kennismaking v1a 2020

WELKOM!
KLAS 1A VECHTDAL COLLEGE
1 / 17
next
Slide 1: Slide
MentorlesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

WELKOM!
KLAS 1A VECHTDAL COLLEGE

Slide 1 - Slide

we spelen het spel....sta op :)

Slide 2 - Slide

Beschrijf jezelf in vijf woorden

Slide 3 - Open question

Naamkaartje maken
Maak een naamkaartje met letters uit verschillende tijdschriften.
Je mag natuurlijk ook op een andere manier een naamkaartje maken. 

Slide 4 - Slide

Kennismaken met elkaar!
Speeddate 

Ga in twee rijen tegen over elkaar zitten. 
Je geeft allebei antwoord op de vragen die op het bord staan, 
Hoor je de bel ?! Dan wisselt de binnenste rij van stoel. 

Slide 5 - Slide

Vragen:
Op welke basisschool heb je gezeten?

Waar woon je?

Hoe oud ben je?

Wanneer ben je jarig?

Slide 6 - Slide

Vragen
Heb je huisdieren?

Doe je aan een sport? zo ja, welke en waar?

Wat zijn je hobby´s?

Je mag ook zelf vragen bedenken

Slide 7 - Slide

Vragen
Wat is je lievelingseten?

Wat is je lievelingskleur?

Wat is je lievelingsdier?

Je mag ook zelf vragen bedenken!

Slide 8 - Slide

Even testen..
Kennen we alle namen al?!

Slide 9 - Slide

Welke namen ken je al?

Slide 10 - Mind map

Lijk jij op mij?

Zoek in duo’s drie dingen die je gemeenschappelijk hebt. Wees origineel! Trekken jullie allebei eerst je linkerschoen aan en dan pas je rechter? Of lopen jullie enkel op de witte strepen 
van het zebrapad?

Slide 11 - Slide

vertel eens...
vertel 3 dingen over jezelf: twee dingen zijn waar, 1 ding heb je verzonnen. Wie raadt welk ding er is verzonnen?

Slide 12 - Slide

Rondedans
De groep wordt verdeeld in 2 gelijke delen. De ene groep vormt een binnencirkel, de andere een buitencirkel. De kinderen van de binnencirkel kijken naar de kinderen van de buitencirkel. Iedereen krijgt een blad en schrijft daar zijn eigen naam op. Je wisselt nu telkens jouw blad met de persoon voor je. Mevrouw Meenhuis geeft telkens een opdracht, bijvoorbeeld "Teken de neus van de persoon voor je". Daarna worden de bladen teruggegeven (heeft iedereen dus weer zijn eigen blad) en schuift de buitenste kring een persoon door. Mevrouw Meenhuis geeft opnieuw een tekenopdracht. Dit gaat zo door totdat je iedereen uit de kring hebt gezien. Toon nu maar het resultaat!

Slide 13 - Slide

Namendans
We staan in een kring. De spelleider begint, hij zoekt een 
gekke beweging bij zijn naam. Hij zegt zijn naam en doet de beweging erbij. 
Iedereen herhaalt dit.
Dan is het de beurt aan de volgende. Zo gaan we de kring rond. Daarna doen we het opnieuw, maar nu moet je telkens de namen van diegenen 
die al geweest zijn herhalen.
Foutje? Dan ga je zitten en begint de volgende met een nieuwe rij. 
Wie blijft er over?

Slide 14 - Slide

Kijk je goed
De spelers gaan in tweetallen tegenover elkaar staan. Ze bekijken elkaar een tijdje. Dan draaien ze de rug naar elkaar toe. Een van beiden verandert iets aan zijn/haar uiterlijk. Wat is er veranderd? Variatie: Zelfde werkwijze, maar nu stelt de spelleider een vraag: bv. Wat is de kleur van de trui van je partner. Regelmatig wordt er gewisseld van persoon.

Slide 15 - Slide

Iedereen gaat in een kring staan. Geef de leerlingen als aanwijzing om aan de eerste letter van hun naam te denken en een actie te bedenken die met dezelfde letter begint. Deze actie moeten ze ook kunnen uitvoeren.
 bijvoorbeeld: "Ik heet Lisa en ik lach!" Het kind naast je herhaalt jouw naam en beweging en noemt daarna zijn/haar eigen naam en beweging. Het kind daarnaast herhaalt beide namen en bewegingen voordat hij/zij zelf de naam en beweging noemt. Enzovoort (zoals bij: ik ga op vakantie en neem mee...). 

Slide 16 - Slide

vliegtuigje
Pak een a4'tje en zet je naam erop. Draai dan de blaadjes om en noteer links vier doelen en rechts vier dingen waar je trots op mag zijn. Vouw een vliegtuigje en laat dit zo ver mogelijk vliegen. 
Vervolgens ga je op zoek naar een vliegtuigje dat niet van jou is. Lees de doelen en noteer er feedback bij voor de ander; hoe kan hij/zij dit doel bereiken. Lees ook de zaken waar de ander trots op is en vul dit aan met nog minstens één ander ding waar diegene trots op kan zijn. Vervolgens gaan de blaadjes terug naar de leerkracht.
 

Slide 17 - Slide