week 21 - muy en mucho

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • SO bespreken 
  • repaso transporte + verbos
  • corregir los deberes
  • Muy y mucho
miércoles, 25 de may0
La Mezquita de Córdoba
1 / 32
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • SO bespreken 
  • repaso transporte + verbos
  • corregir los deberes
  • Muy y mucho
miércoles, 25 de may0
La Mezquita de Córdoba

Slide 1 - Slide

Wat voor een fouten heb je gemaakt?
GEEN
WOORDJES LEREN
GRAMMATICA
NIET GOED GELEZEN
TE SNEL GEWERKT

Slide 2 - Poll

Noteer in je agenda
woensdag 8 juni
  • maak een mindmap (zie module pág. 35)
  • leren muy en mucho 
Plan 6 leermomenten in.

Slide 3 - Slide

Aan het einde van deze les ...
  • Ken ik de namen van de vervoersmiddelen.
  • Weet je hoe je a, de, en gebruikt.
  • Weet je het verschil tussen muy en mucho.
  • Weet ik hoe je het uiterlijk
  van personen kunt beschrijven.
LEERDOELEN

Slide 4 - Slide

A refrescar...
verbos y vocabulario

Slide 5 - Slide

ir, nosotros

Slide 6 - Open question

seguir, él

Slide 7 - Open question

jugar, yo

Slide 8 - Open question

conocer, yo

Slide 9 - Open question

coger, yo

Slide 10 - Open question

het vliegtuig

Slide 11 - Open question

te voet gaan

Slide 12 - Open question

de auto

Slide 13 - Open question

caro

Slide 14 - Open question

seguro

Slide 15 - Open question

cómodo

Slide 16 - Open question

Estamos ……. la clase.
A
a
B
de
C
en

Slide 17 - Quiz

Vamos ….. Valencia.
A
a
B
de
C
en

Slide 18 - Quiz

Voy al colegio …. bici.
A
a
B
de
C
en

Slide 19 - Quiz

Vengo …. Madrid.
A
a
B
de
C
en

Slide 20 - Quiz

El libro está… la mesa.
A
a
B
de
C
en

Slide 21 - Quiz

Vamos a corregir
LA: pág. 104 ej. 2
Module: pág. 34: el ejercicio A
LE: ej. 6.1, 6.4, 6.5, 6.6,

Slide 22 - Slide

Bijwoorden van hoeveelheid
demasiado    =   teveel
Luisa trabaja demasiado.
mucho           = veel
Ana viaja mucho.
bastante        = aardig wat/tamelijk veel
Pedro estudia bastante
poco              = weinig
Rosa estudia poco.
Wat zijn bijwoorden?
woorden die iets zeggen over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord. Ze zijn onveranderlijk. 
Módulo pág. 36, 37, 38

Slide 23 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden van hoeveelheid.
demasiado, mucho, bastante, poco, kunnen ook bijvoeglijk gebruikt worden. Wat heb je geleerd over bijvoeglijke naamwoorden?
In tegenstelling tot een bijwoord veranderen ze wel. Ze passen zich aan aan het zelfstandig naamwoord waar ze bij staan. 

Slide 24 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden van hoeveelheid
demasiado - demasiada - demasiados - demasiadas
mucho - mucha - muchos - muchas
bastante - bastantes
poco - poca - pocos - pocas
vb: mucha gente, bastantes libros, pocas chicas

Slide 25 - Slide

muy
Muy is een bijwoord en het zegt iets over een bijvoeglijk naamwoord. Het versterkt het bijvoeglijk naamwoord. Het betekent dan heel of erg.
vb: La casa es grande = Het huis is groot.
      La casa es muy grande = Het huis is heel groot. 

Slide 26 - Slide

Unos ejemplos

  • Me gusta mucho leer
  • En el armario hay muchos libros.

  • Está cansado porque duerme poco.
  • Hay pocas personas en la fiesta.

  • Hay demasiado café en la taza.
  • Hay demasiada Coca-Cola en el vaso.



Slide 27 - Slide

Vul in: muy of mucho/a/os/as
1. Mi hermana es ................... simpática.
2. Tengo ...................... amigos.
3. En el parque hay ........................ gente.
4. Mi padre tiene un coche ................... bonito. 
5. En nuestro barrio hay ........................... casas. 
6. Mi amigo es.............. trabajador. Siempre estudia ................

Slide 28 - Slide

Vul in: muy of mucho/a/os/as
1. Mi hermana es ..muy...... simpática.
2. Tengo ........muchos........ amigos.
3. En el parque hay .......mucha......... gente.
4. Mi padre tiene un coche .....muy......... bonito. 
5. En nuestro barrio hay ..........muchas........ casas. 
6. Mi amigo es...muy.... trabajador. Siempre estudia ...mucho...

Slide 29 - Slide

A trabajar
Maken uit je LA: pág. 103, ej. 3, 4, 5
uit je LE: ej. 6.18
¿Listo? A practicar --> módulo pág. 39

Slide 30 - Slide

Tarea final
Folder over bezienswaardigheden Helmond.

Módulo pág. 11

Slide 31 - Slide

¿Qué y cómo?
  • Grupos de 4 personas
  • min. 10 bezienswaardigheden moeten erin komen.
  • een stadswandeling --> gebiedende wijs
  • folder op papier 

Volgende week geen les.
Gebruik de tijd om te brainstormen, informatie op te zoeken en een opzet te maken. 

Slide 32 - Slide