Motorvoertuigen

Maandag 15 maart 2026
1 / 40
next
Slide 1: Slide
EconomieSecundair onderwijs

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Maandag 15 maart 2026

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Met welk vervoersmiddel kom je naar school?

Slide 2 - Open question

This item has no instructions

Ben je al bezig met de voorbereidingen voor je autorijbewijs?
A
JA
B
NEE

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Welke kosten gaan er gepaard met een auto?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Autokosten
- gemiddeld 696 euro per maand
benzinewagen in België maandelijks 780 euro, 
een dieselwagen 688 euro 
een elektrische wagen 857 euro.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Je rijdt tegen een paaltje en er zit een deuk in je koetswerk.
A
Vergoed
B
Niet vergoed

Slide 6 - Quiz

NIET. Eigen lichamelijke of materiële schade wordt niet vergoed.
Je rijdt tegen de auto van je buurman en maakt daarbij een deuk in zijn zijkant.
A
Vergoed
B
Niet vergoed

Slide 7 - Quiz

WEL. Schade die jij aan derden toebrengt, is gedekt in je BA-motorvoertuigen.
Je hebt een aanrijding en je broer op de passagiersstoel raakt daarbij gewond.
A
Vergoed
B
Niet vergoed

Slide 8 - Quiz

WEL. Je broer is slachtoffer en kan dus aanspraak maken op een schadevergoeding.
Je rijdt het tuinmuurtje van de buren omver.
A
Vergoed
B
Niet vergoed

Slide 9 - Quiz

WEL. Schade die jij aan derden toebrengt, is gedekt in je BA-motorvoertuigen. Ook materiële schade.
In een file botst een achterligger tegen je. Jij raakt je voorligger, waardoor diens auto beschadigd is.
A
Vergoed
B
Niet vergoed

Slide 10 - Quiz

NIET. In dit voorbeeld is de achterligger de veroorzaker van de schade. Zijn verzekering zal alle schade vergoeden,
dus ook de schade die hij onrechtstreeks (via jouw auto) heeft veroorzaakt.
Welke documenten heb ik nodig in de wagen?

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Wat doe je bij een ongeval?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Stap 6
In welke volgorde ga je best te werk?
Breng de betrokkenen in veiligheid
Creëer een veilige verkeerssituatie
Bel de politie indien nodig
Verzamel de nodige gegevens en vul het EU aanrijdingsformulier in
Bel 112 ingeval van gewonden
Contacteer je verzekeraar

Slide 13 - Drag question

This item has no instructions

Wanneer gebruik ik een Europees aanrijdingsformulier?
A
Bij elk ongeval met schade, lichamelijk of stoffelijk
B
Enkel bij ongevallen met gewonden
C
Enkel bij ongevallen met motorvoertuigen
D
Enkel bij ongevallen met materiële schade

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Groene kaart
Een groene kaart (officiële term internationaal verzekeringsbewijs, afgekort IVB) is een document of pasje dat door de verzekeraar wordt afgegeven. Met de groene kaart kan eenvoudig worden aangetoond dat een voertuig verzekerd is. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Als ik mijn rijbewijs haal voor de auto, welke letter krijg ik dan op mijn rijbewijs?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er als ik 2 maal faal voor mijn theoretisch rijexamen?
A
niks, je kan blijven herproberen
B
moet je 1 jaar wachten voor een derde poging
C
moet je 6 uren theorieles
D
moet je 12 uren theorieles volgen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Er zijn 6 belangrijke documenten die ik moet bijhebben op de weg. Wat is NIET verplicht?
A
aanrijdingsformulier
B
verzekeringen
C
inschrijvingsbewijs van de wagen
D
gelijkvormigheidsattest

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Welke verzekering is verplicht voor de auto?
A
rechtsbijstand
B
omnium
C
gewone autoverzekering
D
alle vernoemde verzekeringen

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer bel je de hulpdiensten op na een ongeval?
A
is nooit verplicht
B
bij veel schade
C
als er gewonden zijn
D
bij alle ongevallen

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer bel je de hulpdiensten op na een ongeval?
A
is nooit verplicht
B
bij veel schade
C
als er gewonden zijn
D
bij alle ongevallen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

De minimumsnelheid op de autosnelweg is ...
A
90 km/u
B
120 km/u
C
niet gezegd
D
70 km/u

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Op de autoweg binnen de bebouwde kom rijd ik
A
70 km/u
B
50 km/u
C
120 km/u
D
30 km/u

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Wanneer welke lichten gebruiken?

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Waar denk je aan bij een technische controle van de auto?

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Slide 30 - Link

This item has no instructions


Wat zie je?

Slide 31 - Mind map

This item has no instructions

Opdracht
  • Jullie gaan een berichtje zien.
  • Lieke appt haar vriend over een ongeluk.
  • Lees het bericht.
  • Daarna krijgen jullie quizvragen over de zwarte woorden.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Er is een auto op mijn auto gebotst. betekent:
A
Ik rijd tegen een auto.
B
Een auto botst tegen mijn auto.
C
Een auto rijdt tegen mijn auto.
D
Ik bots tegen mijn auto.

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Slide 34 - Video

This item has no instructions

Wat gebeurt er bij een botsing?
Snelheid wordt razendsnel kleiner
Auto deukt in en verandert van vorm
Auto verandert (soms) van richting, en tolt

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Waardoor kun je veiliger botsen? 

Kreukelzones:  Aan de voor en achterkant van de auto. Worden bij botsing in elkaar  gedrukt. 
Hoofdsteun: Een hoofdsteun houdt je hoofd tegen. 
Airbags: Ballon die zich zelf opblaast tijdens de botsing zodat je niet met je hoofd tegen de voorruit knalt. 
Autogordel: Zodat je niet de auto wordt uitgeslingerd. 

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Autogordel
 Het is voor iedereen in een auto verplicht om de gordel (autogordel of veiligheidsgordel) om te doen. De autogordel beschermt je op twee manieren:
• Bij een botsing blijf je in je stoel zitten. Je vliegt dan niet tegen de voorruit.
• De gordel rekt een beetje mee. Daardoor wordt de klap op je lichaam bij een botsing minder hard.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Airbag
In de meeste auto’s zitten airbags. Airbag is Engels voor ‘luchtzak’. De airbags zitten bijvoorbeeld verstopt in het stuur en het dashboard. Bij een botsing worden de airbags heel snel vol geblazen met een gas. Dat gaat in ongeveer 0,02 seconden. De airbags beschermen je bij een botsing.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Hoofdsteun
In de auto kun je ook van achteren worden aangereden. Als dat gebeurt, klapt je hoofd naar achter. Je kunt dan je nek beschadigen. Om schade aan je nekwervels te voorkomen, heeft de stoel een hoofdsteun. De hoofdsteun houdt je hoofd tegen bij een aanrijding van achter.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Slide 40 - Link

This item has no instructions