Uitscheiding

Welkom terug!
Deze les gaan we het hebben over de nieren!
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom terug!
Deze les gaan we het hebben over de nieren!

Slide 1 - Slide

Evaluatie
Waar ging basisstof 1 tot en met 3 over?

Slide 2 - Slide

Buitenaanzicht              lengtedoorsede

Slide 3 - Slide

Halvemaanvormige kleppen

Slide 4 - Slide

Zet op de goede plek
linkerboezem
rechterboezem
linkerkamer
rechterkamer
aorta
onderste holle ader
bovenste holle ader
longslagader
longader
harttussenwand
halvemaanvormige kleppen 
halvemaanvormige kleppen 
linker 
hartkleppen
rechter
hartkleppen

Slide 5 - Drag question

Paragraaf 3.4: uitscheiding
Leerdoelen

4.4.7 Je kunt de delen van de nieren en urinewegen noemen met hun kenmerken en functies.

Slide 6 - Slide

Nieren
Ligging: buikholte, links en rechts van wervelkolom, vlak onder middenrif
Nierslagaders: vervoeren zuurstofrijk bloed naar nieren. Hierin zitten veel afvalstoffen uit andere organen.
Nieraders: vervoeren gezuiverd bloed weg uit de nieren.
Wat is de weg die je urine aflegt?
(5min)

Slide 7 - Slide

Delen + werking van de nieren


(nierschors en niermerg)
Verwijderen de afvalstoffen,
te veel water, te veel zouten en
andere schadelijke stoffen > urine

(nierbekken)
Hier wordt de urine verzameld

(urineleider)
Vervoert urine naar de blaas
(wat een tijdelijke opslag plek is van je urine)
Via je urinebuis plas je de urine uit.

Slide 8 - Slide

Werking nieren
De nierschors en het niermerg verwijderen afvalstoffen en overtollig water, overtollige zouten en andere schadelijke stoffen uit het bloed. 
Alle verwijderde stoffen samen heten urine.
De urine wordt verzameld in de nierbekkens.

Slide 9 - Slide

Urineblaas
Vanuit de nierbekkens wordt de urine via de urineleiders vervoerd naar de urineblaas. Als de blaas vol zit wordt de urine via de urinebuis afgevoerd.

Slide 10 - Slide

Zelfstandig werken
Wat: Paragraaf 3.4 opdr. 1 t/m 3 (kennis) en 5 t/m 7 (inzicht)
Hoe:  Je mag zacht overleggen met je buur. Heb je een vraag, steek dan je hand op.
Tijd: tot 12:00
Klaar?: Maak ook de samenhang opdracht (opdr. 9)




Slide 11 - Slide

Voor kennis activeren

Slide 12 - Slide

Vraag 8: Cloaca
Vogels plassen niet zoals zoogdieren, maar doen dat samen met het poepen. Ze lozen alles in één keer via dezelfde uitgang: de cloaca. Vogelpoep bevat naast onverteerd voedsel uit de darm dus ook urine, die je kunt herkennen aan de witte kleur (zie afbeelding 7). Een betere naam is urinezuur, want de vloeistof is geconcentreerder en minder waterig dan urine.

Hebben vogels nieren? Leg je antwoord uit

Slide 13 - Slide

Zoogdieren hebben een blaas waarin ze (waterige) urine verzamelen tot de blaas vol is.

Vogels hebben geen blaas. Verklaar dat aan de hand van de leefwijze van vogels.

Slide 14 - Slide

Volgende les
Volgende les gaan we het hebben over het immuunsysteem

Slide 15 - Slide