PRODUCENT · ARBEID
Examentraining
Arbeidsverdeling en productiviteit: zo pak je examenvragen aan
PRODUCENT · ARBEID
Examentraining
Arbeidsverdeling en productiviteit: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Peter Elfelt / Wikimedia Commons, publiek domein
PRODUCENT · ARBEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over arbeidsverdeling, sectoren, arbeidsproductiviteit en soorten arbeid beantwoorden met een casus.
This item has no instructions
PRODUCENT · ARBEID
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: de casus. Wie doet welk werk en hoeveel wordt er gemaakt?
2. Zoek: het begrip dat past: arbeidsverdeling, sector, productiviteit of soort arbeid.
3. Reken: noteer de gegevens, reken stap voor stap en controleer twee keer.
4. Kies: het antwoord en controleer of de andere opties echt niet kloppen.
This item has no instructions
PRODUCENT · ARBEID
Een kassa in een supermarkt in Noorwegen, 2017
Vraagtype 1: vormen en sectoren herkennen
Vormen: tussen individuen, bedrijven en huishoudens, bedrijven onderling, bedrijven en overheid.
Sectoren: primair haalt grondstoffen, secundair bewerkt, tertiair is dienst, quartair is overheid.
Vraag bij elke casus: wie werkt voor wie, en wat gebeurt er met het product?
De vormen van arbeidsverdeling zijn voor alle leerwegen, de sectoren alleen KB en GL/TL. Image credit: Wolfmann / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een kaasfabriek maakt van melk kaas. Welke sector is dat?
Primaire sector
Secundaire sector
Tertiaire sector
Quartaire sector
De fabriek bewerkt een grondstof tot een product: secundair. Verwachte fout: primair, omdat melk van de boer komt. Alleen KB en GL/TL.
Een gemeente laat een bedrijf een school bouwen. Welke vorm van arbeidsverdeling?
Tussen bedrijven en overheid
Tussen individuen onderling
Tussen bedrijven en huishoudens
Tussen bedrijven onderling
De gemeente is overheid en het bouwbedrijf is een bedrijf. Verwachte fout: tussen bedrijven onderling.
PRODUCENT · ARBEID
Vraagtype 2: arbeidsproductiviteit rekenen
Arbeidsproductiviteit = productie : (aantal werkenden x tijd).
Gevraagd naar de productie? Draai de som om: productie = productiviteit x werkenden x tijd.
Schrijf de som op en controleer twee keer.
Alle leerwegen. Controle: 400 : (5 x 8) = 400 : 40 = 10. En 30 x 6 x 8 = 180 x 8 = 1.440.
5 werkenden maken in 8 uur 400 stoelen. Productie per werkende per uur?
80 stoelen
50 stoelen
10 stoelen
16.000 stoelen
400 : (5 x 8) = 400 : 40 = 10. Verwachte fouten: alleen delen door de werkenden (80), alleen door de uren (50) of vermenigvuldigen (16.000).
Per bakker 30 broden per uur. 6 bakkers werken 8 uur. Hoeveel broden samen?
240 broden
1.440 broden
180 broden
44 broden
30 x 6 = 180 per uur en 180 x 8 = 1.440. Verwachte fouten: het aantal werkenden vergeten (240), de uren vergeten (180) of optellen (44).
PRODUCENT · ARBEID
Vraagtype 3: oorzaken en gevolgen
Beïnvloeden de arbeidsproductiviteit: arbeidsomstandigheden, scholing, arbeidsverdeling, arbeidsvoorwaarden, nieuwe technieken.
Gevolg van arbeidsverdeling: hogere productiviteit en welvaart, maar ook vervreemding.
Vraag bij elke casus: wat verandert er, en wat is het gevolg?
Nieuwe technieken (automatisering) en vervreemding zijn alleen KB en GL/TL.
Een supermarkt plaatst zelfscankassa's. Welke factor speelt hier mee?
Arbeidsomstandigheden (Arbowet)
Scholing van het personeel
Arbeidsvoorwaarden zoals vakantie
Nieuwe techniek: automatisering
Zelfscankassa's worden door een computer bestuurd: automatisering. Alleen KB en GL/TL.
Een werknemer draait de hele dag dezelfde bout vast. Welk nadeel kan dit hebben?
Een lagere arbeidsproductiviteit
Minder afhankelijkheid van anderen
Meer eindverantwoordelijkheid
Vervreemding van het eindproduct
Door ver doorgevoerde arbeidsverdeling ziet hij het eindproduct niet meer: vervreemding. Alleen KB en GL/TL.
PRODUCENT · ARBEID
Vraagtype 4: werk, zorg en zwart werk
Zorg en werk combineren: deeltijdwerk, kinderopvang, thuiswerken.
Zwart en grijs werk wordt niet geregistreerd in de officiële cijfers van de productie.
Onderscheid altijd: betaald of onbetaald, aangegeven of niet aangegeven.
Emancipatie en zwart of grijs werk zijn alleen KB en GL/TL.
Eva werkt en heeft jonge kinderen. Wat helpt haar zorg en werk te combineren?
Zwart en grijs werk
Kinderopvang en deeltijdwerk
Mechanisering en automatisering
Vervreemding en onbetaald werk
Kinderopvang en deeltijdwerk maken het mogelijk om zorg en werk te combineren. Alleen KB en GL/TL.
Wat gebeurt er met de productie van zwart werk in de officiële registratie?
Die productie telt dubbel mee
Die productie telt mee als onbetaalde arbeid
Die productie wordt niet geregistreerd
Die productie wordt door de overheid geteld
Zwart en grijs werk valt buiten de registratie van de productie. Alleen KB en GL/TL.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Vormen en sectoren herkennen
Arbeidsproductiviteit rekenen
Oorzaken en gevolgen
Werk, zorg en zwart werk
This item has no instructions
PRODUCENT · ARBEID
Tips voor op het examen
Wie doet welk deel van het werk? Zo herken je de vorm van arbeidsverdeling.
Arbeidsproductiviteit is productie per werkende per tijdseenheid: deel door werkenden en tijd.
Maakt een casus meer producten met dezelfde werkenden? Dan is de arbeidsproductiviteit gestegen.
Zwart werk is betaald maar niet aangegeven, onbetaald werk is werk zonder loon.
This item has no instructions