What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
04. 3B H2.4 Geld telt (5-10-26)
H2 Geldzaken
B) Paragraaf 4: Geld telt
Ik ben ingelogd in LessonUp.
Dit ligt klaar:
boek
schrift
pen
rekenmachine
inbellen
1 / 44
next
Slide 1:
Slide
Economie
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3,5
This lesson contains
44 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
4 videos
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Report this lesson
Items in this lesson
H2 Geldzaken
B) Paragraaf 4: Geld telt
Ik ben ingelogd in LessonUp.
Dit ligt klaar:
boek
schrift
pen
rekenmachine
inbellen
Slide 1 - Slide
Vandaag
Huiswerk
Hoofdstuk 2 paragraaf 4
Aan de slag
Huiswerk
Slide 2 - Slide
Planning H2
Maandag 2 november
Toets hoofdstuk 2
Slide 3 - Slide
BK
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
KGT
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
Huiswerk
2 november: Toets Hoofdstuk 2
Slide 4 - Slide
Doel B2.4:
Theorie:
Ik kan de verschillende functies van geld uitleggen.
Rekenvaardigheden:
Ik reken met miljoenen en miljarden.
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Functies van geld
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Slide 9 - Video
Slide 10 - Video
Directe & indirecte ruil
Slide 11 - Slide
Twee soorten ruil
Directe ruil
Slide 12 - Slide
Twee soorten ruil
Indirecte ruil
Slide 13 - Slide
Directe en indirecte ruil
Goederen tegen goederen ruilen =
directe ruil.
Geld tegen een product 'ruilen' =
indirecte ruil.
Directe ruil
Slide 14 - Slide
Geld functies
Ruilmiddel:
iets kopen.
Rekenmiddel:
vaststellen hoeveel iets waard is.
Spaarmiddel:
sparen voor iets wat je later wilt kopen.
Slide 15 - Slide
Arbeidsverdeling
moeilijk bij
"ruil in natura".
Ruil in natura:
Een goed of dienst ruilen tegen een ander goed en dienst.
Geld
maakt
arbeidsverdeling
mogelijk.
Geld maakt dus mogelijk dat er
verschillende beroepen
zijn
Slide 16 - Slide
Contant geld
Je bankpas
Een creditcard
Je telefoon
Achteraf betalen
Hoe kan je betalen?
Slide 17 - Slide
Twee soorten geld
Chartaal geld
Giraal geld
Slide 18 - Slide
Chartaal geld
Chartaal geld
= contant geld
Bankbiljetten en Munten
Geld dat je kan aanraken
Vaak kleine bedragen
Kan vervalst worden
Slide 19 - Slide
Betaalautomaat
Betaalautomaat
=
Slide 20 - Slide
Geldautomaat
Geldautomaat
=
Slide 21 - Slide
Anders afrekenen
Slide 22 - Slide
Indirecte ruil is:
A
geld tegen een product ruilen
B
een product tegen geld ruilen
C
geld tegen geld ruilen
D
een product tegen een product ruilen
Slide 23 - Quiz
Wat is arbeidsverdeling
A
iedereen doet veel verschillende taken
B
de taken worden verdeeld over de mensen
Slide 24 - Quiz
Wat is directe ruil?
A
Ruilen zonder geld
B
Ruilen met geld
Slide 25 - Quiz
Wat is giraal geld?
A
geld op de bankrekening
B
al het munt geld
C
alle bankbiljetten
D
al het munt geld en bankbiljetten
Slide 26 - Quiz
Je hebt chartaal geld en giraal geld. Wat is chartaal geld?
A
Geld in je zak
B
Geld op je rekening
Slide 27 - Quiz
Rekenvaardigheden
B 2.4) miljarden en miljoenen
Ik let er op dat ik:
Een berekening geef
De eenheid erbij zet: €
Een komma zet ipv een punt
2 cijfers achter de komma zet
Slide 28 - Slide
Rekentrainer paragraaf 4
Miljarden en miljoenen.
1 duizend = 1.000
1 miljoen = 1.000.000 = 1.000 x duizend
1 miljard = 1.000.000.000 = 1.000 miljoen
Slide 29 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld:
Bereken in miljoenen.
8,3 miljard + 30 miljoen =
Slide 30 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld:
Bereken in miljoenen.
8,3 miljard + 30 miljoen =
8,3 miljard = miljoen
Slide 31 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld:
Bereken in miljoenen.
8,3 miljard + 30 miljoen =
8,3 miljard = miljoen
8,3 miljard=
8.300.000.000
Slide 32 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld:
Bereken in miljoenen.
8,3 miljard + 30 miljoen =
8,3 miljard =
8.300
miljoen
Slide 33 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld:
Bereken in miljoenen.
8,3 miljard + 30 miljoen =
8,3 miljard = 8.300 miljoen
8.300
miljoen +
30
miljoen =
8.330
miljoen
Slide 34 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld 2:
Bereken in miljarden.
4 miljard - 820 miljoen =
Slide 35 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld 2:
Bereken in miljarden.
4 miljard - 820 miljoen =
820 miljoen = miljard
Slide 36 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld 2:
Bereken in miljarden.
4 miljard - 820 miljoen =
820 miljoen = miljard
820 miljoen=
820.000.000
Slide 37 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld 2:
Bereken in miljarden.
4 miljard - 820 miljoen =
820 miljoen =
0,820
miljard
Slide 38 - Slide
Rekenen met miljoenen en miljarden
Voorbeeld 2:
Bereken in miljarden.
4 miljard - 820 miljoen =
820 miljoen = 0,820 miljard
4
miljard -
0,820
miljard =
3,18
miljard
Slide 39 - Slide
Samenvatting 2.3
Slide 40 - Slide
Slide 41 - Slide
BK
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3+4
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3+4
KGT
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3+4
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3+4
Huiswerk
2 november: Toets Hoofdstuk 2
Slide 42 - Slide
Vooruitblik
Slide 43 - Slide
Nabespreking
Hoe is het gegaan?
Wat ging goed?
Wat vond je moeilijk?
Welke vragen heb je nog?
Slide 44 - Slide
More lessons like this
§2.1 Geld telt
October 2025
-
18 slides
Economie
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 3
3.1 Hoe betaal je?
October 2018
-
38 slides
Economie
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3
Eieren voor je geld
3.1 Hoe betaal je?
October 2018
-
40 slides
Economie
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 3
Eieren voor je geld
2.1 Waarmee betaal je?
August 2023
-
48 slides
Economie
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Eieren voor je geld
2.1 Waarmee betaal je?
September 2018
-
46 slides
Economie
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 4
Eieren voor je geld
Behoeften en schaarste (Economie vmbo), les 2: Examentraining
17 days ago
-
17 slides
New lesson editor
Economie
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 3,4
Examenstof
Behoeften en schaarste (Economie vmbo), les 3: Terugblik quiz
17 days ago
-
15 slides
New lesson editor
Economie
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 3,4
Examenstof
H1.1 tm 1.4 - Economie
January 2026
-
24 slides
Economie
Middelbare school
mavo
Leerjaar 2