9.2 DNA-replicatie

9.2 DNA-replicatie
1 / 28
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

9.2 DNA-replicatie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Begrippen
S-fase
M-fase
DNA-replicatie
DNA-polymerase
Telomeer

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

De celcyclus
Vóór cellen gaan delen, moet onder andere het DNA verdubbeld worden. Ook moet het DNA gecontroleerd worden op fouten.

Binas 76A en B
Interfase = fase tussen 2 celdelingen in

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Celcyclus delende cellen
Interfase
  • S-fase (= synthese):DNA-replicatie = DNA kopiëren
  • G-fase: groeifase

Deling:
  • M-fase: mitose (celdeling, kopieën chromosomen verdeeld)

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

DNA-replicatie
  • Tijdens de S-fase celcyclus
  • Enzym helicase -->openbreken verbindingen basenparen: twee losse strengen
  • Het enzym DNA polymerase 
     beweegt langs de 3>5 kant van 
     de losse DNA streng 
  • Vrije DNA-nucleotiden in het 
     kernplasma worden aan de losse 
     DNA streng verbonden: A-T/C-G

Als je de koolstofatomen van de suikergroep telt, zie je dat de hydroxylgroep altijd aan het derde koolstofatoom vastzit, en de fosfaatgroep aan het vijfde koolstofatoom. De gehele DNA-streng krijgt zodoende twee verschillende uiteinden: een zogenaamd 3'-eind en een 5'-eind. DNA-polymerase kan alleen een nieuwe nucleotide aanhaken op de hydroxylgroep aan het 3'-eind.&nbsp;<div><br></div><div>DNA-polymerase beweegt langs de templaat-streng in de 3'-naar-5'-richting en leest deze af, terwijl de nieuwe streng wordt opgebouwd in de 5'-naar-3'-richting door nucleotiden toe te voegen aan het 3'-uiteinde van de groeiende keten.&nbsp;</div>

Slide 5 - Slide

Als men de koolstofatomen van de suikergroep telt, valt op dat de hydroxylgroep altijd aan het derde koolstofatoom vastzit, en de fosfaatgroep aan het vijfde koolstofatoom. De gehele DNA-streng krijgt zodoende twee verschillende uiteinden: een zogenaamd 3'-eind en een 5'-eind.

Hydroxylgroep (-OH), vormt de basisbouwsteen van koolhydraat-moleculen. 
DNA replicatie


=verdubbelen!

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Replicatie
  • De verbindingen tussen de basenparen wordt verbroken.
  • Enzym: DNA Polymerase schuift langs de oude streng en bindt vrije nucleotiden aan de enkelvoudige streng vast.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

DNA-replicatie
S-fase
  • De twee ketens worden losgemaakt
  • Aan elke keten worden losse DNA- 
       nucleotiden gekoppeld door het enzym      
       DNA-polymerase
  • A- T en G- C
  • Hierdoor vormt een nieuwe nucleotideketen aan iedere oude keten.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

DNA-replicatie
Na DNA-replicatie bestaat iedere chromatide uit een oude en een nieuwe streng

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Telomeren
  • Niet-coderend repetitief DNA (TTAGGG)
  • Korter na elke celdeling, 
  • Te kort -> cel kan niet meer delen en ondergaat apoptose (geprogrammeerde celdood)
  • Door repetitief DNA op uiteinde DNA-streng worden genen niet beschadigd
  • Stamcellen maken het enzym telomerase aan:  dit enzym kan na DNA replicatie de telomeren in de stamcellen weer langer maken.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Telomeer
niet-coderend DNA ingekapseld in eiwitten. 

Na elke celdeling worden de telomeren korter, omdat het laatste stukje DNA niet gerepliceerd kan worden. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Telomerase
  • Telomerase maakt telomeer weer lang
  • Gebruikt RNA-deel om DNA te vormen
  • In meeste cellen onderdrukt
  • Komt tot expressie in stamcellen, maar ook in bijv. kankercellen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Apoptose 


Wanneer de telomeren te kort worden zal de cel doodgaan (apoptose).
Apoptose noemen ook geprogrammeerde celdood.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Even oefenen!

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wat gebeurt er met telomeren bij elke celdeling?
A
Ze blijven hetzelfde
B
Ze worden korter
C
Ze worden langer
D
Ze verdubbelen in lengte

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Vooraf: Sleep de begrippen naar de bijbehorende afbeeldingen
Cellen
DNA
Gen
Chromosoom

Slide 16 - Drag question

Vooraf: Leerlingen krijgen een beeld bij de begrippen die deze les gebruikt worden bij het uitleggen van Fenotype en Genotype.
Wat zijn telomeren?
A
Celorganellen voor energieproductie
B
Delen van DNA aan uiteinden chromosomen
C
Geslachtschromosomen bij dieren
D
Eiwitten die zorgen voor celdeling

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er als telomeren te kort worden?
A
Celdeling versnelt
B
Eiwitten worden afgebroken
C
Celdeling stopt
D
Cel wordt kleiner

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

de M-fase noemen we ook wel de:
A
interfase
B
meiotische fase
C
Mitose
D
groeifase

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Naam
Beschrijving
1
2
3
Chromosoom
DNA
Celkern
Bevat codes voor eiwitten.
Opgerolde draad DNA.
Onderdeel van de cel, waarin het DNA ligt.

Slide 20 - Drag question

This item has no instructions

Tijdens de S-fase
A
verdubbelt elk DNA-molecuul
B
Groeit de cel, en maakt organellen en eiwitten
C
De cel verdeelt het DNA in twee identieke delen

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Door wat wordt DNA gekopieerd?
A
DNA polymerase
B
DNA transcriptase
C
DNA translase
D
DNA helicase

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

RNA
DNA
enkelstrengs
dubbelstrengs
desoxyribose
ribose
uracil
thymine

Slide 23 - Drag question

This item has no instructions

In welke fase van de celcyclus wordt het DNA gekopieerd?
timer
0:15
A
Tijdens de G1-fase.
B
Tijdens de S-fase.
C
Tijdens de G2-fase.
D
Tijdens de M-fase (mitose).

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent "-ase" in DNA polymerase?
A
Dat het met DNA te maken heeft
B
Dat het bestaat uit polymeren
C
Dat het een enzym is
D
Dat het een gewoon eiwit is

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Wat begrijp ik al van deze basisstof?

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Wat vind ik nog moeilijk van deze bassistof?

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Wat ga ik doen om de stof nog beter te begrijpen/eigen te maken?

Slide 28 - Open question

This item has no instructions