Orthopedagogiek les 5 vervolg beperking sociale ontwikkeling 2025

Kenmerken
  • Het kind praat alleen in een voor hem bekende omgeving zoals met gezinsleden of bekenden.
  • Het kind praat dan niet in andere situaties, zoals op school.
  • Deze kenmerken duren langer dan een maand, het gaat dus niet om de eerste maand dat een kind naar school gaat en nog moet wennen.
1 / 30
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 2

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

Kenmerken
  • Het kind praat alleen in een voor hem bekende omgeving zoals met gezinsleden of bekenden.
  • Het kind praat dan niet in andere situaties, zoals op school.
  • Deze kenmerken duren langer dan een maand, het gaat dus niet om de eerste maand dat een kind naar school gaat en nog moet wennen.

Slide 1 - Slide

WELKOM

Slide 2 - Slide

To do:
Vragen vooraf
Herhaling theorie vorige week
Nieuwe theorie:
-PTSS
-Selectief Mutisme
-Hechtingstoornis

Slide 3 - Slide

vragen
VRAGEN? 

Slide 4 - Slide

Onderstaande kenmerken horen bij Autisme:

*Neurobiologische oorzaak (dit ligt in de hersenen)
*Stoornis in het informatieverwerkingssysteem
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quiz

Er bestaat geen behandeling of medicijn om autisme mee te genezen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Risicofactoren voor
een angststoornis zijn:

Slide 7 - Mind map

Noem 3 gedragsmatige kenmerken van een angststoornis

Slide 8 - Open question

Kenmerken angststoornis
Uit zich op verschillende manieren: 
*Lichamelijke kenmerken: trillen - hoofdpijn - buikpijn. 
*Cognitieve kenmerken: vervelende gedachten hebben - overmatig piekeren. 
*Gedragsmatige kenmerken: situaties uit de weg gaan die angst oproepen - huilen - verstijven - bevriezen - prikkelbaar zijn - opstandig gedrag vertonen - om geruststelling vragen

Slide 9 - Slide

PTSS Posttraumatische stressstoornis

-> Het is een angststoornis.
-> Kan ontstaan als een kind een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt.

Slide 10 - Slide

Welke ingrijpende gebeurtenissen
zouden PTSS kunnen veroorzaken?

Slide 11 - Mind map

Herbeleven
-> Verkrachting of mishandeling kan leiden tot PTSS.
-> Veel kinderen met PTSS beleven het trauma telkens opnieuw in gedachten of dromen.
-> Vaak voelen ze zich tijdens het herbeleven net zo angstig als op het moment dat het gebeurde.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Kenmerken PTSS
Slecht slapen - gespannenheid - angstdromen - overdreven schrikreacties - spelletjes spelen waarin de traumatische gebeurtenis voorkomt - chaotisch - gejaagd - rusteloos gedrag.

*Deze klachten moeten langer dan een maand aanhouden.

Slide 14 - Slide

Behandeling
-> Er bestaan verschillende therapieën zoals:
  • EMDR (Eye Movement Desensitization Reprocessing)
  • Exposure therapie (hierbij wordt de herinnering aan de stressvolle situatie opgeroepen door een deskundig therapeut )
  • Creatieve therapie
  • Cognitieve therapie

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Selectief Mutisme
-> Angststoornis selectief mutisme
-> Zit tussen ernstige verlegenheid en een angststoornis in
-> Komt niet zo vaak voor en is niet heel bekend.


Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Behandeling
-> Kind overwint zijn eigen angst langzaam a.d.h.v. therapie.
-> Samen met ouders en behandelaar in contact blijven, behandelaar kan tips en handvaten geven.

Slide 19 - Slide

Aanpak
-> Bij peuters is verlegenheid en eenkennigheid heel normaal.
-> Het helpt dat je steeds vertelt wat je gaat doen en waar je naar toe gaat (praten en uitleggen).
-> Kinderen die wat gespannen zijn en daardoor niet praten, komen dan meer tot rust.

Slide 20 - Slide

Pauze

Slide 21 - Slide

Hechtingsstoornis
RHS -> Reactieve Hechting Stoornis
-> Een goede hechting met de ouders of opvoeders is heel belangrijk voor het kind. Hoe beter de hechting, hoe meer een kind daarvan in zijn latere leven zal profiteren.
-> Wanneer een kind stress ervaart heeft hij/zij behoefte aan jouw nabijheid en beschikbaarheid.

Slide 22 - Slide

Opdracht
Zoek op :
Welke 4 type hechtingsstoornissen zijn er ?
Schrijf deze op en geef een korte uitleg.

Slide 23 - Slide

4 hechtingstypen
Type A: de onveilig-vermijdend gehechte kinderen: 
  • Lijken nergens echt geïnteresseerd in te zijn.
  • Als een ouder de kamer uitloopt of binnenkomt, reageren kinderen niet, zij hebben niet opgemerkt dat ouder weg is geweest.
  • Het kind heeft geen vertrouwen in de beschikbaarheid van het hechtingsfiguur en probeert zoveel mogelijk contact te vermijden, zelfs als het stress ervaart

Slide 24 - Slide

4 hechtingstypen
  • Type C: de onveilige-afwerend gehechte kinderen:
  •  Het kind is onzeker over de beschikbaarheid van de hechtingsfiguur, is boos en huilt veel.
  • Kinderen reageren zeer heftig als de ouder of de opvoeder de ruimte verlaat. 
  • Wanneer ze alleen zijn, zullen ze zelf niets ondernemen.
  • Kinderen proberen met negatief gedrag dingen gedaan te krijgen, dit is in eerdere situaties aangeleerd.

Slide 25 - Slide

4 hechtingstypen
Type B: de veilig gehechte kinderen:
  • Het kind heeft vertrouwen in de beschikbaarheid van de hechtingsfiguur in tijden van stress.
  • Kan angstig reageren wanneer een ouder de ruimte verlaat, wordt rustig wanneer de ouder terugkomt.
  • Wanneer het kind niet gerustgesteld is, blijft hij contact zoeken met het hechtingsfiguur.

Slide 26 - Slide

4 hechtingstypen
Type D: de onveilig-gedesorganiseerd gehechte kinderen:
  • Kinderen weten niet goed hoe zij op hun ouders moeten reageren, het ene moment een angstige reactie, het andere moment gaan lachen.
  • Gedraagt zich inconsequent, niet steeds hetzelfde patroon.
  • Kinderen of ouders hebben vaak iets traumatisch meegemaakt.
  • Verhoogde kans op verslaving - gewelddadigheid - psychische stoornissen.

Slide 27 - Slide

Aanpak hechtingsstoornis
  • Vriendelijk en duidelijk zijn.
  • Belonen, negeren en straffen werken bij grensoverschrijdend gedrag niet.
  • Laat gelijkwaardig gedrag zien.
  • Zorg dat je beschikbaar bent en blijft.

Slide 28 - Slide

Welke begeleiding is passend?
Geert is een jongetje van vijf jaar, hij valt op in de klas doordat hij druk is erg impulsief en hij kan zich niet lang concentreren. Alles wat nieuw is wil hij ontdekken maar als hij het eenmaal gezien heeft vind hij het niet leuk meer en gaat hij opzoek naar iets nieuws. Dan gaat hij vaak naar de andere kinderen toe om te zien wat die aan het doen zijn. 

Geert heeft een grote taalachterstand. Met opdrachten voor de grove motoriek en met de zelfredzaamheid heeft hij geen moeite. Hij kan niet stilzitten en is meestal op plekken waar hij niet hoort te zijn. In de groep hebben ze vooral moeite met hem omdat hij erg egocentrisch is en hij wil alles zelf bepalen. Hij kan niet goed delen en wil alles voor zichzelf houden. Hij houdt geen rekening met de andere kinderen en vind dat hij altijd tekort komt. Hij zoekt altijd de grenzen op en leert niet van straffen en niet van belonen.

Ik het begin van het jaar huilde Geert vaak, maar op dit moment toont hij weinig emoties. Hij palmt nieuwe personen helemaal in en weet ze naar zich toe te trekken. Hij wil vaak niet meewerken of laat anderen de dingen voor hem oplossen. Hij heeft geen vaste vriendjes en hij is volgens de andere kinderen vaak de oorzaak van ruzies. Hij hecht zich aan niemand en is heel onberekenbaar.

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide