2. Online identiteit: de invloed op jou (ISK/NT2)

Les 2: De invloed op jou

ONLINE

IDENTITEIT

Actief! Burgerschap

ISK / NT2

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMentorlesBurgerschap+2ISK

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Les 2 van het thema Online identiteit van Actief!. Leerlingen ontdekken welke positieve en negatieve invloed sociale media op hen heeft. Ze kijken naar vier posts en zeggen wat die met hen doen, bedenken zelf een post en denken na over de invloed van hun post op anderen. Ze leren wat ze kunnen doen bij een vervelende post. Met woordenlijst, zinsstarters en aandacht voor welzijn. Sluit aan bij SLO-kerndoel burgerschap 18A (respectvolle communicatie, offline en online), bij de SLO-kerndoelen digitale geletterdheid 21B (hoe sociale media werken en beïnvloeden) en 23B (de invloed van digitale media op je eigen denken, gedrag en gezondheid), en bij LOWAN Burgerschap op de ISK, dimensie 2 (diversiteit samenleving).

Instructions

Items in this lesson

Les 2: De invloed op jou

ONLINE

IDENTITEIT

Actief! Burgerschap

ISK / NT2

Deze les is een ISK/NT2-versie van Actief! Online identiteit les 2. De taal is eenvoudig (ongeveer A2), er is een woordenlijst en er zijn zinsstarters bij de open vragen.

Behandel de interactieve onderdelen met devices via www.lessonup.app. Geen devices? Doe de vragen klassikaal.

Hoe werkt het?

  • Dit weet je al

  • Dit leer je nu

  • Doen

  • Terugkijken

  • Kijken

  • Klik hier

  • Afbeelding vergroten

This item has no instructions

1

Eens

2

Oneens

Stelling:

Sociale media heeft een slechte invloed op mij.

Vraag de leerlingen of sociale media een slechte (negatieve) invloed op hen heeft.

Vraag door: waarom kozen ze eens of oneens? Op welke manier kan sociale media goed zijn? En slecht?

Na de les:

  • Je kunt zeggen wat positief is aan sociale media.

  • Je kunt zeggen wat negatief is aan sociale media.

  • Je weet dat jouw post invloed heeft op anderen.

  • Je weet wat je doet bij een vervelende post.

Aan het eind van de les kunnen de leerlingen zeggen wat de positieve en negatieve invloed van sociale media op hen is. Ook weten ze dat een post invloed heeft op anderen en op henzelf.

Belangrijke woorden

de invloed = iets verandert door iets anders (je wordt blij of verdrietig)

positief = goed, fijn

negatief = slecht, niet fijn

de reactie = wat iemand terugschrijft op jouw post

pesten = iemand steeds gemeen behandelen

vervelend = niet leuk, je voelt je er slecht door

Lees de woorden samen hardop. Laat leerlingen elk woord herhalen.

Vraag: hoe zeg je dit woord in jouw taal? Leerlingen mogen de vertaling in hun woordenschrift zetten.

44%

Bijna de helft van de mensen in Nederland zegt:

sociale media heeft een negatieve invloed op mij.

Uit het Social media onderzoek 2024 van Newcom blijkt dat van de 14,3 miljoen Nederlandse gebruikers van sociale media er 6,3 miljoen zeggen dat sociale media een negatieve invloed op hen heeft. Dat is bijna de helft.

Vergelijk dit met de uitslag van de poll in de klas.

Positief

Tussenin

Negatief

Noem 3 positieve en 3 negatieve dingen van sociale media.

positief

tussenin

negatief

Doel: leerlingen bedenken voor zichzelf wat ze positief en negatief vinden aan sociale media.

Klassikaal: leerlingen schrijven drie positieve en drie negatieve dingen op. Wat is allebei? Dat gaat in het midden (tussenin).

Zinnen die helpen: Sociale media is fijn, want … / Sociale media is niet fijn, want …

Positief

Negatief

  • plezier en ontspanning

  • contact met familie en vrienden, ook ver weg

  • nieuwe dingen leren

  • laten zien wat je voelt

  • creatief zijn

  • nieuws lezen

  • stress

  • verslaving: je kunt niet stoppen

  • nepnieuws

  • pesten

  • minder slapen

  • alles lijkt perfect

  • FOMO: bang om iets te missen

Deze slide zet positieve en negatieve effecten van sociale media naast elkaar. Welke woorden ontbreken nog? Waarin herkennen de leerlingen zich wel en niet?

Voor ISK-leerlingen is contact met familie en vrienden in het land van herkomst vaak het belangrijkste positieve effect. Geef daar ruimte voor.

In het origineel staan nog meer effecten. Positief: interactiviteit, leuke reacties, je gehoord voelen, zelfexpressie. Negatief: eenzaamheid, geen echte gesprekken, trollen, een vertekend lichaamsbeeld, ongeschikte inhoud.

1

Positief

2

Negatief

3

Allebei

4

Geen invloed

Welke invloed heeft deze post op jou?

"Ik drink de hele dag water in plaats van frisdrank. Ik voel me veel beter!"

Slide 9 tot en met 12: vier posts. De leerlingen kiezen bij elke post welke invloed die op hen heeft. Er is geen goed of fout antwoord.

Laat leerlingen daarna met hun buurman of buurvrouw praten: welke antwoorden waren hetzelfde, welke anders?

In het origineel staat nog een vijfde post: een nieuwsbericht over een bombardement met doden. Die is in deze ISK-versie weggelaten, omdat leerlingen met oorlogservaring daar erg door geraakt kunnen worden.

1

Positief

2

Negatief

3

Allebei

4

Geen invloed

Welke invloed heeft deze post op jou?

"Tekenen maakt mij echt blij!"

This item has no instructions

1

Positief

2

Negatief

3

Allebei

4

Geen invloed

Welke invloed heeft deze post op jou?

"Niemand vindt jou echt leuk. Doe niet alsof je erbij hoort."

Dit is een voorbeeld van online pesten. Vraag hoe het voelt als iemand dit over jou post. En wat het met je doet als je het over iemand anders leest.

1

Positief

2

Negatief

3

Allebei

4

Geen invloed

Welke invloed heeft deze post op jou?

"Het is oké als het niet altijd goed met je gaat. Praten helpt echt."

This item has no instructions

Doen: like en deel!

  1. Bedenk een post. Veel mensen moeten hem leuk vinden.

  2. Houd het netjes! De docent leest je post eerst.

  3. Denk na: welke invloed heeft jouw post op anderen? Positief of negatief?

Leerlingen bedenken alleen, met z'n tweeën of in een groepje een post die veel likes krijgt. Ze schrijven of tekenen de post op papier. Jij bekijkt de post voordat hij met de klas wordt gedeeld.

Bespreek de posts: heeft deze post een positieve of negatieve invloed op mensen? Waarom denk je dat de post veel likes krijgt?

Optioneel: laat leerlingen de post na jouw goedkeuring echt delen. Kijk na een week welke post de meeste mensen heeft bereikt, en waarom.

Wat doe jij bij een vervelende post?

Zo begin je: Ik … / Ik praat met … / Ik reageer niet, want …

Het kan moeilijk zijn om met een negatieve post om te gaan, zeker als die over jou gaat. Laat leerlingen elkaar tips geven. Deze vraag is anoniem, maar vertel dat jij in het overzicht kunt zien wie wat heeft geantwoord.

Een vervelende post? Dit kun je doen

  1. Wat voel je? Boos, verdrietig? Zeg het.

  2. Reageer niet meteen. Wacht even.

  3. Blokkeer of ontvolg het account.

  4. Praat erover met iemand die je vertrouwt.

  5. Neem een pauze van sociale media.

Tips uit het origineel: benoem welke emotie je voelt, dan begrijp je hem beter. Je hoeft niet direct te reageren. Filter wat je ziet: mute of ontvolg accounts en volg accounts die je een goed gevoel geven. Praat erover of schrijf het op. Kijk wie de post heeft geplaatst: is die persoon betrouwbaar, en is zijn mening belangrijk voor jou? Stel grenzen als sociale media je een slecht gevoel geeft.

Vertel bij wie leerlingen terechtkunnen op school, bijvoorbeeld de mentor of de vertrouwenspersoon. Bij online pesten kun je ook een screenshot maken als bewijs.


Sleep de woorden naar de goede plek.

Een leuke reactie krijgen is

.

Pesten is

.

Sociale media heeft

op hoe jij je voelt.

Iemand schrijft iets terug. Dat is een

.





reactie

positief

invloed

offline

negatief

Een korte check op de belangrijkste woorden van de les. Elk woord past op één plek. Let op, 'offline' past nergens.

Wat neem jij mee uit deze les?

Zo begin je: Ik heb geleerd dat … / Ik ga voortaan …

Laat leerlingen kort vertellen wat ze hebben geleerd. Extra vraag als opstap naar les 3, denk je dat jouw posts ook invloed hebben op je toekomst?

This item has no instructions