H2.4 GRAMMATICA

Pak je leesboek
Leg Talent + schrift op tafel

1 / 28
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Pak je leesboek
Leg Talent + schrift op tafel

Slide 1 - Slide

timer
10:00

Slide 2 - Slide



  • Start H2.4 grammatica
  • Klassikaal opdr. 1 maken
  • Maken opdr. 1 t/m 6
Wat gaan we doen?

Slide 3 - Slide

Leerdoelen H2.4
  • Je kunt redekundig ontleden (herhaling)
  • Je kunt taalkundig ontleden (herhaling).

  • Je kent de 8 werkwoordtijden.
  • Je kunt de werkwoordtijden in zinnen herkennen en benoemen.
  • Je kunt zelf zinnen in de verschillende werkwoordtijden maken.
  • Je kunt telwoorden benoemen.

Slide 4 - Slide

REDEKUNDIG ONTLEDEN
Schrijf de zinnen van opdr. 1 (p. 68) over in je schrift. 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

TAALKUNDIG ONTLEDEN
Bekijk de instructievideo over woordsoorten op de volgende slide: 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

TAALKUNDIG ONTLEDEN
Dan nog extra herhaling over het ZWW en HWW:

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Leerdoelen H2.4
  • Je kunt redekundig ontleden (herhaling)
  • Je kunt taalkundig ontleden (herhaling).

  • Je kent de acht werkwoordtijden.
  • Je kunt de werkwoordtijden in zinnen herkennen en benoemen.
  • Je kunt zelf zinnen in de verschillende werkwoordtijden maken.
  • Je kunt telwoorden benoemen.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

ZWW + HWW en de 8 werkwoordtijden

Bekijk het filmpje op de volgende slide voor uitleg over werkwoorden (hww en zww) en de acht werkwoordtijden

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

De acht werkwoordtijden 
1 . onvoltooid tegenwoordige tijd - ott                                 zij lacht
2. onvoltooid verleden tijd - ovt                                              zij lachte
3. voltooid tegenwoordige tijd - vtt                                       zij heeft gelachen
4. voltooid verleden tijd - vvt                                                    zij had gelachen
5. onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd - ottt   zij zal lachen
6. voltooid tegenwoordige toekomende tijd - vttt         zij zal gelachen hebben
7. onvoltooid verleden toekomende tijd - ovtt                 zij zou lachen
8. voltooid verleden toekomende tijd - vvtt                     zij zou gelachen hebben

Slide 18 - Slide

De acht werkwoordtijden
Eerste regel:

Kijk naar de vorm het werkwoord, 
niet naar de inhoud van de zin!

Slide 19 - Slide

De acht werkwoordtijden: stappenplan
Stap 1

Is het voltooide of onvoltooide tijd?
Staat er een vorm van 'hebben/zijn' + voltooid deelwoord 

- Ja? Voltooide tijd. Schrijf op plaats 1 een V
- Nee? Onvoltooide tijd. Schrijf op plaats 1 een O


Slide 20 - Slide

De acht werkwoordtijden: stappenplan
Stap 2

Staat de PV in de verleden- of tegenwoordige tijd?

- Tegenwoordige tijd? Schrijf op plaats 2 een T
- Verleden tijd? Schrijf op plaats 2 een V


Slide 21 - Slide

De acht werkwoordtijden: stappenplan
Even oefenen:

  • Wij zijn met de auto gekomen
  • Zij had het hele stuk gefietst
  • Dat kan soms gebeuren
  • Dat was niet leuk
  • Wij hadden vandaag dus mazzel
VVT
OTT
OVT
OVT
VTT

Slide 22 - Slide

De acht werkwoordtijden: stappenplan
Stap 3

Is het toekomende tijd?
Staat er een vorm van het hulpww 'zullen' in de zin?

- Ja? = toekomende tijd. Schrijf op plaats 3 een T
- Nee? Je schrijft niets op


Slide 23 - Slide

De acht werkwoordtijden: stappenplan
Stap 4

Is laatste T staat voor tijd en krijg je cadeau





Slide 24 - Slide

De acht werkwoordtijden: stappenplan
Even oefenen:

  • Ik zal erg mijn best gaan doen
  • Ik ben erg gefocust op deze leerstof
  • Wij zouden dat gedaan hebben
  • Dat zullen wij in de toekomst nooit meer doen
OTTT
VTT
VVTT
OTTT

Slide 25 - Slide

De acht werkwoordtijden: stappenplan
Opdracht:

Maak de oefeningen 1 t/m 8 

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide