2V.U1.A5 passé composé être huis

 passé composé
passé composé lied                                                 2 vwo 6 minuten goed filmpje!

1 / 17
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

 passé composé
passé composé lied                                                 2 vwo 6 minuten goed filmpje!

Slide 1 - Slide

Bienvenue dans la salle de classe 

Versie C

Onderdeel D : Vertaal het gekozen woord van C
 
l



Slide 2 - Slide

 être huis

Slide 3 - Slide

passer : hulpww avoir of être?
 Het werkwoord passer gebruikt in de passé composé het hulpwerkwoord avoir als het
 transitief is (een lijdend voorwerp heeft) en het hulpwerkwoord être als het intransitief is (geen lijdend voorwerp heeft) of een beweging aanduidt. De betekenis van het werkwoord verandert, dus je moet contextueel bepalen welke betekenis wordt bedoeld. 
Wanneer gebruik je être?
Passer als intransitief werkwoord: Als er geen lijdend voorwerp is, gebruikt 'passer' het hulpwerkwoord 'être'. 
Voorbeeld: Shay et ses amis sont passés devant l'école. (Shay en haar vrienden zijn langs de school gelopen). 
Passer als beweging (d.w.z. 'passeren'): Dit is vaak een vorm van beweging, wat aangeeft dat je 'être' moet gebruiken. 
Wanneer gebruik je avoir? 
Passer als transitief werkwoord: Als er een lijdend voorwerp is, gebruik je 'avoir'. Dit is wanneer je de tijd doorbrengt of een moment beleeft, bijvoorbeeld 'passer' du temps (tijd doorbrengen) of 'passer' un examen (een examen doen).
Voorbeeld: Nous avons passé un examen. (We hebben een examen afgelegd).
Voorbeeld: J'ai passé du temps avec ma famille. (Ik heb tijd doorgebracht met mijn familie).                                                                                                                Barbie, la poupée la plus célèbre au monde

 
l



Slide 4 - Slide

2V Voyages
Grammaire II  Passé Composé
Welke tijdsbepalingen kennen we?
  Qu'est-ce qu'on a fait hier ?
Hier = gisteren
Autrefois = Vroeger 
la semaine dernière = vorige/ afgerlopen week
l'année passée  = vorig jaar
avant  = eerder

                                                                

Slide 5 - Slide

2V Voyages
Grammaire II  Passé Composé
Test:
schrijfover en schrijf  het voltooide deelwoord op van het ww dat tussen haakjes staat

j'ai ( pouvoir )
j'ai  ( vouloir)
j'ai ( mettre)
j'ai ( avoir)
j'ai  ( faire )
j'ai  ( être)
j'ai ( dessiner)

Slide 6 - Slide

2V.U1. Voyages                                                                         

Terugblik:  pc met hulp ww  avoir  + pc met hulp ww  être  (être huis)


L'Accord: De vorm van het voltooid deelwoord moet overeenkomen met het  onderwerp van de zin. In het Frans verandert het voltooid deelwoord middels een extra e    of s  of extra es . Geef een voobeeld                         
   
video : les directions  
arrivé
arrivé (m)
arrivée
(v)
arrivés
(m.mv ) 
arrivées
(v.mv)

Slide 7 - Slide

2V.U1. Voyages                                                                                     

Terugblik:  pc met hulp ww  avoir  + pc met hulp ww  être  (être huis)
flip the classroom : thuis uitlegvideo pc bekeken
              uitleg blz 25 het être huis > être huis. + l'accord 
              maken : ex 16C,D,E + maken mindmap
              huiswerk: lr. Appr 6,7,8   Maken ex 16C,D,E afmaken mindmap

L'Accord: De vorm van het voltooid deelwoord moet overeenkomen met het  onderwerp van de zin. In het Frans verandert het voltooid deelwoord van vorm  met een extra e olf met een extra s of met extra es.


Slide 8 - Slide

1 h/v  Unité 1 
Parler ex. 17,18,19,20,21,22 (23)

Parler  : Ex 17,18,19,20,21,22




Slide 9 - Slide

LSJ 
P.Schuitema
19 onderbouw
video's

la négation




lijd vwerp
LSJ 
PC met
être







à + le 
samentrekking

Slide 10 - Slide

Grammaire onderbouw

Slide 11 - Slide

2V.U1. Voyages                                                                                      wk 38

Terugblik:  pc met hulp ww  avoir  + pc met hulp ww  être  (être huis)
1.Regels in het boek onderstrepen  
2.Aantekeneningen opzoeken in het schrift over l'accord
3. Alle werkwoorden die in het HUIS staan, krijgen het hulpww. être als ze in de passé composé  
     staan. ( Wat is de passé composé?)
     Alle werkwoorden die NIET in het huis staan, krijgen het hulp ww avoir
     als ze in  de passé composé staan.
4. Je kunt de zinnen vertalen F-N
https://www.languagesonline.org.uk/French/Grammar/Perfect_Tense/941.htm  met avoir
https://www.languagesonline.org.uk/French/Grammar/Perfect_Tense/945.htm  met être
Zinnen opschrijven in het schrift . Passé composé onderstrepen






video : les directions  

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

voyager

Slide 14 - Slide

 passé composé
passé composé lied 

Slide 15 - Slide

Formatieve test.
Je onderstreept je fouten (met een andere kleur pen) en verbetert ze


Slide 16 - Slide

Bienvenue dans la salle de classe 
Barbie, la poupée la plus célèbre au monde

 
l



Slide 17 - Slide