Al finalizar la clase podré...
Aan het einde van de les kan ik...
- Reconocer e identificar vocabulario de actividades de vacaciones en imágenes o frases simples. / vakantieactiviteiten herkennen en identificeren in afbeeldingen of eenvoudige zinnen.
- Clasificar y explicar actividades según el momento del viaje (antes, durante, después)./ activiteiten indelen en uitleggen volgens het moment van de reis (voor, tijdens, na).
- Usar vocabulario de vacaciones para formar frases cortas en presente en contextos reales./ vakantiewoordenschat gebruiken om korte zinnen te maken in de tegenwoordige tijd in echte contexten.
- Detectar y justificar errores en secuencias de actividades de viaje. / fouten in reeksen van reisactiviteiten herkennen en uitleggen.
- Preguntar y responder sobre actividades y preferencias de vacaciones en una interacción con un compañero. / vragen stellen en beantwoorden over vakantieactiviteiten en voorkeuren in een gesprek met een klasgenoot.