week 42

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • Lijdend en meewerkend voorwerp
  • Diálogo en el hotel
  • Leer
Jueves, 20 de octubre
1 / 13
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • Lijdend en meewerkend voorwerp
  • Diálogo en el hotel
  • Leer
Jueves, 20 de octubre

Slide 1 - Slide

Stof toets week 46
  • Ser y estar + bijvoeglijk naamwoord (reader pág. 12)
  • Pretérito perfecto (reader pág. 29, 30)
  • Pretérito indefinido (reader pág. 36, 37, 39)
  • El superlativo absoluto y relativo (reader pág. 52)
  • Complemento directo e indirecto (reader pág. 7)
  • Woordenschat - Unidad 1
               - pretérito perfecto signaalwoorden
               - imperfecto signaalwoorden
               - indefinido signaalwoorden
               - valorar una actividad/periode de tiempo
               - jerga juvenil

Slide 2 - Slide

Complemento directo e indirecto
Wat is een meewerkend voorwerp?

Wat is een lijdend voorwerp?

Vb: (Yo) doy el libro a Juan.

Antwoord op de vraag: aan wie of voor wie + persoonsvorm + onderwerp
Antwoord op de vraag: Wie of wat + persoonsvorm + onderwerp

Slide 3 - Slide

Complemento directo e indirecto
Objetivo: Complemento directo e indirecto
yo
él/ella/usted
nosotros/as
vosotros/as
ellos/ellas/ustedes
Pronombres personales
me
te
le (se)
nos
os
les (se)
me
te
lo/la
nos
os
los/las
sujeto
compl. indirecto
compl. directo

Slide 4 - Slide

Orden de las frases
  • Wanneer een lijdend voorwerp EN een meewerkend voorwerp beiden als persoonlijk
voornaamwoord in een zin staan komt eerst het meewerkend voorwerp, daarna het
lijdend voorwerp.
     ¿Dónde has dejado mi libro? Te lo he dejado encima de la mesa. 
  • De persoonlijke voornaamwoorden als meewerkend vw. LE en LES veranderen in SE wanneer ze voor de persoonlijke voornaamwoorden als lijdend vw. LO, LA, LOS, LAS staan.
    Doy el libro a Juan.    --> el libro = compl. directo, a Juan = compl. indirecto
    Lo doy a Juan. --> Ik geef het aan Juan.
   Le   se lo doy. --> Ik geef het hem
Objetivo: Complemento directo e indirecto

Slide 5 - Slide

Orden de las frases
  • Los pronombres van delante del verbo. (voor de persoonsvorm)
       Me lo ha contado Carolina. - Carolina heeft het me verteld. 
  • Bij de gerundio of een infinitief mogen voornaamwoorden voor de persoonsvorm of achter de gerundio/infinitief vast. 
       Te lo estoy mandando. /Estoy mandándotelo. (Ik ben het je nu aan het sturen.)
       Te lo voy a mandar. /Voy a mandártelo. 
  • Bij de gebiedende wijs moeten de voornaamwoorden erachter geplaatst worden. 
       Carmen, cuéntamelo. (Carmen, vertel het me.)
Objetivo: Complemento directo e indirecto

Slide 6 - Slide

Dubbelplaatsing mv en lv. 
Soms komen het meewerkend en het lijdend voorwerp dubbel voor in een zin. 1 keer in de beklemtoonde vorm en 1 keer in de onbeklemtoonde vorm. 
  • Staat het voorwerp achter het werkwoord, dan wordt het vaak aangekondigd.
    Bijvoorbeeld: Le he dado a mi hermana su regalo de cumpleaños. 
A mi hermana is om dan te verduidelijken wie er bedoeld wordt met "le". 
A mi hermana zou ook weg gelaten kunnen worden. .
  • Staat het voorwerp voor het werkwoord, dan moet het door een pers. vnw. herhaald worden. 
    Bijvoorbeeld: ¿El libro lo regalamos a Javier. 

Objetivo: Complemento directo e indirecto

Slide 7 - Slide

A practicar
ej. 4, 5, 6

LA: pág. 23

Slide 8 - Slide

Dictado
Apunta en tu cuaderno.
LA: pág. 24

Slide 9 - Slide

Diálogo en la recepción
En parejas:
Haz un diálogo en la recepción. 
roles: recepcionista y cliente.
Presenta el diálogo
Destreza: hablar

Slide 10 - Slide

Un viaje por España
Busca las palabras que faltan. 
Usa el diccionario e internet. 
LA: pág. 27
Destreza: leer

Slide 11 - Slide

Deberes
Leren: vocabulario unidad 1
Maken: LE: 1.21, 1.22, 

Slide 12 - Slide

Buenas vacaciones

Slide 13 - Slide