Elektrische energie: onderdelen en functies huisinstallatie, beveiliging

Elektrische energie: onderdelen en functies huisinstallatie, beveiliging
1 / 35
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Elektrische energie: onderdelen en functies huisinstallatie, beveiliging

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat is het symbool van een reedcontact?
A
B
C
D

Slide 3 - Quiz

Wat is een 'reedcontact'?
A
Een schakelaar die gevoelig is voor temperatuur
B
Een schakelaar die gevoelig is voor licht
C
Een schakelaar die gevoelig is voor magnetisme
D
Een schakelaar die gevoelig is voor zwaartekracht

Slide 4 - Quiz

Een deurbelbeveiliging wordt met een
reedcontact op de deurpost gemaakt.
Als de deur opengaat, beweegt
de magneet van het reedcontact af.
c. Als gevolg geleidt de transistor
A
wel
B
niet

Slide 5 - Quiz

Weerstand

De weerstand is de moeite waarmee elektronen (stroomsterkte) door een apparaat gaan.


Ieder apparaat (en ook stroomdraad) heeft een weerstand.

De weerstand geven we de letter R en het symbool ohm        


Geleidende materialen hebben een kleine (soortelijke) weerstand.

Isolatoren hebben een grote (soortelijke) weerstand.

Ω

Slide 6 - Slide

Weerstand
grote weerstand
kleine weerstand

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Wat doet een LDR
A
Als er meer licht op valt, wordt de weerstand lager
B
Als er meer licht op valt, wordt de weerstand hoger

Slide 10 - Quiz

Een andere sensor is een NTC
Een NTC is gevoelig voor veranderingen in:
A
de luchtvochtigheid
B
de temperatuur
C
de hoeveelheid licht
D
licht en temperatuur

Slide 11 - Quiz

Wat is een LDR
A
een weerstand die reageert op warmte
B
een weerstand die reageert op stof
C
een weerstand die reageert op licht
D
een weerstand die reageert op water

Slide 12 - Quiz

bij een NTC..
A
stijgt de weerstand, als de temperatuur daalt
B
stijgt de weerstand, als de temperatuur stijgt
C
daalt de weerstand, als de temperatuur daalt

Slide 13 - Quiz

Regelbare weerstand
Wanneer is de weerstand het grootst:
A
De weerstand is altijd even groot.
B
Als de weerstand een lange afstand aflegt door het laagje koolstof.
C
Als de stroom een korte afstand af legt door het laagje koolstof.

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Slide

Transistor
Een transistor is net als de diode en de led een halfgeleider. 
Een transistor kun je gebruiken als automatische schakelaar, net als een relais.

 Een transistor heeft verschillende voordelen:
• Een transistor is kleiner dan een relais.
• Een transistor is goedkoper dan een relais.
• Een transistor verbruikt minder elektrische energie dan een relais.


Slide 18 - Slide

Transistor
Transistor heeft 3 aansluitpunten:
Basis
Collector
Emitter

Door een transistor kunnen twee stromen lopen:
• van de basis naar de emitter,
• van de collector naar de emitter.

Slide 19 - Slide

Transistor
Transistor:

- als schakelaar
- voor het versterken van stroom


Slide 20 - Slide

Transistor

Slide 21 - Slide

Schakelen met een transistor

Slide 22 - Slide

Wat doet een diode?
A
Verdeelt de stroom
B
Laat stroom door één kant
C
Slaat energie op
D
Verhoogt de spanning

Slide 23 - Quiz

Wat is het symbool van een LED
A
B
C
D

Slide 24 - Quiz

Een LED mag maximaal 3,4 A krijgen. Om toch een 5 A stroombron te kunnen gebruiken wordt de LED in serie / parallel geschakeld met een weerstand.
A
serie
B
parallel

Slide 25 - Quiz

Wat is de functie van een LED?
A
laat stroom in een richting door
B
laat stroom niet door
C
laat stroom door in twee richtingen door
D
laat stroom in drie richtingen door

Slide 26 - Quiz

Een transistor heeft een aan- en een uit-stand.
Welke stromen lopen er in de aan-stand door de transistor?

A
basis -> emitter collector -> emitter
B
basis -> collector basis -> emitter
C
basis -> collector collector -> emitter

Slide 27 - Quiz

Welk onderdeel is afgebeeld?
A
Diode
B
Transistor
C
Condensator
D
NTC

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Video

Slide 31 - Slide

Wat is de functie van het relais?
A
Het relais meet de spanning
B
Het relais werkt als spanningsdeler
C
Het relais meet de stroomsterkte
D
Het relais werkt als schakelaar

Slide 32 - Quiz

Sleep de functies: verwerker, actuator en sensor
naar het juiste onderdeel: 1 of 2 of 3
Reedcontact
Transistor
Zoemer
Sensor
Verwerker
Actuator

Slide 33 - Drag question

Noem een voordeel van de transistor t.o.v. het relais

Slide 34 - Open question

Noem een nadeel van de transistor t.o.v. het relais

Slide 35 - Open question