Les 7: Het spel maken 1

Welkom
Ga zitten volgens de plattegrond die je met de mentor hebt gemaakt
1 / 10
next
Slide 1: Slide
SkillsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom
Ga zitten volgens de plattegrond die je met de mentor hebt gemaakt

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Sociaal werk

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we doen vandaag?
Wat 
Hoe lang
Lesdoelen 
3 minuten
Gedragsverwachtingen
2 minuten
De theorie in jullie spel
5 minuten
Voorbeelden spelvormen
3 minuten
Keuzes maken voor het spel
5 minuten
Spel maken
20 minuten

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
  • Ik leg uit hoe de theorie over spellen past bij ons eigen spel.
  • Ik kies wat voor spel we maken (spelvorm en onderwerp).
  • Ik geef aan hoe de 4 onderdelen (onderwerp, interactie, doel, veiligheid) in ons spel terugkomen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Gedragsverwachting
  • Geen kauwgom in je mond
  • Je hebt een actieve werkhouding
  • Je hebt aandacht voor de les
  • Je doet mee en werkt aan het werkblad
  • Tijdens het samenwerken  praat je zachtjes
  • Wanneer de docent aan het woord is ben je stil en luister je actief

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

De theorie in jullie spel
We herhalen de theorie uit de vorige les en bespreken samen hoe jullie dat in je eigen spel in kunnen zetten.

We maken een mindmap
timer
5:00

Slide 6 - Slide

Hier herhaal je kort de theorie uit de vorige les. De leerlingen bedenken samen welke 4 dingen in een spel terug komen: 

1.Onderwerp: wat speel je?
Het spel gaat ergens over.
Bijvoorbeeld:
• leren kennen
• samenwerken
• iets raden

“Elk spel gaat ergens over.
Je speelt niet zomaar iets, het heeft een thema.
In ons project gaat het spel over kennismaken en contact maken.”

2.Iets wat je doet
In een spel doe je iets:
• praten
• bewegen
• kiezen
• reageren

“In een spel doe je altijd iets samen.
Je praat, kiest, beweegt of reageert op elkaar.
Zonder iets te doen, is er geen spel.”


3.Een doel
Een spel heeft een doel.
Bijvoorbeeld:
• elkaar beter leren kennen
• een opdracht afronden
• iets ontdekken

“Een spel heeft altijd een doel.
Je speelt het spel ergens voor.
Bij ons is het doel: op een rustige manier contact maken.”


4.Een veilig gevoel
Een spel is veilig:
• niemand wordt uitgelachen
• je mag fouten maken
• je hoeft niets te doen wat je niet durft

“Een spel moet veilig voelen.
Je mag fouten maken en je mag ook passen.
Niemand wordt uitgelachen of gedwongen.”


Uitdelen
Jullie krijgen voorbeelden van spelvormen

Kijk samen naar de spelvormen
Overleg welke spelvorm jullie kiezen

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Keuzes maken
Jullie krijgen het werkblad: keuzes maken



Opdracht:
  1.  Geef antwoord op de vragen op het werkblad

Werk samen
timer
5:00

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Spel maken
Jullie hebben nodig:
  • Werkblad: ideeën kiezen
  • Theorie uitlegblad
  • Voorbeelden werkvormen
  • Werkblad: keuzes maken

Opdracht:
  1.  Maak jullie spel

Werk samen
timer
20:00

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Volgende les
Verder werken aan het spel
Spelregels opschrijven

Slide 10 - Slide

This item has no instructions