Orthopedagogiek les 7.3 verstandelijke beperking + leerstoornissen

WELKOM
1 / 24
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

WELKOM

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inhoud les:

  • Vragen vooraf?
  • Herhaling vorige les
  • Theorie 7.3 verstandelijke ontwikkeling

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Zijn er op dit moment vragen?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Welke soort lichamelijke beperkingen onderscheiden we?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Soorten beperkingen: 

- zintuigelijke beperkingen (slecht zien, blind, slecht horen, doof, spraakproblemen) 

 - neurologische beperkingen (epilepsie, taalproblemen, open ruggetje) 

 - motorische beperking (problemen met lopen, zitten, staan, evenwicht en het bewegen van handen en armen  
 
- orgaanbeperking (hart- en vaatziekten, darmproblemen, astma, suikerziekte of problemen met plassen of ontlasting)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke spierziekte staat bekent als een ziekte in het centrale zenuwstelsel (niet in de spieren zelf dus)
A
Spierdystrofie van duchenne
B
Multi scelorese (MS)
C
Spinale musculaire atrofie (SMA)

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn kenmerken van Developmental coordination disorder (DCD) ?
A
moeite met soepel bewegen
B
erg onhandig
C
Spierpijn
D
moeite met aanleren en uitvoeren van motorische taken

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Verstandelijke ontwikkeling

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Cognitieve ontwikkeling
* de verstandelijke ontwikkeling noemen we ook wel de cognitieve ontwikkeling: Je leert inzien hoe dingen in elkaar zitten en hoe dingen met elkaar samenhangen

* Op het KDV is het goed op te merken a.d.h.v. signaleren of de ontwikkelingen op dit gebied bij een kind achterblijven, wie kan voorbeelden noemen van signalen?

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Verstandelijk beperkt
* Een verstandelijke beperking kan aangeboren zijn of door ziekte of ongeval veroorzaakt zijn.

* Een verstandelijke beperking gaat vaak samen met andere beperkingen en problemen, kinderen kunnen dus ook gedragsmatig - op sociaal-emotioneel en de motorische ontwikkeling een achterstand oplopen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Intelligentiequotiënt (IQ)

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Aanpak
* Kinderen met een verstandelijke beperking hebben recht op begeleiding die aansluit op hun niveau.
*Je kunt bij hen een aanspreekniveau gebruiken die je normaal bij jongere kinderen gebruikt.
*Bedenk je goed dat een kind het niet fijn vindt om op een kinderachtige manier aangesproken te worden.
*Controleer of hij/zij je goed begrepen heeft.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Vul aan: Bij een IQ onder de …. spreek je dus van een beneden gemiddeld intelligentie niveau
A
60
B
70
C
77
D
85

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Stelling: iemand is hoogbegaafd als hij beschikt over een hoge intelligentie, veel creativiteit en doorzettingsvermogen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Hoogbegaafdheid
* Een IQ van 130 of hoger is een voorwaarde voor hoogbegaafdheid.
* Hoogbegaafdheid wordt voor een groot deel door erfelijkheid bepaald, wel heeft de omgeving een groot invloed op de ontwikkeling ervan

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Opdracht in tweetallen 
Bedenk een activiteit voor Laurent ( iemand met het IQ van +130) waarbij je rekening houdt met zijn wensen/behoeftes/interesses die gericht is op het stimuleren van zijn cognitieve ontwikkeling.
Jullie krijgen hier 15 minuten de tijd voor.

Doe dit aan de hand van het activiteitenplan die op Teams 
(bij bestanden --> formats) staat.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Leerstoornissen
Wanneer een kind moeite heeft met leren, kan er sprake zijn van een leerstoornis.
* Er is sprake van een leerprobleem als het probleem op te lossen is.
*Er is sprake van een leerstoornis als er extra ondersteuning nodig is. De oorzaak hiervan ligt in de hersenstructuur.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Leerstoornissen 
*Dyslexie - Griekse vertaling van 'niet kunnen lezen'
*Dyscalculie - Griekse vertaling van 'niet goed kunnen rekenen'

*Hyperlexie - leest op jonge leeftijd goed en snel maar heeft moeite met begrijpend lezen.
*Niet-verbale leerstoornis (NLD) -  goede woordenschat en goed geheugen voor gesproken informatie. Het zien en voelen van de informatie is voor hen veel moeilijker te verwerken.
*Moeite met executieve functies - zijn de fucties in het brein die het mogelijk maken om beslissingen te nemen/impulsen te beheersen en te focussen op wat belangrijk is.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Bij … gaat lezen, spellen en schrijven veel minder goed dan je kunt verwachten op basis van het intelligentieniveau
A
Dyslexie
B
Dyscalculie
C
Hyperlexie
D
NLD

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Bij … gaat het om problemen bij het aanleren, snel oproepen en toepassen van kennis over rekenen en wiskunde
A
Dyslexie
B
Dyscalculie
C
Hyperlexie
D
Moeite met executieve functies

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Bij … lees je gemakkelijk lange zinnen en moeilijke woorden, je begrijpt alleen niet goed wat je leest
A
Dyslexie
B
Dyscalculie
C
Hyperlexie
D
NLD

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Einde van de les

Slide 24 - Slide

Afsluiting
Bedankt voor je aandacht, je bent nu klaar om te gaan oefenen in de praktijk met het intakegesprek. Vraag vooral op je stage of je eerst mee mag kijken en of je er later zelf 1 uit mag voeren. Dit is ook een BPV opdracht in blok 3.