Stap 1: onderstreep het werkwoord
Stap 2: is het een vorm van to be (am/are/is), have got of een hulpwerkwoord (can)?
Ja? Plak not achter het werkwoord
Nee? zet don't/doesn't/ voor het hele werkwoord
Let op! Na doesn't verdwijnt de -s (he likes school/he doesn't like school)