M1/H1 - Passé Composé

Bonjour!
  • Herhaling werkwoorden
  • Lesdoel
  • Introductie Passé Composé
  • Hoe maak je die?
  • Feiten op een rijtje
  • Quiz
  • Afsluiting
1 / 24
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Bonjour!
  • Herhaling werkwoorden
  • Lesdoel
  • Introductie Passé Composé
  • Hoe maak je die?
  • Feiten op een rijtje
  • Quiz
  • Afsluiting

Slide 1 - Slide

Werkwoorden
Welke werkwoorden kennen jullie al?
- Avoir (hebben)
- Être (zijn)
- Aller (gaan)
- Faire (doen/maken)
- Prendre (nemen/pakken)
+ Regelmatige werkwoorden op -ER

Slide 2 - Slide

Wat kennen we?
Jullie kennen 4 onregelmatige werkwoorden....
en de regelmatige werkwoorden op -ER.

Van deze werkwoorden kennen jullie de verschillende vormen 
in de tegenwoordige tijd.

Hoe ging dat ook alweer?

Slide 3 - Slide

Kan je al... !
Je kan dus zeggen:

ik geef  (donner)               - je donne
hij praat   (parler)              - il parle
wij zoeken  (chercher)   - nous cherchons
zij spelen  (jouer)             - ils jouent

Slide 4 - Slide

Vervoegen ww -ER

Slide 5 - Slide

Let op !
Wat nou, als je in het Frans wilt vertellen wat je hebt gedaan?

Dan gebruik je de Passé Composé

-> de voltooid tegenwoordige tijd!

Slide 6 - Slide

LESDOEL
Na deze les kan je de Passé Composé herkennen 
en zelf maken in het Frans.

*Wanneer gebruik je dit?
Als je iemand wilt vertellen wat je hebt gedaan
bv. Ik heb pannenkoeken gegeten.

Slide 7 - Slide

Passé Composé
Wat is de Passé Composé?
- De PC is een voltooide tijd

Hoe ziet die eruit?
- Hij bestaat uit het hulpwerkwoord 'hebben' en een 'voltooid deelwoord'
-> Hij heeft gegeten / Ik heb gezwommen / Jij hebt gepraat

Slide 8 - Slide

En in het Frans?
In het Frans doe je precies hetzelfde:
-> avoir + voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord van de regelmatige ww op -ER, 
maak je door de R van het hele ww af te halen en een
streepje op de laatste E te zetten: É
bv. mangé (gegeten), nagé (gezwommen), parlé (gepraat)

Slide 9 - Slide

Belangrijk !
Je moet het werkwoord 'avoir' (hebben) dus goed kennen!
J'ai                       - ik heb
Tu as                    - jij hebt                                           Hier komt het 
Il/Elle a               - hij/zij heeft                                   voltooid deelw.
Nous avons     - Wij hebben                                   achter!
Vous avez         - Jullie hebben/U heeft
Ils/Elles ont      - Zij hebben

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

WW donner
donner = geven -> donné = gegeven
J'ai donné                    -Ik heb gegeven
Tu as donné                -Jij hebt gegeven
Il/Elle a donné            -Hij/Zij heeft gegeven
Nous avons donné  -Wij hebben gegeven
Vous avez donné      -Jullie hebben gegeven
Ils/Elles ont donné   -Zij hebben gegeven

Slide 12 - Slide

Let op!
In het Frans staan het hulpwerkwoord 'avoir' en het voltooid deelwoord altijd bij elkaar !!!

vb. Ik heb pannenkoeken gegeten.
       J'ai mangé des crêpes.

Slide 13 - Slide

Feiten op een rijtje
  • De Passé Composé is een voltooide tijd
  • Je vertelt over iets wat je hebt gedaan
  • Je hebt 2 werkwoorden nodig
  • Een pv van 'avoir'  en een voltooid deelwoord
  • Het voltooid deelw. maak je door de R weg te halen en een streepje op de E (é) te zetten
  • De werkwoorden blijven altijd naast elkaar

Slide 14 - Slide

QUIZ


Laten we eens kijken 
of het lukt!?!

10 seconden per vraag...

Slide 15 - Slide

Wat is het voltooid deelwoord van
MANGER (eten)
A
mange
B
manger
C
mangeré
D
mangé

Slide 16 - Quiz

Wat is het voltooid deelwoord van
PARLER
A
parler
B
parlé
C
parle
D
parleré

Slide 17 - Quiz

Wat is het voltooid deelwoord van
JOUER
A
joue
B
jouer
C
joué
D
joueré

Slide 18 - Quiz

J'ai donné
Tu as mangé
Nous avons parlé
Ils ont nagé
Ik heb gegeven
Zij hebben gezwommen
Wij hebben gepraat
Jij hebt gegeten

Slide 19 - Drag question

Zij hebben gepraat (parler)
A
Il a parlé
B
Ils parlent
C
Ils ont parlé
D
Elle a parlé

Slide 20 - Quiz

Ik heb gehuild (pleurer)
A
je pleure
B
j'ai pleuré
C
il a pleuré
D
je suis pleuré

Slide 21 - Quiz

Jij hebt een croissant gegeten.
(eten = manger)

Slide 22 - Open question

De onregelmatige ww
hebben/gehad     - avoir/ eu
zijn/geweest         - être/été
gaan/gegaan        - aller/allé
doen/gedaan        - faire/fait
nemen/genomen- prendre/pris

Slide 23 - Slide

Afsluiting
Vandaag hebben jullie dus de voltooide tijd
in het Frans geleerd.

Je kan dus vanaf nu vertellen over iets wat is gebeurd!


Slide 24 - Slide