De mens in ontwikkeling:
socio-emotionele ontwikkeling
De mens in ontwikkeling:
socio-emotionele ontwikkeling
Op het einde van deze les kan je:
uitleggen wat socio-emotionele ontwikkeling is;
het verschil uitleggen tussen sociaal en emotioneel;
uitleggen wat hechting betekent;
voorbeelden geven van primaire en secundaire opvoeders;
uitleggen hoe aanleg en milieu de ontwikkeling beïnvloeden.
Over welk ontwikkelingsdomein gaat het?
Duid aan.
Emma leert haar naam schrijven.
Lichamelijke ontwikkeling
Verstandelijke ontwikkeling
Socio-emotionele ontwikkeling
Waar of niet waar?
De verschillende ontwikkelingsdomeinen beïnvloeden elkaar helemaal niet.
Waar
Niet waar
Waar of niet waar?
Ontwikkelen is een levenslang proces dat elke mens doormaakt. Het betekent dat de mens groeit, vooruit gaat, persoonlijke doelen verwezenlijkt.
Waar
Niet waar
Sleep naar de juiste categorie van de fysieke ontwikkeling.
Lichamelijke ontwikkeling
Sensomotorische ontwikkeling
Liesje is voor de eerste keer ongesteld.
Joke is nogal onhandig, ze laat alles vallen.
Joris is het afgelopen jaar 10 cm gegroeid.
Waarmee heeft de verstandelijke ontwikkeling te maken? Duid aan.
het omgaan met mensen en de emoties
groei, uiterlijke veranderingen, rijpheid,...
het leren, het denken, informatieverwerking, ...
1.7 Socio-emotionele ontwikkeling
Slide tekst
1.7 Socio-emotionele ontwikkeling
Slide tekst
Wat is hechting?
Klik op de onderstaande linken. Lees de informatie over hechting en beantwoord de vragen in de cursus.
m
s
Wat is hechting? - opdracht in de cursus
Wat is hechting?
Waarom is het belangrijk dat baby’s zich van kleins af aan veilig hechten?
Een baby bouwt in het eerste levensjaar een emotionele band op met zijn belangrijkste verzorger(s).
Bij een veilige hechting vindt een kind veiligheid bij zijn ‘gehechtheidspersoon’. Als hij angst heeft of stress, kan de ouder hem kalmeren. Ook heeft het kind interesse in zijn omgeving op ontdekkingstocht te gaan. Er is een balans tussen veiligheid bij de ouders en alleen de wereld ontdekken.
Wat is hechting? - opdracht in de cursus
Hoe zorg je voor een veilige hechting?
Als verzorger dien je responsief te reageren op de behoeften van een kind. Op deze manier is er basisvertrouwen. Door onvoorwaardelijke zorg en liefde durft een kind op eigen initiatief te ondernemen.
Hoe kan het gebeuren dat een kind zich niet veilig hecht?
Er is dan sprake van een verstoorde ouder-kind relatie. Het kind ervaart de wereld als onveilig en de mens als onbetrouwbaar, ontwikkelt geen zelfvertrouwen, heeft problemen met gezag, snapt sociale regels niet, heeft weinig structuur, gewetensontwikkeling komt soms niet op gang, …
Opdracht in de cursus - per twee!
Lees het artikel en beantwoord de vragen. Je mag samenwerken met je buur.
m
s
Opdracht in de cursus
Noteer waarom deze situatie niet goed is voor de gehechtheidsrelatie en het basisvertrouwen van het kind.
Aangezien het vormen van gehechtheid vooral afspeelt binnen het eerste levensjaar, verwijder je het kind uit zijn veilige thuis en dus van zijn gehechtheidspersonen. Hiermee kwets je het basisvertrouwen en dus ook het vertrouwen in de mens
Opdracht in de cursus
Verklaar waarom het voor adoptieouders moeilijk is om een gehechtheidsrelatie op te bouwen met hun adoptiekind.
Leeftijd speelt ook een zekere factor in de band tussen kind en adoptieouder. Hoe jonger het kind, hoe sterker deze band kan opgebouwd worden. In de puberteit kan dit voor verwarring zorgen omdat veel kinderen net dan op zoek gaan naar de eigen identiteit.
Opdracht opvoeding Persoonlijke opdracht
Bespreek wie volgens jou een rol heeft gespeeld in je opvoeding toen je baby was.
a) Vergelijk je antwoord met de rest van de klas.
b) Plaats de antwoorden in de juiste kolom.
Je vindt een portefeuille met 500 €. Wat doe je?
Ik breng hem direct naar de politie of probeer de eigenaar te vinden.
Ik hou het geld, want ik ben de eerlijke vinder!
1.7.4 Morele ontwikkeling
Slide tekst
Opdracht - terugblik artikel
Vind jij dat de twee rechters de juiste keuze hebben gemaakt? Of zou jij een andere beslissing hebben genomen?
Wie ben ik? - persoonlijke opdracht
Schrijf minimum 5 dingen op die beschrijven wie jij bent!
(bijvoorbeeld: hobby, karakter, talenten, vrienden, familie, muziek, sport, ...)
Bespreek minimum 2 dingen samen met je buur.
1.7.5 Identiteit
Slide tekst
1.7.5 Identiteit
Geef de definitie van seksuele identiteit.
Is de mate van de aanvaarding van het eigen biologische geslacht. Plus een stukje seksuele geaardheid, tot welk geslacht voel je je seksueel aangetrokken?
Wat is je seksuele identiteit?
Geef je eigen mening over LGBTQ. Wat versta je en waar heb je het zelf wat lastiger mee?
Opdracht ontwikkelingsdomeinen
Slide tekst
Lichamelijk
Opdracht ontwikkelingsdomeinen
Slide tekst
Sensomotorisch: zintuigen (zien) + fijne motoriek
Opdracht ontwikkelingsdomeinen
m
s
Opdracht ontwikkelingsdomeinen
Slide tekst
Lichamelijk
Lichamelijk
Socio-emotioneel
Socio-emotioneel
Opdracht ontwikkelingsdomeinen
Slide tekst
Lichamelijk
Verstandelijk
Verstandelijk
Opdracht ontwikkelingsdomeinen
Slide tekst
Sociaal-emotioneel
Sociaal-emotioneel
Sociaal-emotioneel
Opdracht ontwikkelingsdomeinen
Sensomotorisch: zintuigen (zien) + grove motoriek
Lichamelijk rijp = sluitspieren, Verstandelijk = begrijpen
Lichamelijk rijp = op het potje gaan, Sociaal-emotioneel = beloning
Sommige mensen leren sneller voetballen dan anderen.
Ja
Neen
Het maakt geen verschil voor de ontwikkeling of je opgroeit in België of ergens anders in de wereld.
Ja
Neen
Jongeren van vandaag groeien op ongeveer dezelfde manier op dan jongeren van 100 jaar geleden.
Ja
Neen
Overal ter wereld worden kinderen op exact dezelfde manier opgevoed.
Ja
Neen
1.8 Tijd, plaats en cultuur
De tijd, de plaats en de cultuur waarbinnen iemand opgroeit, hebben een belangrijke invloed op de waarden en normen die hij of zij binnen een bepaalde levensfase heeft. Dit zijn allemaal elementen die deel uitmaken van de holistische mensvisie.
1) Aanleg en milieu
AANLEG:
Je wordt geboren met een aanleg voor bepaalde zaken.
Je talenten zitten voor een deel in je genen.
(vb. muzikaal talent, technisch inzicht, taalgevoel of sporttalent, ...)
Aanleg alleen bepaalt niet alles:
=> door veel te oefenen en je in te zetten, kun je vaardigheden verder ontwikkelen.
1) Aanleg en milieu
MILIEU:
Milieu = de omgeving waarin je opgroeit en leeft.
Je milieu heeft een invloed op je ontwikkeling:
voorbeelden:
Wie opgroeit in een muzikaal gezin, ontwikkelt gemakkelijker muzikaal talent;
Als je ouders je al vroeg aanmoedigen om te sporten, heb je meer kans om beter te presteren in de lessen L.O.
Opdracht aanleg en milieu
Geef een voorbeeld van je eigen aanleg.
Geef een voorbeeld van hoe jouw milieu jou beïnvloed heeft.
Opdracht aanleg
Bekijk de afbeeldingen in de cursus van fotograaf Lieve Blancquaert.
Hebben deze kinderen dezelfde kansen in het leven? Leg uit.
2) Tijdsgeest en cultuur
Tijdsgeest = de manier van denken en leven in een bepaalde tijd.
Cultuur = de gewoonten, waarden en normen van een groep mensen.
Tijdsgeest en cultuur hebben ook een invloed op de ontwikkeling van de mens.
Mensen uit een andere tijd of cultuur kunnen andere waarden en normen hebben.
Slide titel
Slide tekst
Sleep het voorbeeld naar de juiste plaats.
Waarden
Normen
Respect
Je liegt niet.
Je steekt je hand op in de klas.
Eerlijkheid
Je gooit afval in de vuilnisbak.
Opdracht factoren in ontwikkeling
Cultuur: meisjes gaan in India niet naar school en doen het huishouden.
Adolescent
Opdracht factoren in ontwikkeling
m
s
Opdracht factoren in ontwikkeling
aanleg + milieu: hij ziet niets anders in zijn familie, maar zal hier ook aanleg voor hebben.
Het lagere schoolkind
Opdracht factoren in ontwikkeling
tijdsgeest: vroeger werd door financiële crisissen + de oorlog geen eten weggegooid.
Oudere
Opdracht factoren in ontwikkeling
cultuur: Bar Mitswa
Het lagere schoolkind