Pat XL2P2W6

WEEK 6 Mw Vermeulen
1 / 16
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

WEEK 6 Mw Vermeulen

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • De student past klinisch redeneren toe op de interventiekaart nr 1
  • De student rond projectopdracht G en F af deze les
  • Je verdiept je in de verschillende vormen van afasie middels een opdracht

Slide 2 - Slide

Klinisch redeneren

Slide 3 - Mind map

Waarom is klinisch redeneren zo belangrijk?

Slide 4 - Open question

Klinisch redeneren 
- Doe je continue als verpleegkundige 
- Theorie koppelen aan praktijk
- Volgens een methode gegevens analyseren en acties uitzetten op een systematische manier. 

Het doel van klinisch redeneren is om onderbouwd tot een beslissing te komen welke zorg voor een zorgvrager nodig is.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Stappen & redeneerhulpmiddelen
Stap 1: oriënteren op situatie (bijv. SBAR/MEWS/ABCDE)
Stap 1a: informatie verzamelen, stap 1b: risicoanalyse,  stap 1c: collega informeren indien nodig

Stap 2: mogelijke problemen in kaart brengen (Omaha/gordon)
Stap 2a: gegevens ordenen, stap 2b: hypothesen formuleren, stap 2c verbanden leggen.

Stap 3: Aanvullende observaties en onderzoeken (bijv. observatielijst of meting)
Stap 4: verpleegkundig beleid (PES/smart)
Stap 5: verloop monitoren (SOAP)
Stap 6: reflectie (STARRT)

Slide 7 - Slide

Stap 1. 
Oriëntatie op de situatie
Opdracht stap 1
  • Wat houd stap 1 in? Hoe doen wij dit als verpleegkundige?
  • Welke redeneermiddelen kun je gebruiken in stap 1?
  • Wat is de SBAR, MEWS en ABCD methodiek?

Slide 8 - Slide

Stap 1. 
Orientatie op de situatie
  • 30 minuten tijd om deze opdracht uit te werken in een Worddocument. 

Slide 9 - Slide

Interventiekaart 1 
Je loopt de kamer van mevrouw Vermeulen binnen. Je begroet haar en vraagt hoe het met haar gaat. Je merkt dat ze moeite heeft met het vinden van woorden en je ziet dat haar ondergoed nat is.

 

Opdracht: Pas verpleegkundig redeneren toe op deze situatie.







Slide 10 - Slide

Interventiekaart 1 
1.Wat zou in deze situatie de verpleegkundige diagnose kunnen zijn? Onderbouw je antwoord.
2.Welke vragen stel je in deze situatie aan mevrouw Vermeulen?
3.Welke metingen/controles doe je in deze situatie.
4.Welke verpleegkundige interventies start je?
5.Leg uit hoe je de SBAR-methode toepast in deze situatie.
6.Welke aanvullende onderzoeken zijn nodig om een diagnose te kunnen stellen? 






Slide 11 - Slide

 Projectopdracht G 
Lees in jullie eigen kanaal de uitwerking van projectopdracht door.
ALTIS en TIME 
Tevreden over de uitwerking? Dan gesprek met docent voor toekennen studiepunt. 
( gezamenlijk met projectopdracht F ) 

Slide 12 - Slide

 Projectopdracht F 
Lees in jullie eigen kanaal de uitwerking van projectopdracht F door.
Deel F ; psychisch probleem verwerken in zorgdossier
door
Tevreden over de uitwerking? Dan gesprek met docent voor toekennen studiepunt. 


Slide 13 - Slide

Bespreken Projectopdracht G en F

 Daphne en Emma
 Yeska en Jade
 Milou, Marit
Nynke en Jasper
Iris en Raba
Bo en Carine


Slide 14 - Slide

Maak Projectopdracht G en F 
60  minuten 
Niels , Karin en Manon 

Desteny


Slide 15 - Slide

Reminder: klaar met Edition?
maak de verwerkingsopdrachten in Edition van het boek VVT deel 2;
Module 3.10 zorgvragers met aandoeningen aan de bloedvaten

Slide 16 - Slide