This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.
Report this lesson
Items in this lesson
Wat mag en wat moet?
Thema Regels en straf
Bouwstenen: routines
Slide 1 - Slide
Wat moet jij thuis doen?
Slide 2 - Mind map
Wat mag jij thuis doen?
Slide 3 - Mind map
Wat leer je deze les?
Ik begrijp de betekenis van mogen (toestemming) en moeten (verplichting).
Ik herken en gebruik mogen en moeten in zinnen.
Slide 4 - Slide
Routines
Dat mag niet.
Dat mag ik niet van mijn ouders.
Je mag niet roken op school.
Zij mag niet uitgaan van haar ouders.
Hij mag geen alcohol drinken.
Je mag niet door rood rijden.
Je moet stoppen voor een rood stoplicht.
Je moet op tijd in de les zijn.
Slide 5 - Slide
Mogen
Dat mag niet.
Dat mag ik niet van mijn ouders.
Je mag niet roken op school.
Zij mag niet uitgaan van haar ouders.
Hij mag geen alcohol drinken.
Je mag niet door rood rijden.
Moeten
Je moet stoppen voor een rood stoplicht.
Je moet op tijd in de les zijn.
Mogen
Wat betekent mogen? Iets is wel of niet toegestaan<div>ik mag</div><div>jij mag</div><div>hij / zij mag</div><div>----------------</div><div>wij mogen</div><div>jullie mogen</div><div>zij mogen</div>
Moeten
Wat betekent moeten? Iets is verplicht.<div>ik moet</div><div>jij moet</div><div>hij / zij moet</div><div>----------------</div><div>wij moeten</div><div>jullie moeten</div><div>zij moeten</div>
Slide 6 - Slide
Je ... niet roken op school
Roken op school. Is dat een regel over wat ik wil, of is het een harde regel? Het is verboden. Dus ik heb geen toestemming. Ik kies 'mag'.