Bloeddruk meten

Theorie en skills 7-1
Herhaling van de vitale parameters 
1 / 39
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Theorie en skills 7-1
Herhaling van de vitale parameters 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Welke vitale parameters zijn er?

Slide 2 - Open question

This item has no instructions

Wat weet jij over bloeddruk meten?

Slide 3 - Mind map

Informeren
Bloeddruk meten
Saturatie bepalen
Pols meten
Infuusnaald plaatsen

Soorten bloeddrukmeters

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

RR bij bloeddruk meten staat voor:
A
Riva Romana
B
Rica Rova
C
Riva Rocci
D
Ravi Ricco

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Welke informatie geeft het meten van de bloeddruk?

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

RR 170/98 is een hoge bloeddruk
A
juist
B
onjuis

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

RR 120/80 is een lage bloeddruk
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Bloeddruk

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wat meet je precies als je iemands bloeddruk meet?
A
De snelheid waarmee het bloed vervoert wordt
B
De druk van het bloed op de wand van het bloedvat.
C
De hoeveelheid rode bloedcellen in het bloed
D
Hoe vaak het hart per minuut slaat

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Als je bij het openen (laten leeglopen) van de manchet een kloppend geluid hoort, dan is dat de diastolische druk
A
juist
B
onjuist

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Als je de bloeddruk meet met een stethoscoop en een manchet dan heet dit:
A
digitale meting
B
hoge bloeddruk
C
manuele bloeddrukmeting

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer je de bloeddruk meet moet je er op letten:
A
Dat er geen wond aan die arm zit
B
alle antwoorden zijn goed
C
Dat de manchet luchtvrij is voor je begint
D
Het openzetten van de stethoscoop

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Bloeddruk meten aan een arm doe je niet wanneer.... (kijkt in het protocol)

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Wat weet jij over ademhaling?

Slide 18 - Mind map

This item has no instructions

Hoe meet je de ademhaling?

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

Meten van de ademhaling
Draai de polsteller snel om of houd het klokje in het zicht. Onthoud de stand van de secondewijzer.
Start met tellen van de ademhaling.
Tel het aantal keren dat de borst en/of buik omhoog gaat (inademing) gedurende een halve minuut.

Vermenigvuldig de uitkomst met 2.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Hevig benauwd tref je een zorgvrager aan plat liggend in bed. Wat doe je?

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Een normale Ademhalings
Frequentie
A
32-36 p/m
B
12-18 p/m
C
19-25 p/m
D
0-12 p/m

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wat observeer je tijdens het tellen van de ademhaling? (kijkt in het protocol)

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Wat weet jij over het meten van een hartslag?

Slide 24 - Mind map

This item has no instructions

Tel de hartslag bij de pols met je duim
A
juist
B
onjuist

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

De hartslag kan variëren onder invloed van inspanning, ziekte, pijn of stress. Geef de cliënt zo nodig 5 minuten de tijd om rustig te worden.
A
juist
B
onjuist

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Hoe meet je de hartslag?

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Plaats de toppen van je wijs-, middel- en eventueel ringvinger aan de binnenkant van de pols. Doe dit aan de duimzijde op de polsslagader.
Oefen lichte druk uit met je vingers tot je het kloppen van de slagader voelt.
Verplaats je vingers eventueel tot je de hartslag het best voelt.

Draai de polsteller snel om of onthoud de stand van de secondewijzer van het klokje. Houd de polsteller of het klokje in het zicht.
Tel het aantal hartslagen gedurende 30 seconden.
Vermenigvuldig de uitslag met 2.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Wat observeer je tijdens het meten van de hartslag? (kijkt in het protocol)

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

hartslag tussen de 95-140 is acceptabel in rust
A
juist
B
onjuist

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Wat weet jij over het meten van temperatuur?

Slide 32 - Mind map

This item has no instructions

Hoe komt ons lichaam aan zijn warmte?
A
cel verbranding
B
voedingsstof verbranding
C
door te ademen
D
hormoon verbranding

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de normale temperatuur waarde?

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Verschillende manier van temperatuur meten
  Rectaal                                      Oraal                                   oraal                       
Axillair
oor =tympanisch
voorhoofd

Slide 35 - Slide

Ook kun je in de lies de temperatuur meten 
Welke manier van temperaturen is het betrouwbaarst?
A
axillair (oksel)
B
tympanisch (oor)
C
oraal (mond)
D
rectaal (anus)

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Als er veel oorsmeer oorsmeer voor het trommelvlies zit, dan kan dit voor een onjuiste meting zorgen
A
juist
B
onjuist

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Lees het protocol door op het gebied van aandachtspunten en het stappenplan voor het meten van temperatuur via het oor 

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Vragen?

Slide 39 - Mind map

This item has no instructions