Alle naamvallen + vaste voorzetsels HAVO/VWO

1 / 12
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Je kunt naamvallen ook bepalen door te kijken of er een vorzetsel in de zin zit
- Je kunt naamvallen ook bepalen door te kijken of er 
  voorzetsels in de zin staan.

- Voorzetsels hebben namelijk een voorrangsregel; zie je die in een zinsdeel, dan hoef je niet meer te ontleden.

- je hebt vaste voorzetsels en keuze voorzetsels

- vandaag behandelen we de vaste voorzetsels

Slide 2 - Slide

Naast de naamvallen heb je ook nog voorzetsels
Het bepalen van naamvallen doe je door het ontleden van de zin:

- 1e naamval = Onderwerp

- 2e naamval =Bezit

- 3e naamval = Meewerkend Voorwerp

- 4e naamval = Lijdend Voorwerp
Het bepalen van naamvallen doe je door het ontleden van de zin:

- 1e naamval = Onderwerp

- 2e naamval =Bezit

- 3e naamval = Meewerkend Voorwerp

- 4e naamval = Lijdend Voorwerp

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Vaste voorzetsels 2e naamval:
- innerhalb = binnen
- außerhalb = buiten
- statt = in plaats van
- trotz = ondanks
- während = tijdens
- wegen = wegens

Bijvoorbeeld:
Sie erhalten Ihre Bestellung innerhalb einer Woche(v).

Slide 5 - Slide

Vaste voorzetsels 3e naamval
- aus = uit
- außer = behalve
- bei = bij
- entgegen = tegemoet
- gegenüber = tegenover
- mit = met
- nach= na, naar
- seit = sinds
- von = van        Bijv.: Nach dem Unterricht (m) gehen wir.
- zu = naar

Slide 6 - Slide

Vaste voorzetsels 4e naamval:
- bis = tot
- durch = door
- für = voor
- gegen = tegen
- ohne = zonder
- um = om
- entlang = langs

Bijvoorbeeld: Das ist für deinen Bruder (m)

Slide 7 - Slide

Wir gehen mit d.. Auto (o)
nach Hause.
A
der
B
den
C
dem
D
das

Slide 8 - Quiz

Fahren Sie hier um d.. Ecke
(v)
A
der
B
die
C
das
D
dem

Slide 9 - Quiz

Ich lese lieber eine Zeitung
statt ein.. Buch..(o)
A
ein, Buch
B
einem, Buchs
C
ein, Buches
D
eines, Buches

Slide 10 - Quiz

Seit ein.. Jahr (m) habe ich
einen IPad.
A
einem
B
eines
C
einer
D
einen

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide