De mens in ontwikkeling

De mens in ontwikkeling:
socio-emotionele ontwikkeling

1 / 48
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogisch handelenSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsMaatschappij en welzijnLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

De mens in ontwikkeling:
socio-emotionele ontwikkeling

Op het einde van deze les kan je:

  • uitleggen wat socio-emotionele ontwikkeling is;

  • het verschil uitleggen tussen sociaal en emotioneel;

  • uitleggen wat hechting betekent;

  • voorbeelden geven van primaire en secundaire opvoeders;

  • uitleggen hoe aanleg en milieu de ontwikkeling beïnvloeden.

Over welk ontwikkelingsdomein gaat het?

Duid aan.

Emma leert haar naam schrijven.

A

Lichamelijke ontwikkeling

B

Verstandelijke ontwikkeling

C

Socio-emotionele ontwikkeling

Waar of niet waar?


De verschillende ontwikkelingsdomeinen beïnvloeden elkaar helemaal niet.

A

Waar

B

Niet waar

Waar of niet waar?


Ontwikkelen is een levenslang proces dat elke mens doormaakt. Het betekent dat de mens groeit, vooruit gaat, persoonlijke doelen verwezenlijkt.

A

Waar

B

Niet waar

Sleep naar de juiste categorie van de fysieke ontwikkeling.

Lichamelijke ontwikkeling

Sensomotorische ontwikkeling

Liesje is voor de eerste keer ongesteld.

Joke is nogal onhandig, ze laat alles vallen.

Joris is het afgelopen jaar 10 cm gegroeid.

Waarmee heeft de verstandelijke ontwikkeling te maken? Duid aan.

A

het omgaan met mensen en de emoties

B

groei, uiterlijke veranderingen, rijpheid,...

C

het leren, het denken, informatieverwerking, ...

1.7 Socio-emotionele ontwikkeling

Slide tekst

1.7 Socio-emotionele ontwikkeling

Slide tekst

Wat is hechting? - opdracht in de cursus

Wat is hechting?

Waarom is het belangrijk dat baby’s zich van kleins af aan veilig hechten?

Een baby bouwt in het eerste levensjaar een emotionele band op met zijn belangrijkste verzorger(s).

Bij een veilige hechting vindt een kind veiligheid bij zijn ‘gehechtheidspersoon’. Als hij angst heeft of stress, kan de ouder hem kalmeren. Ook heeft het kind interesse in zijn omgeving op ontdekkingstocht te gaan. Er is een balans tussen veiligheid bij de ouders en alleen de wereld ontdekken.

Wat is hechting? - opdracht in de cursus

Hoe zorg je voor een veilige hechting?

Als verzorger dien je responsief te reageren op de behoeften van een kind. Op deze manier is er basisvertrouwen. Door onvoorwaardelijke zorg en liefde durft een kind op eigen initiatief te ondernemen.

Hoe kan het gebeuren dat een kind zich niet veilig hecht?

Er is dan sprake van een verstoorde ouder-kind relatie. Het kind ervaart de wereld als onveilig en de mens als onbetrouwbaar, ontwikkelt geen zelfvertrouwen, heeft problemen met gezag, snapt sociale regels niet, heeft weinig structuur, gewetensontwikkeling komt soms niet op gang, …

Opdracht in de cursus - per twee!

Lees het artikel en beantwoord de vragen. Je mag samenwerken met je buur.

10

m

00

s

Opdracht in de cursus

Noteer waarom deze situatie niet goed is voor de gehechtheidsrelatie en het basisvertrouwen van het kind.

Aangezien het vormen van gehechtheid vooral afspeelt binnen het eerste levensjaar, verwijder je het kind uit zijn veilige thuis en dus van zijn gehechtheidspersonen. Hiermee kwets je het basisvertrouwen en dus ook het vertrouwen in de mens

Opdracht in de cursus

Verklaar waarom het voor adoptieouders moeilijk is om een gehechtheidsrelatie op te bouwen met hun adoptiekind.

Leeftijd speelt ook een zekere factor in de band tussen kind en adoptieouder. Hoe jonger het kind, hoe sterker deze band kan opgebouwd worden. In de puberteit kan dit voor verwarring zorgen omdat veel kinderen net dan op zoek gaan naar de eigen identiteit.

Opdracht opvoeding Persoonlijke opdracht

Bespreek wie volgens jou een rol heeft gespeeld in je opvoeding toen je baby was.

a)   Vergelijk je antwoord met de rest van de klas.

b) Plaats de antwoorden in de juiste kolom.


Je vindt een portefeuille met 500 €. Wat doe je?

1

Ik breng hem direct naar de politie of probeer de eigenaar te vinden.

2

Ik hou het geld, want ik ben de eerlijke vinder!

1.7.4 Morele ontwikkeling

Slide tekst

Opdracht - terugblik artikel

Vind jij dat de twee rechters de juiste keuze hebben gemaakt? Of zou jij een andere beslissing hebben genomen?

Wie ben ik? - persoonlijke opdracht

  • Schrijf minimum 5 dingen op die beschrijven wie jij bent!
    (bijvoorbeeld: hobby, karakter, talenten, vrienden, familie, muziek, sport, ...)

  • Bespreek minimum 2 dingen samen met je buur.

1.7.5 Identiteit

Slide tekst

1.7.5 Identiteit

Geef de definitie van seksuele identiteit.

Is de mate van de aanvaarding van het eigen biologische geslacht. Plus een stukje seksuele geaardheid, tot welk geslacht voel je je seksueel aangetrokken?

Wat is je seksuele identiteit?


Geef je eigen mening over LGBTQ. Wat versta je en waar heb je het zelf wat lastiger mee?

Opdracht ontwikkelingsdomeinen

Slide tekst

Lichamelijk

Opdracht ontwikkelingsdomeinen

Slide tekst

Sensomotorisch: zintuigen (zien) + fijne motoriek

Opdracht ontwikkelingsdomeinen

10

m

00

s

Opdracht ontwikkelingsdomeinen

Slide tekst

Lichamelijk

Lichamelijk

Socio-emotioneel

Socio-emotioneel

Opdracht ontwikkelingsdomeinen

Slide tekst

Lichamelijk

Verstandelijk

Verstandelijk

Opdracht ontwikkelingsdomeinen

Slide tekst

Sociaal-emotioneel

Sociaal-emotioneel

Sociaal-emotioneel

Opdracht ontwikkelingsdomeinen

Sensomotorisch: zintuigen (zien) + grove motoriek

Lichamelijk rijp = sluitspieren, Verstandelijk = begrijpen

Lichamelijk rijp = op het potje gaan, Sociaal-emotioneel = beloning

Sommige mensen leren sneller voetballen dan anderen.

1

Ja

2

Neen

Het maakt geen verschil voor de ontwikkeling of je opgroeit in België of ergens anders in de wereld.

1

Ja

2

Neen

Jongeren van vandaag groeien op ongeveer dezelfde manier op dan jongeren van 100 jaar geleden.

1

Ja

2

Neen

Overal ter wereld worden kinderen op exact dezelfde manier opgevoed.

1

Ja

2

Neen

1.8 Tijd, plaats en cultuur

De tijd, de plaats en de cultuur waarbinnen iemand opgroeit, hebben een belangrijke invloed op de waarden en normen die hij of zij binnen een bepaalde levensfase heeft.  Dit zijn allemaal elementen die deel uitmaken van de holistische mensvisie. 

1) Aanleg en milieu


AANLEG:

  • Je wordt geboren met een aanleg voor bepaalde zaken.

  • Je talenten zitten voor een deel in je genen.
    (vb. muzikaal talent, technisch inzicht, taalgevoel of sporttalent, ...)

  • Aanleg alleen bepaalt niet alles:
    => door veel te oefenen en je in te zetten, kun je vaardigheden verder ontwikkelen.

1) Aanleg en milieu


MILIEU:

  • Milieu = de omgeving waarin je opgroeit en leeft.

  • Je milieu heeft een invloed op je ontwikkeling:
    voorbeelden:

    • Wie opgroeit in een muzikaal gezin, ontwikkelt gemakkelijker muzikaal talent;

    • Als je ouders je al vroeg aanmoedigen om te sporten, heb je meer kans om beter te presteren in de lessen L.O.

Opdracht aanleg en milieu

Geef een voorbeeld van je eigen aanleg. 



Geef een voorbeeld van hoe jouw milieu jou beïnvloed heeft. 

Opdracht aanleg

  1. Bekijk de afbeeldingen in de cursus van fotograaf Lieve Blancquaert.

  2. Hebben deze kinderen dezelfde kansen in het leven? Leg uit.

2) Tijdsgeest en cultuur


  • Tijdsgeest = de manier van denken en leven in een bepaalde tijd.

  • Cultuur = de gewoonten, waarden en normen van een groep mensen.

  • Tijdsgeest en cultuur hebben ook een invloed op de ontwikkeling van de mens.

  • Mensen uit een andere tijd of cultuur kunnen andere waarden en normen hebben.

Slide titel

Slide tekst

Sleep het voorbeeld naar de juiste plaats.

Waarden

Normen

Respect

Je liegt niet.

Je steekt je hand op in de klas.

Eerlijkheid

Je gooit afval in de vuilnisbak.

Opdracht factoren in ontwikkeling


Cultuur: meisjes gaan in India niet naar school en doen het huishouden.

Adolescent

Opdracht factoren in ontwikkeling

10

m

00

s

Opdracht factoren in ontwikkeling


aanleg + milieu: hij ziet niets anders in zijn familie, maar zal hier ook aanleg voor hebben.

Het lagere schoolkind

Opdracht factoren in ontwikkeling


tijdsgeest: vroeger werd door financiële crisissen + de oorlog geen eten weggegooid.

Oudere

Opdracht factoren in ontwikkeling


cultuur: Bar Mitswa

Het lagere schoolkind