Ontkenning (niet/geen)

De ontkenning
1 / 33
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De ontkenning

Slide 1 - Slide

Doelen
- Ik kan het verschil tussen niet en geen benoemen

- Wat is de datum van vandaag?
- Hoe laat is het nu?

Slide 2 - Slide

Wim drinkt geen water.
Mijn broer werkt niet.
ONTKENNING = NEGATIEF

Slide 3 - Slide

Wanneer gebruik je geen?
1. Voor een de-woord of het-woord

2. Voor een wat-woord






1. Wim drinkt geen water.
1. Ik heb geen zin in rekenen.
2. Diana heeft geen rode pen.
3. Ik heb geen auto.


Slide 4 - Slide

Wanneer gebruik je niet?
Khuzama werkt niet.
Ik wil niet slapen.
Na een doe-woord
Voor een 2de doe-woord
Belal is niet boos.
Voor een emotie
De kat ligt niet op de grond.
Voor een voorzetsel
Ali komt niet te laat.
Voor andere woorden

Slide 5 - Slide

We gaan oefenen!

Slide 6 - Slide

Ik kom ............ naar het feest.
A
niet
B
geen

Slide 7 - Quiz

Ik ben............ groot.


A
niet
B
geen

Slide 8 - Quiz

Ik koop ............ ijs.
A
niet
B
geen

Slide 9 - Quiz

Mijn huis is ............ klein.
A
niet
B
geen

Slide 10 - Quiz

Ik heb ............ agenda.
A
niet
B
geen

Slide 11 - Quiz

Ik wil ............ fietsen.
A
niet
B
geen

Slide 12 - Quiz

Ik zoek ............ huis.
A
niet
B
geen

Slide 13 - Quiz

Vandaag hebben we .... huiswerk.
A
niet
B
geen

Slide 14 - Quiz

Onze buren zijn vandaag .... thuis.
A
niet
B
geen

Slide 15 - Quiz

De baby wil .... slapen.
A
niet
B
geen

Slide 16 - Quiz

Ik heb hier .... computer.
A
niet
B
geen

Slide 17 - Quiz

Ik hou .... van koffie.
A
niet
B
geen

Slide 18 - Quiz

Wil ze ook .............. koekje?
A
niet
B
geen

Slide 19 - Quiz

Heb je ............... huiswerk gemaakt?
A
niet
B
geen

Slide 20 - Quiz

Maak een zin met 'niet'
timer
1:00

Slide 21 - Open question

Maak een zin met 'geen'
timer
1:00

Slide 22 - Open question

Nu is het aan jou! Maak nu zelf de zin negatief!


Vergeet je hoofdletters en je leestekens niet.

Slide 23 - Slide

Ik heb kinderen.

Slide 24 - Open question

Ik ben getrouwd

Slide 25 - Open question

Ik woon in Zutphen.

Slide 26 - Open question

Ik heb een potlood.

Slide 27 - Open question

Ik kook graag.

Slide 28 - Open question

Zij komen op tijd.

Slide 29 - Open question

Zij drinkt alcohol.

Slide 30 - Open question

Ik ben de leerkracht.

Slide 31 - Open question

Ik heb een boekentas.

Slide 32 - Open question

Ik kan een zin ontkennend maken --> geen of niet.
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll