Vermogen

Vermogen
1 / 13
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundePraktijkonderwijsLeerjaar 2,3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Vermogen

Slide 1 - Slide

Vermogen
Vermogen is hoeveel stroom een apparaat gebruikt per seconde.

Vermogen is in Watt. (W)

Let op: Dit is anders als spanning (V)

Slide 2 - Slide

Hoeveel Watt is deze boormachine
A
230 W
B
11 W
C
50 - 60 W
D
2400 W

Slide 3 - Quiz

En hoeveel watt is deze föhn?
A
1309 W
B
220 - 240 W
C
2200 W
D
50 W

Slide 4 - Quiz

Typeplaatje
Op het typeplaatje van een apparaat staat informatie.

Zoals hoeveel stroom (W)

Hoe hoog de spanning moet zijn
(V)
En soms andere informatie

Slide 5 - Slide

Welk apparaat heeft het grootste vermogen?
A
De boor (links)
B
Het koffiezet apparaat (rechts)
C
Beide even veel

Slide 6 - Quiz

Watt naar kilowatt
1000 W = 1 kW

kW is handig voor apparaten die heel veel stroom gebruiken.

Bijvoorbeeld 1600 kW = 1.600.000 W

Slide 7 - Slide

Hoeveel kilowatt is 500W?
A
50 kW
B
5 kW
C
0,5 kW
D
0,05 kW

Slide 8 - Quiz

Hoeveel watt is 2,4 kW
A
240 W
B
2400 W
C
24.000 W
D
240.000 W

Slide 9 - Quiz

Kilowattuur (kWh)
Hoeveel stroom je in huis gebruikt.

Slide 10 - Slide

Aan het eind van het jaar heeft je huis 2359 kWh verbruikt. Je betaalt 31 cent per kWh. Hoeveel euro moet je betalen?

Slide 11 - Open question

Even pauze

Slide 12 - Slide

Poster opdracht
In groepjes van maximaal 4.

Je kiest met je groepje één van de onderwerpen:
"Batterijen" "Spanningsbronnen" "Stroomkring" of "Vermogen"

Daarover maak je een poster. Je mag schrijven, tekenen, wat je wilt.

Slide 13 - Slide