afk. - zinsstructuren - woordenschat

1 / 59
next
Slide 1: Slide
NederlandsKleuteronderwijs

This lesson contains 59 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

AFKORTINGEN

Slide 2 - Slide

1. AFKORTINGEN
associeer de afkortingen met hun betekenis

Slide 3 - Slide


Mijn zn komt van ma  t.m  vr   naar de KO.    Mvg

Slide 4 - Open question

ZINSSTRUCTUREN

Slide 5 - Slide

Vandaag ben ik thuis maar morgen ga ik werken.
A
juist
B
fout

Slide 6 - Quiz

Als zij 2 maand(en) was, is ze naar de opvang gekomen.
A
juist
B
fout

Slide 7 - Quiz

Na mijn secundair heb ik studies voor zorgkundige gemaakt.
A
juist
B
fout

Slide 8 - Quiz

Eerst kon hij kruipen en dan daarna kon hij staan.
A
juist
B
fout

Slide 9 - Quiz

Hij heeft al alleen van de deur tot bij mij gelopen!
A
juist
B
niet juist

Slide 10 - Quiz

Ik heb niet 2 maar 3 kinderen.
A
juist
B
fout

Slide 11 - Quiz

Zij heeft haar tutje vergeten thuis.
A
juist
B
fout

Slide 12 - Quiz

Zijn kin moet genaaid worden omdat hij erop gevallen is.
A
juist
B
fout

Slide 13 - Quiz

Mijn huiswerk?
Oei...!!! Ik moet nog maken!!!
A
juist
B
fout

Slide 14 - Quiz

Vanmorgen ben ik 1 uur vroeger opgestaan.
A
juist
B
fout

Slide 15 - Quiz

MODALE VERBA

kunnen
moeten
(niet) mogen
willen
zullen

Slide 16 - Slide

... ik iets vragen?
A
moet
B
mag
C
wil
D
zal

Slide 17 - Quiz

Je ..... stoppen!
A
moet
B
mag
C
kan
D
wil

Slide 18 - Quiz

..... je een koekje bij de koffie?
A
moet
B
mag
C
kan
D
wil

Slide 19 - Quiz

In deze zone ... je niet zwemmen,
A
moet
B
mag
C
kan
D
wil

Slide 20 - Quiz

Zij ... al goed Nederlands spreken!
A
moeten
B
mogen
C
kunnen
D
willen

Slide 21 - Quiz

Zij ... nog 10 minuten op de bus wachten.
A
moet
B
mag
C
kan
D
wil

Slide 22 - Quiz

De man ... niet alleen eten.
A
moet
B
mag
C
kan
D
wil

Slide 23 - Quiz

Mijn dochter ... van 7.00u-8.00u TV kijken
A
moet
B
mag
C
kan
D
wil

Slide 24 - Quiz

De kinderen ... niet op de muur tekenen!
A
moeten
B
mogen
C
kunnen
D
willen

Slide 25 - Quiz

Het kind ... mooi tekenen!
A
moet
B
mag
C
kan
D
wil

Slide 26 - Quiz

WOORDBETEKENIS
Welk woord is het?
(10 vragen)

Slide 27 - Slide

onnatuurlijke babyvoeding
(flesvoeding)

Slide 28 - Open question

Je goed in je vel voelen =
Het ...

Slide 29 - Open question

Een medicament dat bacteriën doodt.
Het ... (1)

Slide 30 - Open question

De mate waarin het kind gefocust is op de activiteit en meewerkt. De ...

Slide 31 - Open question

Met je eigen woorden terugspiegelen hoe het kind denkt of hoe het zich voelt. ... (een ww)

Slide 32 - Open question

Een visietekst die de zorginspectie kan vragen om de kwaliteit na te gaan.
Het ... ...

Slide 33 - Open question

Een medewerker die het kind goed aanvoelt en begrip heeft voor de gevoelens is ...

Slide 34 - Open question

Kijken naar een kind: wat doet het? Hoe doet hij het?

Slide 35 - Open question

Doelgericht/specifiek waarnemen
(meestal aan de hand van een lijst)

Slide 36 - Open question

Betekenis geven aan alles wat je waarneemt en observeert.

Slide 37 - Open question

De mogelijkheid hebben om wat IN je zit (je talent) te laten groeien

Slide 38 - Open question

Zelfstandigheid

Slide 39 - Open question

Een goede techniek om je rug te sparen. Welk woord gebruik je?

Slide 40 - Open question

Wat is correct?
(5 vragen)

Slide 41 - Slide

de populairste meisjesnamen van 2021 zijn:
A
Olivia, Emma, Louise
B
Julia, Laura, Margot

Slide 42 - Quiz

De populairste jongensnamen van 2021 zijn:
A
Noah, Arthur, Louis
B
Jef, Amine, Mohammed

Slide 43 - Quiz

Wat is de beste slaaphouding voor een baby?
A
op de rug
B
op de zij

Slide 44 - Quiz

Wat is de (meest) juiste chronologie in de motorische ontwikkeling?
A
draaien van de zij op de rug
B
draaien van de rug op de zij

Slide 45 - Quiz

Hoeveel slaap heeft een kind van 7 gemiddeld nodig?
A
10,5u
B
12u

Slide 46 - Quiz

Rond 5 jaar kan een (gemiddeld) kind...
A
tot 10 tellen
B
tot 20 tellen
C
tot 100 tellen

Slide 47 - Quiz

WAAR? - NIET WAAR?
'Weetjes...'

Slide 48 - Slide

Het eerste levensjaar groeit een baby gemiddeld 60 cm.
A
waar
B
niet waar

Slide 49 - Quiz

Het eerste levensjaar komt er gemiddeld 15kg bij.
A
waar
B
niet waar

Slide 50 - Quiz

Een baby heeft meer botten (beenderen) dan een volwassene.
A
waar
B
niet waar

Slide 51 - Quiz

De oogkleur verandert nog na de geboorte.
A
waar
B
niet waar

Slide 52 - Quiz

Meisjes plassen gemiddeld langer in hun bed dan jongens.
A
waar
B
niet waar

Slide 53 - Quiz

Slide 54 - Slide

Als je een kindje bewusteloos ziet liggen bel je altijd EERST de 100 (of 112)
A
juist
B
fout

Slide 55 - Quiz

DE Heimlichgreep doe je om iemand in een veilige houding te leggen.
A
waar
B
niet waar

Slide 56 - Quiz

Een kindje heeft gif ingeslikt.
Wat doe je best?
A
Veel water laten drinken om te verdunnen
B
het kindje laten overgeven (braken)
C
bellen naar 070245245

Slide 57 - Quiz

Wat doe je bij een brandwonde?
A
ijskoude doeken op de wonde leggen
B
de wonde onder lauw stromend water houden
C
meteen naar het brandwondencentrum gaan

Slide 58 - Quiz

Je kind van 4 jaar heeft 38.5 graden koorts. Wat doe je?
A
een koortswereld middel geven en afwachten
B
meteen de dokter bellen

Slide 59 - Quiz