H1 stoffen en deeltjes t/m §3

4VMBO t/m § 2 herhalen, nieuw §3
4 Tl stoffen en deeltjes
wat weet je nog? 
1 / 24
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

4VMBO t/m § 2 herhalen, nieuw §3
4 Tl stoffen en deeltjes
wat weet je nog? 

Slide 1 - Slide

welk van de volgende stoffen is een zuivere stof?
A
bronwater
B
melk
C
glucose
D
ammonia

Slide 2 - Quiz

welk van de volgende uitspraken over ontleedbare stoffen is niet waar

A
bestaat uit twee of meer atoomsoorten
B
H2Oisontleedbaar
C
een andere naam is verbinding
D
een andere naam is element

Slide 3 - Quiz

welk van de volgende stoffen is géén atomaire stof
A
ijzer
B
waterstof
C
goud
D
helium

Slide 4 - Quiz

hoeveel atoomsoorten zijn er ongeveer?
A
iets meer dan 110
B
miljoenen
C
100
D
twee duizend

Slide 5 - Quiz

Dit / Deze deeltje(s) zit(ten) in de kern van een atoom.
A
protonen, neutronen
B
elektronen, neutronen
C
protonen en elektronen
D
ionen

Slide 6 - Quiz

Wat is de formule van alcohol?
A
C6H2O
B
C6HO2
C
CH6O2
D
C2H6O

Slide 7 - Quiz

Wat is de formule van waterdamp?
A
H2O(l)
B
H2(l)
C
H2O(g)
D
H2(g)

Slide 8 - Quiz

Het atoomnummer is het aantal...
A
protonen van een atoom
B
neutronen van een atoom
C
elektronen van een atoom
D
protonen en elektronen van een atoom

Slide 9 - Quiz

Deze atoomsoorten staan in je BiNaS (tabel 33 en 34) maar het is handig om ze uit het hoofd leren!

Slide 10 - Slide

deze molecuulformules uit het hoofd leren!
Alle stoffen uit de Claudia regel zijn niet ontleedbaar en tweeatomig: 
ezelsbrug om te onthouden.....
 BrINClHOF     óf
 Claudia (Cl2 = Chloor) Brengt (Br2= Broom) 
Haar (H2=Waterstof) Familie (F2= Fluor)  Op (O2=Zuurstof) 
Nieuwe (N2=Stikstof)  Ideeën (I2=Jood)

Slide 11 - Slide

deze molecuulformules uit het hoofd leren!

Slide 12 - Slide

Mengsel bestaat uit meerdere soorten moleculen, een zuivere stof uit 1 soort. Alleen zuivere stoffen die uit 2 of meer atoomsoorten bestaan zijn ontleedbaar!

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Fasen waarin stoffen kunnen voorkomen: het deeltjesmodel
  • Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de moleculen gaan bewegen.
  • dan hebben ze steeds meer ruimte nodig
  • Voor alle overgangen naar rechts is steeds warmte nodig
  • bij alle overgangen naar links komt steeds warmte vrij
  • fase aanduidingen van stoffen;
     - g (gasvormig)
     - l (vloeibaar)  en aq (opgelost in water)
    - s (vast) 


Slide 15 - Slide

Periodiek systeem
Sortering van elementen

Horizontaal: perioden
Verticaal: groepen (gelijke
                     eigenschappen)

Slide 16 - Slide

Niet-metalen:
  • Dof
  • Breekbaar
  • Slechte geleiders ......

Edelgassen en halogenen
( let op ~50% is vast bij kamertemperatuur, de rest is gasvormig. Behalve Broom, die is vloeibaar. )

Metalen:
  • Glanzen
  • Buigbaar
  • Goede geleiders.......
                warmte en electriciteit

Vaste stof bij kamertemperatuur (behalve..)

                                    Binas tabel 34

Slide 17 - Slide

periodiek systeem der elementen
bedacht door mendelejev
  • elementen ingedeeld op basis van atoommassa en eigenschappen
  • horizontaal= periode (geeft aantal elektronen ringen/wolken aan)
  • vertikaal = groep (gemeenschappelijke kenmerken) b.v  groep 1 alkalimetalen = zeer reactief, groep 2 aardalkalimetalen = erg reactief, groep 17 =halogenen/zoutvormers en groep 18 = edelgassen
  • van de genoemde stoffen in par 2 moet je alle (chemische) eigenschappen kennen

Slide 18 - Slide

0

Slide 19 - Video

0

Slide 20 - Video

Slide 21 - Link

atoommodel
  • elektronen(-) lading; in wolk om de kern heen
  • kern: bepaalt de massa en bestaat uit
    - protonen (+) lading (is het atoomnummer)
    - neutronen (geen lading) en nodig om de protonen bij elkaar te houden
  • gelijk geladen deeltjes stoten elkaar af
  • normaal atoom heeft evenveel + als - lading
  • massa van 1 proton of 1 neutron noem je de atomaire massa-eenheid, 1 u= 1,7x 10-27kg


Slide 22 - Slide

  • ontleedbare stoffen: ionaire verbindingen/zouten
  • een atoom kan door chemische reacties 1 of meer elektronen verliezen of opnemen (altijd uit de buitenste schil/ring), dan ontstaan er ionen.
  • een positief ion heeft in totaal een + lading en dus elektronen afgestaan.
  • een negatief ion heeft in totaal een - lading en dus elektronen opgenomen.
  • in een ionaire verbinding is de totale lading altijd nul. Dat komt omdat de negatieve ionen worden aangetrokken door de  positieve ionen en ze daardoor elektronen gaan delen. 
  • een ionaire verbinding is daardoor heel erg sterk. Deze stoffen hebben hoge smeltpunten.
  • de lading van de metaalionen geef je in de naam aan met een romeins cijfer. Bijv. IjzerIIoxide, het ijzer ion heeft lading Fe 2+, of IjzerIIIoxide dan heeft het ijzer ion  lading Fe 3+
  • zoek de tabel voor de zouten nu op in binas !
     
 
ontleedbare stoffen: ionaire verbindingen/zouten

  • een atoom kan door chemische reacties 1 of meer elektronen verliezen of opnemen (alleen in de buitenste schil/ring) dan ontstaan er ionen.
  • positief ion heeft in totaal een + lading en dus elektronen afgestaan. 
  • negatief ion heeft in totaal een - lading en dus elektronen opgenomen.
  • in een ionaire verbinding is totale lading altijd nul. De atomen gaan de elektronen  delen. 
  • een ionaire verbinding is daardoor heel erg sterk. Deze stoffen hebben hoge smeltpunten.
  • de lading van de metaalionen geef je in de naam aan met een romeins cijfer. Bijv. IjzerIIoxide, het ijzer ion heeft lading Fe 2+, of IjzerIIIoxide dan heeft het ijzer ion lading Fe 3+
  • zoek de tabel voor de zouten nu op in binas !
 

Slide 23 - Slide

leer nu ook de namen van de enkelvoudige ionen uit je hoofd (tabel 5 (pg26))
Let op:  van alle negatieve enkelvoudige ionen eindigt de naam steeds op ....ide

Dus chloride, oxide, fluoride enz.
Aan het werk:
t/m paragraaf 4
maken t/m 70

Slide 24 - Slide