Les 5.1 Cursus B: Werken met 0-jarigen

Werken met 0-jarigen

Zorg en zelfredzaamheid
1 / 37
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quiz, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Werken met 0-jarigen

Zorg en zelfredzaamheid

Slide 1 - Slide

🎯Lesdoelen
Aan het einde van deze les kan ik:

  1. Benoemen wat er aankomende periode van mij verwacht wordt;
  2. In kaart brengen waar mijn uitdagingen liggen --> aantekeningen maken
  3. Benoemen waarom werken met 0 jarigen zo belangrijk is en het een extra diploma eis is.

Slide 2 - Slide

Lesprogramma
  • Wat houdt het vak Cursus B in
  • Waar vind ik al het lesmateriaal?
  • Hoe maak ik een verslag die voldoet?
  • Boek, echt waar?
  • Aan de slag!
  • Theorie
  • Afsluiting
Programma
  • Wat houdt het vak in?
  • Waar staat het lesmateriaal?
  • Hoe maak ik een verslag?
  • Boek, echt waar?
  • Aan de slag
  • Lesopdracht, 4 delen
  • Afsluiting
 

Slide 3 - Slide

Inleiding vak
  • Praktische werkzaamheden bereidt je voor op examen B 
  • Lessen worden gegeven in leerjaar 2  in periode 5 
  • In leerjaar 3 periode 10 komt het vak terug
  • Je gaat gaat goed voorbereid het examen in
  • 🫵🏻 neemt de leiding over je opleiding: gebruik je tijd en inzet om je doelen te halen.

 







Slide 4 - Slide

Programma periode 5
5.1
Ontwikkeling baby; lichamelijk & cognitief
5.2
Ontwikkeling baby; sociaal emotioneel, persoonlijkheid en seksueel
5.3
Hechting
5.4
Lichaamstaal, interactie & tiltechnieken
5.5
Spel- en ontwikkelingsmaterialen die geschikt zijn voor 0-jarigen

5.6
Dagritme en rituelen
5.7
Afronding en toetsing: Stimuleren van de ontwikkeling, werken met 0 jarigen.

Slide 5 - Slide

Lichamelijke ontwikkeling
De lichamelijk ontwikkeling die een baby doormaakt is groot en verloopt op drie manieren:
  1. De baby maakt een enorme lichamelijke groei door
  2. De baby maakt een grote motorische ontwikkeling door
  3. De baby ontwikkelt zijn zintuigen

Slide 6 - Slide

Lichamelijke groei
  • Na een voldragen zwangerschap weegt een gemiddelde baby 3500 gram en is 50 cm lang.
  • Wanneer een baby een jaar oud is weegt hij ongeveer 10 kilo en is hij 75 cm lang. (1,5 keer zijn geboortelengte en bijna 3 keer zijn geboortegewicht)
  • De lichaamsverhoudingen van een zuigeling zijn anders dan bij een volwassene  Het hoofd van een pasgeborene beslaat ongeveer ¼ van zijn totale lichaamslengte. Bij een volwassene is dat ⅛.
  • Bij een baby ontbreekt de hals bijna helemaal en verhoudingsgewijs 
      heeft een baby erg korte beentjes.

Slide 7 - Slide

Slaap
Slaap is erg belangrijk voor een goede groei.
  • Gemiddeld slaapt een pasgeboren baby 16 uur per dag
  • Er zijn baby’s die meer dan 20 uur per dag slapen
  • Langzaam krijgt een baby een steeds ‘normaler’ slaappatroon en ritme, maar in het begin gaat dit vaak zonder enige regelmaat: jonge baby’s slapen vaak nog niet door, maar slaapt een periode en is daarna weer even wakker.
  • Slapen is van essentieel belang bij het ontwikkelen van de hersenen.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Motorische ontwikkeling
  • Reflexbewegingen: de eerste bewegingen die een pasgeborene maakt, oftewel: reflex --> Een reactie of beweging die zich automatisch voltrekt.
  • Een baby wordt geboren met verschillende reflexen. Twee reflexen vallen in het bijzonder op, namelijk: de zuigreflex en de grijpreflex.
  • Zuigreflex: een automatisch reactie van de baby om krachtig te zuigen op alles wat in zijn mond komt. Belangrijk voor het overleven van de baby 🍼Hij kan direct al drinken.
  • Grijpreflex: de automatische reactie van baby’s om dingen te grijpen, zowel met handjes als met voetjes. Deze reflex is op te roepen door een vinger tegen de 
      handpalm of voetzool van de baby te leggen.

Slide 10 - Slide

💪🏼Spierbeheersing
De meeste aangeboren reflexen verdwijnen na een aantal maanden, doordat de baby zijn spieren leert beheersen.
Het leren beheersen van spieren loopt via een vaste volgorde:
  1. Van boven naar beneden: hoe dichter de spier zich bij de hersenen bevindt, hoe eerder de spier wordt beheerst.
  2. Van dichtbij naar veraf: hoe dichter de spier zich bij de romp bevindt, des te eerder de spier wordt beheerst
  3. Van ongericht naar gericht: van ongerichte, toevallige bewegingen naar doelgericht, beheerste bewegingen.
  4. Van grof naar fijn: de baby leert eerst de spieren beheersen waarmee grotere bewegingen worden gemaakt --> Van grove naar fijne motoriek.


Slide 11 - Slide

Motorische ontwikkeling
Een kind ontwikkelt zijn spierbeheersing zeer snel:
  • Na ongeveer 5 maanden kan een baby zich omrollen van rug naar buikligging
  • Na ongeveer 7 maanden kan een baby los zitten
  • Met ongeveer 15 maanden loopt een kind los
  •  Belangrijk om te weten: ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo: sommige kinderen lopen al met 9 maanden, terwijl anderen pas met 20 maanden lopen. Een snelle ontwikkeling is niet ‘beter’.
  • Er zijn echter wel grenzen: een kind van 3 jaar dat nog niet kan lopen heeft een ontwikkelingsachterstand.

Slide 12 - Slide

👀Oog – 🖖🏼 handcoördinatie 
Deze afstemming tussen ogen en handen ontstaat als de baby ongeveer 3  maanden oud is.
We noemen dit de sensomotorische ontwikkeling --> De ontwikkeling in de samenhang van zintuigen en motoriek.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

👀Oog – 🖖🏼 handcoördinatie 
De stappen in de sensomotorische ontwikkeling zijn:
3️⃣ maanden: de baby gaat reiken naar een voorwerp dat hij ziet; eerst met beide armen, later met één arm.
5️⃣ maanden: het lukt de baby een voorwerp te grijpen. Hij stopt het in de mond, bekijkt en betast het.

Slide 15 - Slide

👀Oog – 🖖🏼 handcoördinatie 
6️⃣ maanden: de baby kan voorwerpen van de ene hand naar de andere hand overbrengen. Kleine voorwerpen zoals kralen lukt nog niet omdat de baby zijn hele hand gebruikt.
1️⃣2️⃣ maanden: de baby kan nu ook kleine voorwerpen pakken, omdat hij deze nu tussen duim en wijsvinger vastpakt. Dit noemt men de pincetgreep.

Slide 16 - Slide

 Zelfredzaamheid
Kinderen gebruiken deze greep om dingen vast te houden zoals bestek, knopen dicht te doen, ritsen te sluiten en andere handelingen die nodig zijn voor zelfstandigheid.
Dit vormt de basis voor latere vaardigheden zoals schrijven, tekenen en knippen.
Waarom is de pincetgreep zo belangrijk?

Slide 17 - Mind map

Zintuiglijke ontwikkeling
Zintuig = een groep van zenuwcellen die gevoelig is voor prikkels van buitenaf.

👀Zien: vlak na de geboorte nog vaag en onscherp. Baby ziet het verschil tussen licht en donker en omtrekken van dingen. Hij ziet het scherpst op een afstand van 20 cm.
Na 2️⃣ maanden gaat de baby meer gericht kijken en zal hij volgbewegingen maken.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Zintuiglijke ontwikkeling
👂🏼 Horen: het gehoor is al bij de geboorte goed ontwikkeld. 

  • Al vlak na de geboorte draait een baby zijn hoofd in de richting van geluid.
  • Het horen van een baby is niet hetzelfde als bij een volwassene, omdat baby’s nog ⛔ betekenis kunnen geven aan hetgeen dat ze horen.
  • Een baby herkent direct na de geboorte al de stem van zijn moeder en reageert hier ook op.

Slide 20 - Slide

Zintuiglijke ontwikkeling
  • 👃🏼Ruiken: Bij de geboorte kan een baby al goed ruiken. Pasgeborenen ruiken na hun geboorte de tepel, de borst en hun moeder.
  • Na een week herkent de baby het bovengenoemde als ‘eigen’.
  • Geur speelt ook een grote rol bij de hechting aan een knuffel. Veel kinderen zijn dan ook verdrietig als hun knuffel wordt gewassen.

Slide 21 - Slide

Zintuiglijke ontwikkeling
🤏🏼Voelen: De tastzin is voor baby’s het meest belangrijke zintuig

  • Al direct na de geboorte is de huid van een baby erg gevoelig voor aanraking  Met allerlei reflexen reageert de baby duidelijk op aanrakingen.
  • Aanraken en knuffelen is erg belangrijk voor baby’s (denk aan experiment van Harlow met de jonge aapjes).
  • De mond is een erg belangrijk tastzintuig. Via zijn mond 
       maakt de baby voor het eerst kennis met de 
       wereld om hem heen.


Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Zintuiglijke ontwikkeling
👅Proeven

  • Bij de geboorte heeft een baby duizenden smaakpapillen. Deze maken hem erg gevoelig voor smaken.
  • Baby’s hebben een voorkeur voor zachte, zoete smaken. Waarschijnlijk overlevingsmechanisme: bittere en zure dingen zijn vaak giftig.
  • Wanneer een kind 10 is, is nog maar de helft van de smaakpapillen over.
  • Bij borstvoeding krijgt een baby meer verschillende smaken binnen dan bij flesvoeding, omdat de smaak van borstvoeding afhankelijk is van wat de moeder heeft gegeten.

Slide 24 - Slide

Zintuiglijke ontwikkeling
  • Bij de overgang naar vast voedsel moet een baby wennen aan nieuwe smaken, een andere structuur én een andere manier van eten.
  • Jonge baby’s hebben een voorkeur voor voedsel dat glad, zacht en lauw is.
  • Van een lepeltje eten vraagt om een totaal andere mondmotoriek dan drinken uit een fles of borst  Het duurt daarom even voordat een baby dit kan.
  • Om te wennen aan een nieuwe smaak moet de baby het 10 a 15 keer proeven.



Slide 25 - Slide

Cognitieve ontwikkeling
🧠Verstandelijke ontwikkeling 
Vanaf 6️⃣ maanden is er een begin van het denken te zien.
De taalontwikkeling is een ander belangrijk aspect van de cognitieve ontwikkeling van baby’s.
Het begin van het denken -->Tussen de 6 en 12 maanden ontwikkelt een baby het vermogen om een beeld in zijn geheugen vast te houden, zonder het te zien. Dit noemen we objectpermanentie.
Objectpermanentie = het besef dat mensen en voorwerpen blijven bestaan, ook als ze niet zichtbaar zijn.

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Video

Het begin van denken
Voor een baby van 6️⃣ maanden geldt: weg = weg

Bijv.: wanneer je speelgoed verstopt zal de baby dit niet gaan zoeken, maar verder spelen met iets anders.
Zodra een baby zich ontwikkeld, gaat hij er wél naar op zoek. Hij weet dat het speelgoed niet helemaal weg kan zijn, omdat hij er een voorstelling van heeft in zijn geheugen.
Rond de leeftijd van 1️⃣2️⃣ maanden gaat een baby zelfs zonder 
zijn speelgoed eerst gezien te hebben op zoek. Hij beseft dan namelijk 
dat het ergens moet zijn.

Slide 28 - Slide

Scheidingsangst
Er is een verband tussen objectpermanentie en scheidingsangst.
Scheidingsangst = de angst bij mensen om verlaten te worden. 
  • Bij kinderen uit deze angst zich in het gaan huilen als de vertrouwde opvoeder weg gaat.
  • Zodra de baby objectpermanentie heeft ontwikkeld mist hij zijn vertrouwde opvoeder. De baby denkt dat zijn vader/moeder voor altijd weg zijn en nooit meer terugkomen.
  • Doordat de baby ervaart dat zijn ouders toch telkens weer terugkomen, neemt zijn scheidingsangst af.
➡️Hoe ga je hiermee om als je met kleine kinderen werkt?

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Video

Het aanleren van vaardigheden
Rijpingsprocessen ➡️De baby wordt vooral motorisch veel vaardiger.
Oefening speelt hierbij een veel minder grote rol dan rijping ➡️ Het kind moet er aan toe zijn om iets te leren (geen invloed op).
Het leren van baby’s vertoont drie kenmerken:
  1. Ervaringsleren: de baby leert dingen door ze zelf te doen
  2. Herhalingsleren: de baby leert de dingen door ze steeds weer te oefenen/herhalen
  3. Imiterend leren: de baby leert de dingen doordat anderen ze, bewust/onbewust, voordoen.

❕Baby’s zijn zeer gevoelig voor de reactie van anderen: enthousiasme spoort ze aan om dingen nog eens te proberen.


Slide 31 - Slide

🗣️Taalontwikkeling
Een kind leert praten door zijn omgeving na te bootsen ➡️ Al direct na de geboorte imiteert een kind de mondbewegingen van zijn moeder.
Vanaf ongeveer 3️⃣ maanden is er sprake van echt ‘brabbelen’ (meer bewust).
Brabbelen = de fase in de taalverwerving waarin de baby spraakklanken oefent zonder dat hij ze tot betekenisvolle eenheden (woorden) kan samenvoegen.
Vanaf ongeveer 8️⃣ maanden probeert de baby actief woorden en klanken na te bootsen. Bijv. fluisteren, gebaren zoals ‘applaus’ nadoen.

Slide 32 - Slide

Symboolbewustzijn
Symboolbewustzijn = wanneer klanken en woorden steeds meer betekenis krijgen voor een baby. Bijv. 👩🏼‍🍼‘mama’ is een persoon, 🪆‘pop’ is een ‘ding/speelgoed’.
Dit bewustzijn komt op gang als het kind ongeveer 9️⃣ maanden oud is.
Het gaat hierbij ook om gebaren ➡️ ‘Zeg maar dag’’👋🏼 Baby zwaait.

Slide 33 - Slide

Eénwoordzin
Rond hun eerste verjaardag 🎂gaan kinderen zelf woordjes gebruiken.
1 woord staat dan soms voor een hele zin.
🍽️Bijv. ‘eten!’ kan zowel betekenen dat het kind wil eten, als dat hij iemand anders ziet eten.
Het is belangrijk dat men goed naar het kind 👁️kijkt en 👂🏼luistert om te begrijpen wat hij bedoelt.

Slide 34 - Slide

📝 Wat heb ik vandaag geleerd 
Jij kan na deze les:
✅Benoemen wat er aankomende periode van mij verwacht wordt;
✅In kaart brengen waar mijn uitdagingen liggen --> aantekeningen maken
✅Benoemen waarom werken met 0 jarigen zo belangrijk is en het een extra diploma eis is.


Slide 35 - Slide

👓Vooruitblik komende les
  • Ontwikkeling baby; sociaal emotioneel, persoonlijkheid en seksueel
  • Een planning laten zien voor het uitvoeren van de formatieve toetsing op de BPV of simulatie zodat je dit de eerstvolgende BPV-dag kan bespreken.

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide