LOB: wie ben ik?

LOB: wie ben ik?

1 / 41
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMentorlesVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3Leerroute 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

LOB: wie ben ik?

Open de les als een eerste kennismaking met LOB: het gaat niet om goede of foute antwoorden, maar om jezelf beter leren kennen voor school, stage en later werk.

Dit ga ik leren

Ik kan uitleggen wat LOB is en iets vertellen over mijn eigenschappen, kwaliteiten, sterke punten en zwakke punten.

This item has no instructions

Welke woorden passen bij LOB voor jou?

Gebruik de woordenwolk als startgesprek. Vraag kort door op woorden als toekomst, werk, school, kiezen, talent of leren.

Wat is LOB?

  • LOB betekent loopbaanoriëntatie en -begeleiding

  • Je denkt na over school, werk en je toekomst

  • Je leert beter kijken naar wat bij jou past

Houd het eenvoudig op A1-niveau: LOB helpt leerlingen nadenken over wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze later misschien willen doen.

Waarom is LOB belangrijk?

  • Je leert keuzes maken

  • Je ontdekt wat je leuk vindt

  • Je ziet wat je goed kunt

  • Je leert ook waar je nog in kunt groeien

This item has no instructions

LOB gaat over jou

  • Wie ben ik?

  • Wat kan ik?

  • Wat vind ik fijn?

  • Wat wil ik leren?

Benadruk dat LOB niet alleen over beroepen gaat, maar eerst over zelfkennis. Dat vormt de basis voor latere keuzes.

Stap voor stap

LOB helpt je stap voor stap:


Wie ben ik? → Wat kan ik? → Wat past bij mij?

This item has no instructions

Waar helpt LOB je bij?

A

TV kijken

B

Keuzes maken

C

Sneller rennen

D

Later slapen

Controleert of leerlingen snappen dat LOB gaat over nadenken over school, werk en toekomst, en keuzes leren maken.

Vul de juiste woorden in

LOB helpt je nadenken over school, werk en je toekomst. Je leert beter kijken naar wat bij jou past.

school
toekomst
past
huis
gisteren
valt
sport

De woorden komen letterlijk uit de eerste uitleg over LOB.

Wie ben ik?

  • Jij bent een persoon met eigen ideeën

  • Jij hebt dingen die je leuk vindt

  • Jij hebt dingen die je goed kunt

  • Jij bent niet hetzelfde als iemand anders

Maak duidelijk dat identiteit voor leerlingen herkenbaar blijft: gedrag, voorkeuren, talenten en hoe je met anderen omgaat.

Wat hoort bij wie ik ben?

  • Wat ik graag doe

  • Hoe ik met mensen omga

  • Waar ik rustig of blij van word

  • Wat ik lastig vind

  • Wat voor mij belangrijk is

This item has no instructions

Iedereen is anders

  • De één praat veel

  • De ander luistert goed

  • De één werkt snel

  • De ander werkt heel precies

Gebruik deze slide om verschillen positief te framen: anders zijn is normaal en kan juist handig zijn in school en werk.

Jezelf kennen helpt

Als je weet wie je bent, kun je beter kiezen.

Je begrijpt dan beter wat bij jou past op school, bij stage en later bij werk.

This item has no instructions

Wat helpt jou om beter te kiezen?

A

Jezelf kennen

B

Alles gokken

C

Nooit praten

D

Altijd haasten

Sluit aan bij de slides over wie ben ik en jezelf kennen helpt.

Wat past het meest bij wie jij bent?

1

Ik praat veel

2

Ik luister goed

3

Ik werk snel

4

Ik werk precies

This item has no instructions

Wat zijn eigenschappen?

  • Eigenschappen zeggen iets over hoe jij bent

  • Ze laten zien hoe jij vaak doet

  • Eigenschappen kunnen zichtbaar zijn thuis, op school en in werk

Gebruik eenvoudige voorbeelden uit gedrag: rustig, behulpzaam, druk, precies, creatief.

Voorbeelden van eigenschappen

  • vriendelijk

  • rustig

  • behulpzaam

  • creatief

  • eerlijk

  • precies

This item has no instructions

Eigenschappen zie je in gedrag

  • Een behulpzame leerling helpt een ander

  • Een rustige leerling blijft kalm

  • Een precieze leerling let op details

Leg uit dat eigenschappen niet alleen woorden zijn; je kunt ze terugzien in wat iemand doet.

Eigenschappen kunnen helpen

Eigenschappen hebben invloed op wat goed bij je past.

Een sociale leerling vindt samenwerken soms fijn.

Een precieze leerling werkt vaak graag netjes en stap voor stap.

This item has no instructions

Wat zeggen eigenschappen over jou?

A

Hoe jij bent

B

Waar jij woont

C

Wat jij eet

D

Hoe laat het is

De foute opties zijn bewust concreet en herkenbaar, maar horen niet bij eigenschappen.

Vul de juiste woorden in

Eigenschappen zeggen iets over hoe jij bent. Een behulpzame leerling helpt een ander. Een precieze leerling let op details.

bent
helpt
details
rent
brood
groot
muziek

Laat leerlingen zien dat eigenschappen terug te zien zijn in gedrag.

Wat zijn kwaliteiten?

  • Kwaliteiten zijn dingen die je goed kunt

  • Het zijn vaardigheden of talenten

  • Kwaliteiten kunnen je helpen op school en op stage

Maak het verschil tussen eigenschap en kwaliteit duidelijk: eigenschap = hoe je bent, kwaliteit = wat je goed kunt.

Voorbeelden van kwaliteiten

  • goed luisteren

  • netjes werken

  • doorzetten

  • goed samenwerken

  • handig zijn met je handen

  • goed onthouden

This item has no instructions

Kwaliteiten kun je gebruiken

  • Goed luisteren helpt bij uitleg

  • Netjes werken helpt bij taken

  • Doorzetten helpt als iets moeilijk is

Koppel kwaliteiten aan herkenbare situaties in de klas of praktijkvakken.

Kwaliteiten kun je ontwikkelen

Sommige kwaliteiten heb je al goed.

Andere kwaliteiten kun je oefenen.

Door te oefenen kun je groeien.

Belangrijk voor motivatie: leerlingen hoeven nog niet alles te kunnen. Ontwikkeling hoort bij LOB.

Wat zijn kwaliteiten?

A

Dingen die je eet

B

Dingen die je goed kunt

C

Dingen die je koopt

D

Dingen die je vergeet

Checkt het verschil tussen kwaliteiten en andere dingen.

Vul de juiste woorden in

Kwaliteiten zijn dingen die je goed kunt. Goed luisteren helpt bij uitleg. Door te oefenen kun je groeien.

kunt
uitleg
groeien
valt
pauze
krimpen
eten

Sluit aan bij de uitleg dat kwaliteiten helpen en ontwikkeld kunnen worden.

Welke kwaliteit heb jij?

Bespreek antwoorden als: goed luisteren, netjes werken, doorzetten, samenwerken, handig zijn, goed onthouden. Eigen voorbeelden van leerlingen zijn ook goed als ze passen bij iets dat ze goed kunnen.

Sterke punten

  • Sterke punten zijn dingen waar jij goed in bent

  • Ze geven vertrouwen

  • Ze kunnen je helpen bij leren en werken

Verbind sterke punten aan succeservaringen: iets dat lukt, iets waar anderen je om waarderen.

Voorbeelden van sterke punten

  • Ik kan goed samenwerken

  • Ik blijf rustig

  • Ik ben handig

  • Ik ben vriendelijk

  • Ik geef niet snel op

This item has no instructions

Sterke punten geven richting

  • Ze laten zien wat bij je past

  • Ze helpen bij keuzes

  • Ze laten zien waar jij op kunt bouwen

Noem dat sterke punten niet betekenen dat alles makkelijk is; ze zijn een basis om verder te groeien.

Zwakke punten

  • Zwakke punten zijn dingen die je lastig vindt

  • Dat betekent niet dat je het nooit kunt

  • Het laat zien wat je nog kunt leren

Gebruik een veilige toon: zwakke punten zijn geen mislukking, maar aandachtspunten of leerpunten.

Voorbeelden van zwakke punten

  • snel afgeleid zijn

  • moeilijk om hulp vragen

  • onrustig zijn

  • taken niet afmaken

  • onzeker zijn

This item has no instructions

Zwakke punten en groei

Een zwak punt kan een leerpunt worden.

Lastig vinden → oefenen → stapje beter worden.

Benadruk kleine stappen en realistische groei. Dat past goed bij leerlingen in het vso.

Sterke en zwakke punten samen

Iedereen heeft sterke punten én zwakke punten.

Samen laten ze zien wie je bent, wat je al kunt en wat je nog wilt leren.

Hier landt de lesinhoud: zelfkennis bestaat uit een eerlijk beeld van beide kanten.

Wat is een zwak punt?

A

Iets dat je lastig vindt

B

Iets dat altijd lukt

C

Iets dat je koopt

D

Iets dat je weggooit

Benadruk dat een zwak punt een leerpunt kan worden.

Vul de juiste woorden in

Sterke punten geven vertrouwen en helpen bij keuzes. Een zwak punt kan een leerpunt worden.

vertrouwen
keuzes
leerpunt
twijfel
fouten
speeltijd
feest

Hier komen sterke punten, zwakke punten en leerpunt samen.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Goede antwoorden noemen iets concreets uit de les, zoals LOB, eigenschappen, kwaliteiten, sterke punten, zwakke punten of leerpunt.

Wat hielp jou het meest?

Laat leerlingen kort terugkijken op hun leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeelden, uitleg, praten, invullen of nadenken over jezelf.

Hoe voelde deze les voor jou?

This item has no instructions

Woordenlijst

LOB - nadenken over school, werk en je toekomst

loopbaan - de weg die je later gaat in leren en werken

eigenschappen - woorden die zeggen hoe jij bent

kwaliteiten - dingen die je goed kunt

sterke punten - dingen waar jij goed in bent

zwakke punten - dingen die je lastig vindt

leerpunt - iets dat je nog wilt oefenen of leren

This item has no instructions