1.33 en 1.34

Wat gaan we deze les doen

  • Bespreken huiswerk

  • Theorie hoofdstuk 2

  • Zelf maken opdrachten

Bespreken huiswerk

Opgave 1.33

Wat jullie verder willen bespreken

Hoofdstuk 2 Monopolistische concurrentie

Kenmerken marktvorm monopolistische concurrentie:

  • Groot aantal aanbieders

  • Heterogeen product

  • Vrije toe- en uittreding

  • Lage transparantie

--> doordat het heterogene producten zijn en veel aanbieders is het lastig om prijs en kwaliteit van producten te vergelijken --> aanbieders zijn beperkte prijszetters

Productdifferentiatie

Productdifferentiatie: aanbrengen van een onderscheidend kenmerk ten opzichte van concurrerende producten

--> dit zorgt voor heterogene producten

Het zetten van een prijs

Iedere aanbieder zijn eigen unieke prijsafzetfunctie (hoeveel een aanbieder bij elke prijs kan verkopen) --> dalend verloop (als prijs omhoog, vraag omlaag) --> MO is niet meer gelijk aan GO.

Doelstellingen

Maximale winst: MO = MK

Maximale omzet: MO = 0

Break-even: TO = TK

Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)

Opdrachten 2.4, 2.6, 2.11, 2.19

Wat gaan we deze les doen?

  • Bespreken huiswerk

  • Zelf maken opdrachten (je krijgt nog twee oefenopdrachten)

Bespreken huiswerk

Opdracht 2.11

Wat jullie verder willen bespreken

Te maken opdrachten

Opdrachten 2.20 en 2.21 en twee oefenopdrachten

Wat gaan we doen deze les (8-9)

  • bespreken huiswerk

  • Behandelen theorie hoofdstuk 3

  • Zelf opdrachten maken

Bespreken huiswerk

  • tekenen van grafieken (winst, omzet consumentensurplus, producentensurplus)

  • Vragen?

Oligopolie

Leerdoelen:

  • je weet wat de kenmerken zijn van een oligopolie

  • je weet hoe je het marktaandeel kunt berekenen

  • je weet de oorzaken van het ontstaan van een oligopolie

Oligopolie

Kenmerken:

  • Beperkt aantal aanbieders

  • homogeen/heterogeen product

  • Toetredingsbarrières zijn hoog

  • Hoe groter de verschillen in producten des te minder transparant is de markt




Marktaandeel kan ook in omzet weer gegeven worden.

Oligopolie

Toetredingsbarrières:

  • Schaalvoordelen: door grote hoeveelheden te produceren worden kosten per product lager)

  • Verzonken kosten (kosten die je niet kunt terugverdienen als het bedrijf stopt)


Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)

Maken opdrachten 3.1 t/m 3.4

Wat gaan we doen deze les (9-9)

  • Bespreken huiswerk

  • Theorie hfst 3 (speltheorie)

  • Zelf maken opdrachten

Bespreken huiswerk

Opgave 3.4

Verdere vragen?

Leerdoelen


Oligopolie

  • Oligopolist is prijszetter

  • Willen geen extra concurrentie daarom vaak stilzwijgende prijsafspraken

  • Moeilijker extra concurrentie vanwege toetredingsbarrières

  • Risico op prijzenoorlog (concurreren op prijzen)

  • Voorkeur voor bijv. productdifferentiatie.

Speltheorie

  • Een spel is een gevangenendilemma als

    • beide spelers een dominante strategie hebben

    • de uitkomst niet de optimale uitkomst is

Gevangenendilemma

Voorbeeld: twee kappers hebben afgesproken niet te stunten met de prijs op blackfriday. Hieronder de opbrenstenmatrix voor de twee kappers


Gevangenendilemma

bepalen dominante strategie:

  • als Het Haarhuisje zich aan de afspraak houdt dan zal Dorpse Smit de afspraak breken want 900 > 700

  • Als Het Haarhuisje de afspraak breekt dan zal Dorpse Smit de afspraak breken want 500> 400

  • De dominante strategie voor Dorpse Smit is dus de afspraak breken

  • Omdat de getallen gespiegeld zijn geldt voor Het Haarhuisje dezelfde dominante strategie.

gevangenendilemma

De uitkomst is suboptimaal want nu krijgen ze beide 500 euro en anders beide 700 euro.

Hier is dus sprake van een gevangenendilemma want beide spelers hebben een dominante strategie en de uitkomst is suboptimaal

--> de uitwerking moet compleet zijn dus met uitleg dominante strategie en waarom is de uitkomst suboptimaal

Te maken opdrachten

opdrachten 3.5 t/m 3.8

Slide titel

Slide tekst

Wat gaan we deze les (10-9) doen?

  • Bespreken huiswerk

  • Uitleg spelboom

  • zelf maken opdrachten

Huiswerk

Bespreken opgave 3.6

Verdere vragen

Opgave 3.6

Prijsafzetfunctie voor campagne: qsw = -2psw + 2pfd + 4

Campagne omvat:

  • klantenbinding van bestaande klanten: de functie wordt minder gevoelig voor een prijsverandering van sw --> de coefficient voor psw wordt kleiner

  • aantrekken van klanten flavoured drinks: de functie wordt juist gevoeliger voor een prijsverandering van pfd: de coefficient voor pfd wordt groter

  • aantrekken van nieuwe klanten: ongeachte de prijzen wordt het aantal klanten groter: de 4 moet hoger worden.


De functie die hieraan voldoet is VI!

opgave 3.6b

Als fd ook zijn campagne aanpast weet je niet wat er gaat veranderen (je hebt geen situatie van ceteris paribus)

Spelboom

Een gevangenendilemma is een simultaan spel (de spelers nemen tegelijkertijd een beslissing).

Als spelers na elkaar een beslissing nemen krijg je een sequentieel spel. Dit geef je weer in een spelboom.

Spelboom


Te maken opdrachten (wat niet af is, is huiswerk)

Maken opdrachten 3.9 t/m 3.12

Slide titel

Slide tekst