Leerling beheerst inmiddels het stoppen en wegrijden. Waar gaat u de volgende les voor het eerst met deze leerling de stuurtechniek oefenen?
A
Slingerende weg met aan weerzijden bomen..
B
30 km zone (met soort gelijke kilo's).
C
50 km weg.
1 / 60
next
Slide 1: Quiz
RijopleidingBeroepsopleiding
This lesson contains 60 slides, with interactive quizzes.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Leerling beheerst inmiddels het stoppen en wegrijden. Waar gaat u de volgende les voor het eerst met deze leerling de stuurtechniek oefenen?
A
Slingerende weg met aan weerzijden bomen..
B
30 km zone (met soort gelijke kilo's).
C
50 km weg.
Slide 1 - Quiz
Je oefent met een beginnende leerling. Je wilt de leerling rechts achteruit fileparkeren aanleren. Welke van de onderstaande locaties is hier het meeste geschikt voor?
A
Rechts op rijbaan in een woonwijk.
B
In een woonwijk: Rechts van de rijbaan met 3 achtereen volgende mogelijkheden..
C
In een woonwijk: Rechts van de rijbaan in een parkeerplek tussen twee auto's.
Slide 2 - Quiz
Je leerling had als huiswerkopdracht het bestuderen van spoorwegovergangen. Je rijdt met je leerling een gesloten spoorwegovergang tegemoet. Je moet dus stoppen. Wat doe je in deze situatie?
A
Je gaat iets vertellen over jezelf.
B
Je laat de leerling de spoorwegovergang berijden en ervaren hoe dit is.
C
Je gaat gerichte vragen stellen over spoorwegovergangen..
Slide 3 - Quiz
De leerling zit in de eindfase van zelfstandig rijden. U wilt de leerling laten indiepen over het onderwerp autosnelwegen. Welke situatie is hier geschikt voor?
A
Ritsen.
B
Invoegen.
C
weven.
Slide 4 - Quiz
U geeft enkele aanwijzingen aan de leerling en kijkt wee. In welke fase bevindt de leerling zich?
A
DMMM.
B
DZA.
C
DOMA.
Slide 5 - Quiz
Hoe kan je een negatieve faalangst leerling motiveren?
A
Veel feedback..
B
De leerstof in kleine stappen aan te bieden.
C
Een open doelstelling vaststellen.
Slide 6 - Quiz
Tijdens de intest kom erachter dat de leerling traag van begrip is. Hoe ga je hier didactisch mee om?
A
Veel feedback geven.
B
De leerstof in kleine stappen aanbieden..(elementinstructie, stap voor stap instructie).
C
Integraal instructie toepassen.
Slide 7 - Quiz
U geeft de leerling de opdracht de HOBCDM te gebruiken. In welke fase zit de leerling?
A
DZA..
B
DMMM.
C
DOMA.
Slide 8 - Quiz
In welke fase komt transfer voor?
A
DZA..
B
DMMM.
C
DOMA.
Slide 9 - Quiz
Wanneer is er sprake van transfer?
A
Dat de leerling het aangeleerde zelf in nieuwe situaties kan gebruiken om verkeerssituatie op te lossen..
B
De leerling het aangeleerde nog niet zelf kan toepassen in nieuwe verkeerssituatie.
C
De rijinstructeur de leerling informatie geeft over lesonderdelen. (ander woord voor transfer is overdracht van kennis en of vaardigheden in een nadere situatie).
Slide 10 - Quiz
Waaruit bestaat he instructieproces?
A
Planningsfase, Voorbereidingsfase, Evaluatiefase.
B
Voorbereidingsfase, Evaluatiefase, Motivatiefase.
C
Planningsfase, realisatiefase, Evaluatiefase.
(Realisatiefase is hetzelfde als uitvoeringsfase en interactiefase)
Slide 11 - Quiz
Waar begin je het eerst mee als een leerling de opleiding komt volgen?
A
Zithouding..
B
Op en terugschakelen.
C
Stuurtechniek.
Slide 12 - Quiz
Je leerling zit in de fase van EVS. Je nadert een aantal op een volgende minirotondes. Wat is hier geschikt om te oefenen?
A
Voorrang verlenen.
B
Op en terugschakelen.
C
Naderen van kruispunt,,(rotonde). (Snelheid aanpassen, snelheid regulatie).
Slide 13 - Quiz
De leerling heeft het onderdeel stuurtechniek onder controle. U bent bezig met de lesvoorbereiding. Welke onderdeel gaat u de eerst volgende les oefenen?
A
Bocht herkenning..
B
Kruispunten.
C
Afslaan.
Slide 14 - Quiz
De gevorderde leerling stop te dicht achter een vrachtauto bij een verkeerslicht. Wat doet u?
A
Niets en komt er aan het einde van de les op terug.
B
U vraagt de leerling wat hij zelf vind van de situatie..
C
U reageert niet en laat de fout zitten.
Slide 15 - Quiz
U vult aan het einde van de les de instructievorderingskaart in. Waarvoor gebruikt u de instructievorderingskaart?
A
De leerling kan zien wat hij de volgende les gaat leren.
B
U geeft aan hoeveel rijlessen de leerling nog heeft,
C
U maakt een logische samenhang tussen de aangeleerde rijtaken en nog te leren rijtaken..
Slide 16 - Quiz
de leerstof is in een logische volgorde van begin tot de eindtaken uitgewerkt. Eenvoudig tot complex noem je dit?
A
Leerplan.
B
Leergang.
C
Lesplan..
Slide 17 - Quiz
Wat vindt u in een leerplan?
A
Een overzicht met een logische opbouw van de leerstof, van eenvoudig tot complex.
B
De leerstof voor de gehele opleiding..
C
De inleiding kern en afsluiting van de les.
Slide 18 - Quiz
Wat is bij een gemiddelde leerling de meest logische volgorde?
A
Kruispunten, Afslaan, Rotondes..
B
Tegenkomen, Kruispunten, Positie.
C
Afslaan, Kruispunten, Rotondes.
Slide 19 - Quiz
Uit een intest kwam naar voren dat de leerling uw aanwijzingen vlot oppakt, maar dat hij weinig gevoel heeft voor de voertuigbeheersing. Wat voor gevolg moet dit hebben voor uw instructie?
A
U demonstreert de handelingen ten minste twee keer.
B
U laat de leerling zoveel mogelijk oefenen..
C
U legt de nadruk op uw uitleg.
Slide 20 - Quiz
De leerling zit in de fase van CVS. U wilt achteruit vak parkeren oefenen met de leerling. Welke parkeervak kiest u? (zie foto zelfde situatie getekend).
A
vak 1.
B
Vak 2.
C
Vak 3..
Slide 21 - Quiz
Stel dat u met uw leerling in deze positie rijdt. uw leerling rijdt te dicht achter de witte bestelauto voor u. Plotseling remt de bestuurder van de witte auto. U moet direct op de rem trappen en de leerling schrik hier enorm van. Wat is vervolgens u didactisch gezien de beste oplossing?
A
U zegt: "let op de volgafstand, zodat je tijdig tot stilstand kunt komen".
B
U zegt: "geeft niets, rijdt maar rustig verder en u bespreekt de situatie later..
C
U zegt: "wat dacht je, ik lift even mee met mijn voorganger".
Slide 22 - Quiz
U bereid de les "fileparkeren" voor. Wat kunt u het best aan de leerling vragen om te controleren of hij de leerstof heeft begrepen?
A
Wat is het juiste moment van insturen?
B
Wie moet je tijdens het fileparkeren voor laten gaan?'
C
Hoe zorg je ervoor dat je niet tegen de stop komt als je achter een kleine auto wilt parkeren?...
Slide 23 - Quiz
Bij het voorbereiden van een rijles moet u een route kiezen voor de les 'schakelen in een complexere omgeving'. Wat is hiervoor de beste keuze? (op alle foto's sneeuw).
A
situatie1..
B
situatie 2.
C
situatie 3.
Slide 24 - Quiz
Voor welke leerling is dit een geschikte situatie om de helingproef te oefenen? Het betreft een vrij flauwe helling.
A
Voor de leerling die voor het eerst de hellingproef gaat oefenen..
B
Voor een gevorderd leerling.
C
Voor een leerling die al vaker de hellingproef heeft geoefend.
Slide 25 - Quiz
U rijdt hier met uw leerling. foto; blauwe Caddy/Combo komt opeens uit een uitrit de rijbaan op, voor u lesauto. De leerling schrikt niet van deze situatie. Waarom schrikt hij niet?
A
De leerling rijdt op geautomatiseerd niveau..
B
De leerling weet dat fouten maken mag.
C
U heeft de leerling gerustgesteld.
Slide 26 - Quiz
U gaat een rijschool beginnen, Waar moet je organisatorisch mee beginnen/
A
Leerplan..
B
Leergang.
C
Lesplan.
Slide 27 - Quiz
In plaats van achteruit parkeren in een parkeervak, ga je de leerling eerst vooruit parkeren aanleren. Waar moet deze wijziging worden aangebracht?
A
Leergang..
B
Lesplan.
C
Leerplan.
Slide 28 - Quiz
In welke volgorde ga je lesgeven?
A
Aanvangsniveau, doestelling en motivatie.
B
Aanvangsniveau, motivatie en demonstratie.
C
Aanvangsniveau, doestelling en demonstratie.
Slide 29 - Quiz
Een persoon begint met een rijschool. Welke onderdeel id belangrijk voor deze persoon?
A
Administratie en organisatie..
B
Administratie en lesplan.
C
leergang.
Slide 30 - Quiz
De lesauto hoort te staan in
A
Leergang.
B
Leerplan..
C
lesplan.
Slide 31 - Quiz
Wat is de juiste volgorde van het instructieproces?
A
Voorbereidingsfase, planningsfase en evaluatiefase.
B
planningsfase , interactiefase en evaluatiefase.
C
uitvoeringsfase, interactiefase en evaluatiefase.
Slide 32 - Quiz
In plaats van achteruit parkeren in een parkeervak ga je de leerling vooruit parkeren aanleren. waar moet deze wijziging worden aangebracht?
A
Organisatie en management.
B
Leergang..
C
Leerplan.
Slide 33 - Quiz
De rijinstructeur heeft een leerling die traag van begrip is. Hoe moet hij de lesstof aanbieden aan deze leerling?
A
Stap voor stap instructie..
B
Veel feedback geven.
C
Integraal instructie toepassen.
Slide 34 - Quiz
Wat hoort in een lesplan?
A
Doelstelling, variatie van didactische werkvormen en tijdsplanning..
B
Doelstelling, ordenen van lesstof en tijdsplanning.
C
Doelstelling, vereiste beginsituatie en tijdsplanning.
Slide 35 - Quiz
Wat zijn kritieke punten?
A
De belangrijke stappen in de uitvoering.
B
De uitvoering van de deelhandeling..
C
De kritieke stappen in de uitvoering.
Slide 36 - Quiz
Waar houdt u rekening mee bij het vaststellen van de vereiste beginsituatie?
A
Referentiekader leerling en karakter.
B
Referentiekader leerling en leergang..
C
Referentiekader leerling en lesplan.
Slide 37 - Quiz
Wat doet de rijinstructeur aan het begin van een les?
A
Verwelkomen, leerdoel bekend maken en vereiste beginsituatie vaststellen.
B
Je geeft samenvatting van de nieuwe les en vertelt wat je de volgende les gaat oefenen.
C
Je geeft een samenvatting van de vorige les en vertelt wat de leerling deze les gaat oefenen..
Slide 38 - Quiz
Je bent bezig met een proefexamen de leerling raakt in de stress. Wat doe je in deze situatie?
A
Je stel de leerling gerust.
B
Je zegt niets en blijft de leerling goed observeren..
C
Je geeft de leerling hints zodat hij minder stress heeft.
Slide 39 - Quiz
Je leerling komt via een andere rijschool bij je lessen. Deze leerling is al 3x gezakt voor zijn examen. Wat ga je leze les doen met de leerling?
A
Een route rijden van EVS van CVS..
B
Je geeft de leerling een keuze van routes.
C
Je gaat beginnen met voertuigbeheersing en bediening.
Slide 40 - Quiz
Je bent een leerling die snel zaken oppikt. Het is een vlotte leerling. Hoe biedt je de lesstof aan?
A
Integraal instructie..
B
Elementinstructie.
C
Cognitieve beheersingsinstructie,
Slide 41 - Quiz
U geeft les aan een groep leerling deze zitten in U-vorm. Welke didactische werkvorm ga je toepassen?
A
Gespreksvorm..
B
Opdrachtvorm.
C
Aanbiedende vorm.
Slide 42 - Quiz
U leerling vraagt hoelang een CBR examen duurt. Wat verteld u de leerling?
A
Ongeveer 30 min.
B
Ongeveer 55 min.
C
Ongeveer 13 min.
Slide 43 - Quiz
Beging van de les geeft de rij instructeur uitleg over een deelhandeling. De leerling gaat gelijk oefenen met het onderdeel. Hoe is deze leerling ingesteld.
A
visueel.
B
Auditief.
C
Motorisch..
Slide 44 - Quiz
Een leerling belt je op en zegt: kan je min van school ophalen?!. Je nu al dat de leerling minder effectieve leertijd zal hebben daarom begin je gelijk met de nieuw les als de leerling instap zonder uitleg te geven, Wat voor invloed heeft deze situatie op de leerling?
A
Leerling heeft een positieve beleving.
B
De leerling weet niet of hij met het nieuwe lesonderwerp begint..
C
De oude lesonderdelen worden zo behandeld.
Slide 45 - Quiz
Leerling zit in EVS foto: VA zit te laden/ lossen op een rijbaan met suggestiestrook. Smalle straat. Lesauto komt aanrijden. Wat zeg je tegen de leerling?
A
Rijinstructeur zegt: "Je kan er makkelijk langs kom op" .. (aanmoediging).
B
Rijinstructeur zegt: "kijktechniek, geeft richting, schuif op en etc" .. (begeleiding)
C
Rijinstructeur: Zegt niets.
Slide 46 - Quiz
Foto: een weg met aan weerzijden bomen en parkeervakken voor fileparkeren met een aantal auto's. Aan de rechterkant van de weg staat een vuilcontainer. U wilt met de leerling fileparken. Voor welke leerling is deze situatie geschikt?
A
CVS.
B
EVS..
C
VB.
Slide 47 - Quiz
U geeft aan een agressieve leerling les die eindfase van de opleiding zit. Er zijn 2 fietsers voor u. De leerling raak geïrriteerd en scheld ze uit. Hoe reageer jij?
A
Je zegt niets en gaat door met de les.
B
Einde les kom je terug op de situatie en verteld dat zijn gedrag niet netjes was.
C
Je pakt het gedrag meteen aan door gebruik te maken van zijn eigen gedrag.. (inlevingsvermogen).
Slide 48 - Quiz
Een leerling heeft totaal geen gevoel voor voertuigbediening. Ondanks uw uitleg en aanwijzingen wilt bediening niet goed gaan. Wat voor soort leerling is dit?
A
Stuurloos..
B
Extern sturend.
C
Zelfsturend.
Slide 49 - Quiz
Je leerling is meerdere keren gezakt voor het CBR examen. deze leerling komt bij jou lessen. Hoe ga je hiermee om?
A
Je laat de leerling volgens het CBR examen een route rijden.
B
Je begint met CVS..
C
Je leert de leerling alle basisvaardigheden van het rijden.
Slide 50 - Quiz
Wanneer is er verlies aan leertijd?
A
Tijdens de les in een wasstraat..
B
Tanken tijdens een les.
C
Invullen van de instructievorderingskaart.
Slide 51 - Quiz
Foto: In een woonwijk rode fiat 500. Er zijn 4 lege parkeerplaatsen achter elkaar. tussen vak 3 en 4 staat een lantaarnpaal. In parkeervak 5 staat een grijze Mercedes. Je gaat vooruit parkeren oefenen met je leerling. Voor welke type leerling is deze situatie geschikt?
A
Leerling EVS..
B
Leerling CVS.
C
Leerling Zelfstandig rijden.
Slide 52 - Quiz
je hebt een vlotte leerling. De leerling zit nog in fase EVS. Je wilt de volgende de les met de leerling in/uitvoegen oefenen op de snelweg. Alleen het heeft gesneeuwd. Wat voor invloed heeft dit op de leerling?
A
Leerling krijgt ervaring met rijden in de sneeuw..
B
De leerling wordt gedemotiveerd.
C
De leerling raakt overbelast.
Slide 53 - Quiz
Rijinstructeur geeft aan het einde van de les huiswerkopdracht mee aan de leerling. Aan welke voorwaarde moet deze opdracht voldoen?
A
De opdracht moet duidelijk zijn bij beide.
B
De leerling moet de opdracht maken..
C
De rij instructeur moet een globale opdracht geven.
Slide 54 - Quiz
De leerling is bezig in de fase zelfstandig rijden. Welke taak heeft de rijinstructeur?
A
aanwijzingen geven aan de leerling.
B
Begeleiden en coachen van de leerling.
C
Observeren van de leerling..
Slide 55 - Quiz
Een rijtaak moet geautomatiseerd worden welk didactische principe speelt hier een rol in?
A
Demonstreren van de rijtaak.
B
Aanschouwen van de rijtaak.
C
Herhalen van de rijtaak..
Slide 56 - Quiz
Hoe kunt u een ongemotiveerde leerling betrekken bij de les?
A
Door gerichte vragen te stellen.
B
Door veel feedback te geven.
C
Door het doelstelling te motiveren..
Slide 57 - Quiz
Waar let u op als u een leerling op cognitief gebied wilt toetsen?
A
Kennis en karakter.
B
Kennis en inzicht..
C
Vaardigheden en leerling kenmerken.
Slide 58 - Quiz
Uw leerling zit in fase van EVS. U bent een route aan het voorbereiden voor de leerling. Kunt u een turbo rotonde inplannen voor de leerling?
A
Ja, met begeleiding.
B
Nee, dit is te moeilijk..
C
Ja, de leerling moet dit beheersen.
Slide 59 - Quiz
Je bent aan het lessen met een leerling. De leerling kan een bepaalde verkeerssituatie niet goed oplossen. Hierdoor raakt hij emotioneel. Op welk moment gaat u deze situatie bespreken.