Het installatiebedrijf

Het installatiebedrijf

1 / 31
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Het installatiebedrijf

Open vanuit een herkenbare situatie: monteurs, gereedschap, planning en werk op locatie. Verbind dit meteen aan de vraag hoe een bedrijf meer werk kan doen in dezelfde tijd.

Lesdoel

Ik kan uitleggen waardoor de arbeidsproductiviteit stijgt in een installatiebedrijf.

This item has no instructions

Wat is arbeidsproductiviteit?

Arbeidsproductiviteit is hoeveel werk een werknemer maakt in een bepaalde tijd.


Bij een installatiebedrijf gaat het om bijvoorbeeld:

  • meer installaties per dag

  • sneller onderhoud uitvoeren

  • minder tijdverlies tijdens het werk

Houd het eenvoudig op A1-niveau: meer werk in dezelfde tijd, of hetzelfde werk in minder tijd. Gebruik een voorbeeld van een monteur die eerst 2 en later 3 klussen per dag doet.

Waarom is dit belangrijk?

Als de arbeidsproductiviteit stijgt, kan een installatiebedrijf:

  • meer klanten helpen

  • sneller werken

  • kosten besparen

  • beter concurreren met andere bedrijven

Benadruk dat hogere arbeidsproductiviteit niet alleen om harder werken gaat, maar vooral om slimmer werken.

Voorbeeld uit de praktijk

Een monteur moet op één dag naar drie adressen.


Als materialen klaarstaan en de route goed is gepland, kan hij sneller werken. Dan doet hij meer werk in dezelfde tijd.

Dit voorbeeld bereidt de factoren voor die later komen: techniek, scholing, specialisatie en goede werkomgeving.

Waardoor stijgt het?

De arbeidsproductiviteit stijgt vaak door:

  • nieuwe productietechnieken

  • scholing

  • specialisatie

  • goede arbeidsvoorwaarden

  • goede arbeidsomstandigheden

Dit is het overzicht van de rest van de les. Gebruik steeds dezelfde begrippen op de volgende slides.

Wat betekent arbeidsproductiviteit?

A

meer loon per uur

B

hoeveel werk in tijd

C

hoe zwaar werk is

D

hoe lang pauze duurt

Sluit aan op slides 2-5: het gaat om hoeveel werk een werknemer maakt in een bepaalde tijd, niet om loon of zwaarte van werk.

Vul de juiste woorden in

Arbeidsproductiviteit is hoeveel werk een werknemer maakt in een bepaalde tijd. Als materialen klaarstaan en de route goed is gepland, doet een monteur meer werk in dezelfde tijd.

werk
tijd
meer
loon
pauze
minder
dag

Herneemt de kern van slides 2 en 4 in eenvoudige taal.

Nieuwe productietechnieken

Nieuwe productietechnieken helpen werknemers om sneller en handiger te werken.


Denk aan:

  • beter gereedschap

  • digitale meetapparatuur

  • machines die werk overnemen

Leg uit dat techniek tijd kan besparen en fouten kan verminderen. Houd het dicht bij de praktijk van installatiewerk.

Voorbeeld van techniek

Met modern gereedschap kan een monteur sneller werken dan met oud gereedschap.


Dat betekent:

  • minder tijd per klus

  • meer werk per dag

Noem bijvoorbeeld een snellere boormachine of een digitaal systeem om storingen te meten.

Techniek en productiviteit

Nieuw gereedschap of nieuwe machines zorgen vaak voor:

  • sneller werken

  • minder fouten

  • minder verspilling

  • hogere arbeidsproductiviteit

Als je een causale samenvatting mondeling wilt geven: betere techniek zorgt ervoor dat dezelfde werknemer meer kan doen in dezelfde tijd.

Waardoor kan een monteur sneller werken?

A

oud gereedschap

B

meer fouten

C

nieuwe techniek

D

langere pauze

Gebaseerd op slides 6-8. Verwar techniek niet met harder werken; het gaat om slimmer en sneller werken.

Vul de juiste woorden in

Nieuwe productietechnieken helpen werknemers sneller te werken. Met modern gereedschap heeft een monteur minder tijd per klus en kan hij meer werk per dag doen.

productietechnieken
gereedschap
klus
arbeidsvoorwaarden
vakantie
route
loon

Laat leerlingen de begrippen uit slides 6-8 herkennen in een bekende context.

Scholing

Scholing betekent dat werknemers leren hoe zij hun werk beter doen.


Door scholing weten werknemers:

  • hoe techniek werkt

  • hoe zij veilig werken

  • hoe zij problemen sneller oplossen

Koppel scholing aan nieuwe productietechnieken: nieuwe techniek helpt pas echt als werknemers ermee kunnen werken.

Waarom scholing helpt

Een goed geschoolde werknemer:

  • maakt minder fouten

  • heeft minder uitleg nodig

  • werkt zelfstandiger

  • kan vaak sneller werken

Benadruk dat scholing een investering is: eerst kost het tijd en geld, later levert het meer productiviteit op.

Slide heading

Slide text

This item has no instructions

Waarom helpt scholing bij het werk?

A

meer vakantie

B

minder klanten

C

sneller oplossen

D

kortere route

Gebaseerd op slides 9-11. Scholing helpt omdat werknemers techniek leren gebruiken, veiliger werken en problemen sneller oplossen.

Specialisatie

Specialisatie betekent dat een werknemer één soort werk extra goed leert.


In een installatiebedrijf kan iemand zich bijvoorbeeld richten op:

  • verwarming

  • elektra

  • onderhoud

Gebruik eenvoudige voorbeelden. Laat zien dat niet iedereen alles hoeft te doen.

Waarom specialisatie werkt

Door specialisatie:

  • doet een werknemer hetzelfde werk vaker

  • krijgt hij meer ervaring

  • werkt hij sneller

  • wordt de kwaliteit vaak beter

Leg uit dat herhaling vaak zorgt voor routine en minder tijdverlies.

Samenwerken in taken

Als taken goed verdeeld zijn, werkt het bedrijf handiger.


De ene werknemer doet waar hij sterk in is. Zo kan het hele team meer werk afmaken.

Maak het verschil duidelijk tussen één werknemer die alles doet en een team waarin taken slim zijn verdeeld.

Wat betekent specialisatie?

A

alles tegelijk doen

B

één werk extra goed

C

minder veilig werken

D

langzamer leren werken

Sluit aan op slides 12-14. De kern is: iemand richt zich op één soort werk en wordt daarin extra goed.

Vul de juiste woorden in

Door specialisatie doet een werknemer hetzelfde werk vaker. Zo krijgt hij meer ervaring en werkt hij sneller. Als taken goed verdeeld zijn, kan het team meer werk afmaken.

specialisatie
ervaring
sneller
vakantie
licht
duurder
pauze

Herneemt de uitleg van slides 12-14: herhaling en taakverdeling zorgen voor meer routine.

Arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaarden zijn afspraken over het werk.


Bijvoorbeeld:

  • loon

  • werktijden

  • vakantie

  • contract

Houd het onderscheid scherp: arbeidsvoorwaarden zijn afspraken, niet de fysieke werkplek.

Goede arbeidsvoorwaarden

Goede arbeidsvoorwaarden kunnen helpen, omdat werknemers dan:

  • gemotiveerder zijn

  • graag bij het bedrijf blijven

  • zich beter inzetten voor hun werk

Verbind dit aan productiviteit zonder te ingewikkeld te worden: tevreden werknemers werken vaak beter en blijven langer.

Arbeidsomstandigheden

Arbeidsomstandigheden gaan over de situatie waarin je werkt.


Denk aan:

  • veiligheid

  • genoeg licht

  • nette werkplek

  • goede materialen

Leg het verschil uit met arbeidsvoorwaarden: omstandigheden gaan over de werkplek en het werken zelf.

Waarom omstandigheden tellen

Goede arbeidsomstandigheden zorgen vaak voor:

  • minder ongelukken

  • minder vermoeidheid

  • minder fouten

  • beter en sneller werken

Noem dat een rommelige of onveilige werkplek juist tijd kost en problemen geeft.

Alles werkt samen

Arbeidsproductiviteit stijgt vaak door een combinatie van factoren:

  • goede techniek

  • scholing

  • specialisatie

  • goede arbeidsvoorwaarden

  • goede arbeidsomstandigheden

Dit is de inhoudelijke samenvatting van de les. Benadruk dat één factor helpt, maar samen werken ze vaak het best.

Wat zijn arbeidsvoorwaarden?

A

afspraken over werk

B

veiligheid op werk

C

machines in werkplaats

D

rommel op vloer

Toetst het onderscheid uit slides 15-18: arbeidsvoorwaarden zijn afspraken; arbeidsomstandigheden gaan over de werkplek.

Wat hoort bij arbeidsomstandigheden?

A

contract

B

vakantie

C

genoeg licht

D

loon

Laat leerlingen voorwaarden en omstandigheden uit elkaar houden.

Vul de juiste woorden in

Goede arbeidsvoorwaarden maken werknemers vaak meer gemotiveerd. Goede arbeidsomstandigheden zorgen voor minder fouten en beter werken.

arbeidsvoorwaarden
arbeidsomstandigheden
fouten
specialisatie
onderhoud
pauzes
routes

Samenvatting van slides 15-19 met nadruk op het verschil tussen beide begrippen.

Begrippen

arbeidsproductiviteit - hoeveelheid werk die een werknemer maakt in een bepaalde tijd

nieuwe productietechnieken - nieuwe manieren of hulpmiddelen om sneller en beter te werken

scholing - leren om je werk beter te doen

specialisatie - je richten op één soort werk en daar extra goed in worden

arbeidsvoorwaarden - afspraken over het werk, zoals loon en werktijden

arbeidsomstandigheden - de situatie waarin je werkt, zoals veiligheid en werkplek

This item has no instructions