Chapitre 4_Grammaire A_La négation

1 / 19
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Les buts: 
Na het voltooien van deze LessonUp: 
  • Weet je welke ontkenningen er zijn in het Frans
  • Weet je welke bijzonderheden er zijn. 


Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

La négation (1)
Regel: de ontkenning bestaat in het Frans altijd uit twee woorden. 
Ne/n' komt voor de persoonsvorm, pas erachter.

De persoonsvorm is bijna altijd het eerste werkwoord in de zin. 

Slide 4 - Slide

La négation, la base (2)
Er zijn meerdere ontkenningen die je kunt maken: 
Je ne sais pas.
Je ne sais rien.
Je ne sais jamais.
Je ne sais plus. 
Je ne connais personne ici. 
Je ne connais aucun de ces mots.
niet
ne...pas
niets
ne...rien
nooit
ne...jamais
niet meer
ne...plus
niemand
ne...personne
geen enkel(e)
ne...aucun(e)

Slide 5 - Slide

La négation, la base (3)
Er zijn meerdere ontkenningen die je kunt maken: 
Je ne connais pas du tout ces mots. 
Je ne connais pas non plus ces mots. 
Je ne connais pas encore ces mots. 
Je ne vois plus jamais cette fille. 
Je ne connais que ce mot en français.
helemaal niet
ne...pas du tout
ook niet
ne...pas non plus
nog niet
ne...pas encore
nooit meer
ne...plus jamais
alleen maar
ne...que

Slide 6 - Slide

La négation et les verbes pronominaux
Soms is de persoonsvorm een wederkerend werkwoord. Het wederkerende stukje komt dan tussen de ontkenning in, samen met de persoonsvorm. 

Voorbeeld: 
Je me lave tous les matins. Je ne me lave pas tous les matins. 

Slide 7 - Slide

Personne/rien
Soms is 'niemand' het onderwerp. In dat geval vertaal je dat als 'personne ne...'
Niemand weet dat ik Repelsteeltje heet. 
Personne ne sait que je m'appelle Repelsteeltje. 

Hetzelfde is mogelijk met 'niets'. Je vertaalt het dan als 'rien ne...'
Niets is moeilijk.
Rien n'est difficile. 

Slide 8 - Slide

ne ... rien
ne ... plus
ne ... jamais
ne ... pas encore
ne ... personne
nog niet
niet meer
niets
nooit
niemand

Slide 9 - Drag question

Ik heb niets gekocht.
A
Je n'ai pas acheté.
B
Je n'ai rien acheté.
C
Je n'ai jamais acheté.
D
Je n'ai personne acheté.

Slide 10 - Quiz

Geef een ontkennend antwoord!
Tu as vu quelqu'un?
A
J'ai vu ne personne.
B
Je n'ai personne vu.
C
Je ne personne vu.
D
Je n'ai vu personne.

Slide 11 - Quiz

Il n'est ___ content.
Hij is nooit tevreden.
A
plus
B
pas encore
C
rien
D
jamais

Slide 12 - Quiz

Je n'ai ____ fait. (niets)
A
plus
B
pas encore
C
rien
D
jamais

Slide 13 - Quiz

Wat is de plaats van de ontkenning
A
om het werkwoord
B
voor het werkwoord
C
om de persoonsvorm
D
achter het werkwoord

Slide 14 - Quiz

Wat gebeurt er bij de ontkenning van c'est?
A
C'est ne pas
B
Ne c'est pas
C
Ce n'est pas
D
Ce ne pas est

Slide 15 - Quiz

Maak de zin ontkennend:
je vois quelqu'un

A
je vois quelqu'un personne
B
je ne vois personne quelqu'un
C
je ne vois personne
D
je ne vois pas personne

Slide 16 - Quiz

Ik weet welke ontkenningen er zijn in het Frans.
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

Ik weet hoe ik een zin ontkennend moet maken in het Frans.
😒🙁😐🙂😃

Slide 18 - Poll

Grandes Lignes
LIVRE B P. 11-12
Lis Grammaire
Fais exercice 9

ONLINE:
Boîte à Gram
La négation

Slide 19 - Slide