RT les 3 spelling algemeen







We beginnen 
met 10 minuten lezen
timer
10:00
1 / 12
next
Slide 1: Slide
RTMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with text slides.

Items in this lesson







We beginnen 
met 10 minuten lezen
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Remedial teaching
Les 3
Algemene spelling

Slide 2 - Slide

Wat gaan we deze les doen?
* Lezen
* huiswerk nakijken en bespreken
* lukt het met plannen???
* nieuwe les bespreken
* huiswerk bespreken
* aan de slag!

Slide 3 - Slide

Wat gaan we deze les leren?
  • Woorden met au of ou
  • Woorden met eau
  • Woorden met ei of ij

Wat heb je nodig voor deze les:
Quizlet 
Lesbrief in teams


Slide 4 - Slide

Oefening 5

1.   de knopen
2.   de schildpadden
3.   de loketten
4.   de klanken
5.   de gangdeuren
6.   de knuffelberen
7.   de spiegelruiten
8.   de ogenblikken
9.   de draden
10. de treinsporen
oefening 6

1. de raketten
2. de kratten
3. de vloerkleden
4. de voetstappen
5. de sturen
6. de middelen
7. de grassprieten
8. de klimaten
9. de fabrikanten
10. de medicijnen

Slide 5 - Slide

Opdracht 7
1. broden, bakken
2. sloten, schuren
3. smalle, straten, zaken
4. voetballer, leren, ballen
5. zwemmen, zonnen
6. abonnement, bioscoopbonnen
7.  kapper, dames, heren
8. appels, tomaten, peren
9. verkopen, boeken
10. voorspelling, hemel
Opdracht 8.
1. getallen, controleren
2. sommige, irritant
3. bloembakken, rozen
4. gelukkig, gezellig
5. rode, witte
6. intelligent, indrukwekkend
7. interessant. belangstelling
8. wellicht, dagelijks
9. hopelijk, droge, natte
10. politie, voortdurend, gaten

Slide 6 - Slide

- au, - ou en - eau

Slide 7 - Slide

Woorden met au of ou

Er is geen regel voor deze woorden.
Oefenen oefenen oefenen!!

Dit kan straks via Quizlet.

Slide 8 - Slide

Woorden met eau
Woorden met - eau zijn woorden die uit het Frans komen en daarom geschreven worden met eau.
Je spreekt dit uit als een oo-klank

Het bureau, het cadeau,
het niveau, het plateau.

Slide 9 - Slide

Woorden met ei of ij
Ook de woorden met ei of ij moet je uit je hoofd leren.
Deze woorden kan je ook oefenen via Quizlet.

Slide 10 - Slide

Tips bij ei/ij
Tip 1: Woorden die eindigen op -heid en -teit schrijf je altijd met een ei
Tip 2: Woorden die eindigen op -lijk, -nij, -rij en -ij schrijf je altijd met een ij.
Tip 3: Klankveranderen (sterke) werkwoorden worden met een ij geschreven.
VB: begrijpen - begreep - begrepen

Slide 11 - Slide

Aan het werk! 
  1. Maak de oefeningen uit de lesbrief  in een schrift!!
    Lesbrief is te vinden:
    Teams: studieles RT spelling les 3,  algemeen bij opdrachten, maak opdracht, 9, 10, 11 en 12
  2. Oefenen in Quizlet (Quizlet: gebruikers: WiDa3 (vlindertje):   Rt les 3: * Woorden met au of ou        * Woorden met ei of ij

Slide 12 - Slide