Maatschappijleer 4.2

4.2 cultuur en identiteit
1 / 20
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

4.2 cultuur en identiteit

Slide 1 - Slide

waar gaat deze paragraaf over?
  • cultuur aanleren
  • culturen -> deel van persoonlijkheid
  • oordelen over gelijkwaardigheid van culturen
waarin verschillen culturen van elkaar?

Slide 2 - Slide

Hoe wordt cultuur overgedragen?
  • groepen en culturen bepalen deels wie je bent 
  • socialisatie = waarden, normen en cultuurkenmerken neem je over van groepen waar je bij hoort 
  • → aanpassing van individu door de omgeving 
  • socialiserende instituties = groepen en organisaties die waarden, normen en gewoonten overdragen
  • sportclubs, actiegroepen, overheid, media 
  • dingen die je vaak ziet als norm beschouwen 

Slide 3 - Slide

Wat is een plek waar geen socialisatie plaats vind?
A
School
B
Vriendengroep
C
overal vind socialisatie plaats
D
gezin

Slide 4 - Quiz

Manieren van socialisatie

  • socialisatie door imitatie 
  • door informatie = regels school/sportclub/gezin 
  • door sociale controle = manier waarop mensen anderen stimuleren of dwingen om zich aan geldende nomen te houden 
  • sancties 
  • negatief formeel = boete, negatief informeel = iemand aanspreken op een racistische grap
  • positief formeel= diploma, positief informeel =compliment

Slide 5 - Slide

Wat voor soort sanctie is het als je door een docent er op wordt aangesproken als je je telefoon gebruikt?
A
negatief informeel
B
positief informeel
C
negatief formeel
D
positief formeel

Slide 6 - Quiz

internalisatie
  • socialisatie → internalisatie 
  • internalisatie = je gedragen naar hoe je omgeving dit van je verwacht 
  • automatisch gedrag = mensen begroeten, rechterkant van de weg fietsen
  • geen internalisatie → cultuurverandering (mensen gedragen zich niet naar de norm) 

Slide 7 - Slide

Hoe noem je het als je niet je hand uitsteekt tijdens het fietsen?
A
Internalisatie
B
Cultuurverandering

Slide 8 - Quiz

Identiteit
  • persoonlijke identiteit hangt samen met sociale identiteit 
  • persoonlijke identiteit = het beeld dat iemand van zichzelf heeft
  • sociale identiteit = het deel van je zelfbeeld dat is afgeleid van de groepen/culturen waarmee je je verbonden voelt
  • meerdere = Nederlands, Alkmaarder, student enz
  • combinatie van aangeleerde kenmerken en aangeboren eigenschappen 

Slide 9 - Slide

Wat voor soort identiteit is het als:
je een leerling bent van het dalton?
A
sociale identiteit
B
persoonlijke identiteit
C
Allebei
D
geen identiteit :)

Slide 10 - Quiz

Waarin verschillen culturen?
4.2.2 Waarin verschillen culturen?  
Cultuur is dynamisch en verschilt per tijd, plaats en groep.  
Cultuur werd door Socioloog Geert Hofstede in verschillende dimensies onderscheiden: 

Masculiniteit versus feminiteit 
Lage onzekerheidsvermijding versus hoge onzekerheidsvermijding 

Slide 11 - Slide

Grote versus kleine machtsafstand
Het beschrijft de mate waarin minder machtige leden van een groep of samenleving accepteren dat de macht ongelijk verdeeld is. Denk bijvoorbeeld aan de machtsrelatie tussen ouders en kinderen of leraar en leerlingen.  
In een cultuur waarbij machtsafstand groot is gehoorzaamheid en volgzaamheid belangrijk. (Aziatische landen of landen in het Midden-Oosten) 
Bij een kleine machtsafstand is mondigheid en assertiviteit belangrijk. (Noordwest-Europese landen) 

Slide 12 - Slide

Individualisme versus collectivisme 

Dit beschrijft de mate waarin individuen zich deel voelen van groepen.  
In individualistische samenlevingen wordt er veel eigen initiatief verwacht en zijn de banden tussen mensen heel los.  

Slide 13 - Slide

Individualisme versus collectivisme 

Dit beschrijft de mate waarin individuen zich deel voelen van groepen.  
In individualistische samenlevingen wordt er veel eigen initiatief verwacht en zijn de banden tussen mensen heel los.  

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Welk land is het
meeste feministisch?
A
Nederland
B
Verenigde Staten
C
Duitsland
D
Marokko

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Drag question

2 visies over culturen
- Er zijn verschillende meningen over de rangen van culturen (de ene beter dan de andere, gelijkwaardig) 

Cultuurrelativisme
:  
-> Culturen zijn gelijk aan elkaar 
-> Gedrag van de leden van de cultuur alleen beoordelen naar de maatstaven van die cultuur 
Bijvoorbeeld: Uithuwelijking als normaal gezien in de cultuur? -> Tolerantie 

Cultuuruniversalisme: 
-> Universele waarden voor iedereen op de wereld 
Bijvoorbeeld: Kinderarbeid in cultuur als normaal gezien maar gaat tegen universele waarden in? -> veroordelen/ tegen optreden 
- Niet altijd ene of andere divisie -> Waarden en normen uit eigen groep  
--> Etnocentrisme  
- Cultuur verschillen hoeven geen probleem probleem te zijn, mits ze binnen de regels van de wet vallen.  

Slide 18 - Slide

Hoe heet het als mensen bewust of onbewust uit eigen waarden en normen redeneren over een cultuur?
A
Etocentrisme
B
Entocentrisme
C
Etnocentrisme
D
Enocentrisme

Slide 19 - Quiz

In een cultuur is de doodstraf heel normaal, vergeleken in andere culturen waar dit verboden is. Jan in deze situatie, accepteert dit als een onderdeel van de cultuurgroep. Welke visie heeft jan?
A
Cultuuruniversalisme
B
Empathische visie
C
Etnocentrisme
D
Cultuurrelativisme

Slide 20 - Quiz