Module 11.1 Erfelijkheid

H11 ERFELIJKHEID
1 / 37
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo lwoo, kLeerjaar 4

This lesson contains 37 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H11 ERFELIJKHEID

Slide 1 - Slide

Belangrijk
Afronding:
SE-toets in de toetsweek (16 maart).

Practicumdossier:
  • Kruisingsschema maken.

Slide 2 - Slide

Waar kan je lesstof & materiaal vinden?
Alles wat je nodig hebt, vind je in Magister:

  • Opdrachtenboekje
  • Tekstboekje
  • Samenvattingen
  • Oefenopgaven
  • Tips voor het leren samenvatten
  • Test jezelf-opdrachten





Slide 3 - Slide

Hoofdstuk 11 Erfelijkheid
11.1 Eigenschappen en chromosomen
11.2 Chromosomen doorgeven
11.3 Je lijkt op
11.4 Uiterlijk voorspellen
11.5 Erfelijke aandoeningen

Slide 4 - Slide

LEERDOELEN
11.1 Eigenschappen en chromosomen
  • Je beschrijft hoe erfelijke eigenschappen opgeslagen liggen in chromosomen.
  • Je beschrijft wat erfelijke eigenschappen zijn.
  • Je beschrijft hoe een fenotype ontstaat en verandert.
  • Je beschrijft de bouw en vorm van chromosomen.
  • Je beschrijft hoe DNA in chromosomen het uiterlijk bepaalt.
  • Je beschrijft dat verschillende organismen een verschillend aantal chromosomen hebben.

Slide 5 - Slide

Erfelijke eigenschappen
  • Wat wordt bedoeld met eigenschappen?
  • Wat zijn erfelijke eigenschappen?

Slide 6 - Slide

Wat zijn erfelijke eigenschappen?

  • Eigenschappen zijn dingen die je kunt zien en waaraan je mensen kunt herkennen.

  • Eigenschappen die je van je ouders hebt gekregen noem je erfelijke eigenschappen.

Slide 7 - Slide

Genotype
Genotype: ALLE ERFELIJKE INFORMATIE..!!
  • Het genotype is de combinatie van genen die je van je vader en moeder hebt gekregen.
  • Deze genen liggen vast in je DNA op de chromosomen.

Je kunt het genotype niet zien, maar het bepaalt hoe je eruit kunt zien (je fenotype).

Voorbeeld:
Bij oogkleur kan je genotype AA, Aa of aa zijn.
Dat genotype bepaalt of je bruine of blauwe ogen krijgt.

Slide 8 - Slide

Fenotype
Het fenotype is alles wat je aan de buitenkant kunt zien van een persoon.

Het fenotype wordt bepaald door je genotype én door invloeden van de omgeving.

Ook kun je de fenotype veranderen, bijvoorbeeld door zoals:
haar verven, een tattoo, piercing, zonnebank, nepnagels of silicone borsten, fillers in je lippen en botox.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Wat voor informatie bevat je DNA?
Waar ligt de informatie voor erfelijke eigenschappen?


Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Crossing-over:
Tijdens de meiose, wanneer de chromosomen naast elkaar liggen, worden stukjes DNA uitgewisseld tussen de gepaarde chromosomen. Daardoor hebben geslachtscellen allemaal een nét andere samenstelling van erfelijk materiaal. Hierdoor kunnen kinderen van dezelfde ouders toch een beetje van elkaar verschillen.

Slide 17 - Slide

Ontwikkeling van eicellen & zaadcellen

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

GEN = 1 erfelijke eigenschap bijvoorbeeld voor blauwe ogen

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

DNA → chromosoom → gen → allel
DNA:
  • DNA is de stof met alle erfelijke informatie.
Chromosoom:
  • Een chromosoom is een lange opgerolde draad van DNA in de celkern.
Gen:
  • Een gen is een stukje DNA op een chromosoom met informatie voor één eigenschap (bijv. oogkleur).
Allel
  • Een allel is een variant van een gen. Bijvoorbeeld: gen voor oogkleur → allel voor bruin of allel voor blauw.

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Homozygoot dominant (AA) -   Homozygoot recessief (aa)  -     Heterozygoot (Aa)

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Video

Slide 36 - Slide

Aan de slag:
Waar: 
  • Nectar Noordhoff + Magister
Wat: Lezen, maken en oefenen: 
  • H11.1 Eigenschappen en chromosomen
Hoe:
  • Test jezelf
  • Zelf samenvatten

Slide 37 - Slide