Hoofdstuk 4 integraal 09/02/2023

Hoofdstuk 4: Managementinformatiesysteem 

4.1: Managementinformatie
4.2: Kengetallen personeel
4.3: Kengetallen voorraad

1 / 24
next
Slide 1: Slide
Financieel 2MBOStudiejaar 2,3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 4: Managementinformatiesysteem 

4.1: Managementinformatie
4.2: Kengetallen personeel
4.3: Kengetallen voorraad

Slide 1 - Slide

4.1: Managementinformatie
Om de (financiële) gegevens te kunnen beoordelen en hier beleid op uit te voeren kun je gebruik maken van het management informatiesysteem

Slide 2 - Slide

4.2 Kengetallen personeel
Uit het managementinformatiesysteem kun je oa de kengetallen over de personeelskosten halen. 
Personeelskosten zijn in de Retail een hele grote kostenpost. Belangrijk dus om deze goed in de gaten te houden! 
veel gemaakte fouten:
- veel personeel inzetten tijdens rustige momenten
- hoger geschoold (en dus duurder) personeel inzetten op gemakkelijke taken

Slide 3 - Slide

Kengetallen personeel
- Omzet per fte
- Omzet per werkende
- Omzet per gewerkt uur (OPWU)

Slide 4 - Slide

Omzet per fte
dit is de omzet per fulltime equivalant oftewel een volledige fulltime baan. Een volledige baan is 1,0 fte. Dit betekend dat iedere werkdag 0,2 fte waard is. Iemand die bijvoorbeeld 3,5 dagen werkt staat voor 0,7 fte op de loonlijst.  
Formule:
omzet per fte =         omzet        
                                  aantal fte's 

Slide 5 - Slide

Omzet per werkende
dit is de omzet per medewerker die in dienst is. 

omzet per medewerker =                     omzet             
                                                        aantal medewerkers

Slide 6 - Slide

Omzet per gewerkt uur (OPWU) 

formule:
                 omzet                  
aantal gewerkte uren

Hiermee bereken je hoeveel omzet er per gewerkt uur behaald is. Dit is het meest gebruikte kengetal in dit verband

Slide 7 - Slide

Kengetallen personeel
Voorgaande kengetallen hebben allemaal te maken met de arbeidsproductiviteit. 
Deze kengetallen zeggen op zichzelf niet zo veel. Dit krijgt pas betekenis als je het gaat vergelijken met andere gegevens, zoals die van vorige jaren, de branchegemiddelden of concurrenten. 

Slide 8 - Slide

voorbeeldsom
bladzijde 150 en 151

Slide 9 - Slide

Huiswerk
opgave 1t/m 9 van hoofdstuk 4

Slide 10 - Slide

Vorige keer
4.1: managementinformatie
4.2: kengetallen personeel

Slide 11 - Slide

Vandaag
4.3: kengetallen voorraad:
- Omzetsnelheid
- Omzetduur
- Inkoopruimte (deze slaan we over, niet in examen)
- Stock-to-sales ratio (deze slaan we over, niet in examen)
- Voorraadefficiency
- Omzet per m2 Winkelvloeroppervlakte

Slide 12 - Slide

Omzetsnelheid
Het aantal keer dat in een bepaalde periode de gemiddelde voorraad verkocht wordt. 

Slide 13 - Slide

Omzetsnelheid
                                         IWO                                          
Gemiddelde voorraad (tegen inkoopwaarde)

                               Afzet                               
 Gemiddelde voorraad (in stuks)

Slide 14 - Slide

Een onderneming heeft een omzet van €1.850.000,-. De brutowinstmarge is 35%. De gemiddelde voorraad is €161.875,- Bereken de omzetsnelheid

Slide 15 - Open question

Een onderneming heeft een omzet van €890.000,- de gemiddelde verkoopwaarde is €5,- De gemiddelde voorraad is 22.250 stuks. Bereken de omzetsnelheid

Slide 16 - Open question

Omzetduur
Omzetduur is het kengetal waarmee je kunt zien hoeveel dagen er over gedaan wordt om de gemiddelde voorraad één maal te verkopen.
De omzetduur wordt ALTIJD op HELE dagen NAAR BOVEN afgerond. 

Slide 17 - Slide

Omzetduur
formule:

              360           
omzetsnelheid

Slide 18 - Slide

Een onderneming heeft een gemiddelde voorraad van €568.000,- en een iwo van €3.408.000. Bereken de omzetduur

Slide 19 - Open question

Voorraadefficiency
Dit kengetal geeft de verhouding tussen de brutowinst en de gemiddelde voorraad weer. Oftewel: hoeveel brutowinst behaal je per geïnvesteerde euro in de voorraad.  

Slide 20 - Slide

Voorraadefficiency
                                    brutowinst                                  
Gemiddelde voorraad (tegen inkoopwaarde)

Slide 21 - Slide

Omzet per m2 Winkelvloeroppervlakte

Dit kengetal laat zien hoe de omzet in relatie staat tot de grootte van de winkel: de winkelvloeroppervlakte (WVO) 
Je gebruikt hiervoor de effectieve oppervlakte van de winkel, dus zonder magazijn, kantine, kantoor etc. 

Slide 22 - Slide

Omzet per m2 Winkelvloeroppervlakte

Formule:

                  Omzet in een periode (jaar)             
aantal vierkante meter vloeroppervlakte

Slide 23 - Slide

Huiswerk
Opgave 10 t/m 15
(vragen met inkoopruimte en stock-to-sales ratio mag je overslaan)

Slide 24 - Slide